Onderdeel 6 Dementie en delier
Het delirium (delier) is een veel voorkomende tijdelijke psycho-organische aandoening.
De klinische verschijnselen ontstaan (sub)acuut van enkele uren tot enkele dagen en
wisselen in de tijd. In principe is het delier een voorbijgaande aandoening en treedt volledig
herstel na één of twee weken op als de onderliggende oorzaak tijdig wordt opgespoord en
behandeld.
Soms duurt het langer, vooral bij ouderen. Wisselende delirante toestanden komen ook voor
als complicatie van de ziekte van Parkinson of het dementieel syndroom. In een onbekend
aantal gevallen wordt het chronisch (het delirium houdt langer dan 4 weken aan).
Het kan het eerste symptoom zijn van een ernstige lichamelijke aandoening bijvoorbeeld stil
hartinfarct of pneumonie.
1. oorzaken van een delier noemen, en kan deze vroegtijdig opsporen;
Een delier ontstaat door een vermindering van de stofwisseling in de hersenen en een
verstoring in de balans van de neurotransmitters (tekort aan acetylcholine). Mogelijk spelen
ook interleukinen een rol. Dit verklaart het ontstaan van een delier bij infecties buiten de
hersenen. Samenwerking predisponerend, precipiterend en somatisch.
Hypoactief delier: apatisch delier, vlakke en sombere aandoende stemming.
Hperactief delier: vooral angst, motorische onrust en prikkelbaarheid
- Neurologisch
trauma (contusie, subduraal hematoom)
CVA (vooral rechter arteria cerebri media)
subarachnoidale bloeding
infecties (meningitis, encefalitis
hersentumoren (primair en metastasen)
neurodegeneratieve aandoeningen (Alzheimer, ziekte van Parkinson)
- Hart- en longaandoeningen
decompensatio cordis, hartinfarct, ritmestoornissen, hypotensie
pneumonie, longembolie, COPD
- Metabole stoornissen
hepatische encefalopathie (aantasting van de hersenen door te hoog
ammoniak-gehalte)
uremische encefalopathie (ureum)
electrolytenstoornissen:
o hyper-/hypokaliëmie
o hyper-/hyponatriëmie
- Endocriene oorzaken
ontregelde diabetes mellitus
hypo (zelden hyper) functie:
o schildklier
o bijnier
, - Medicijngebruik
Veel geneesmiddelen kunnen een rol spelen bij het ontstaan van een delier
diuretica (dehydratie, electrolytenstoornis)
anticholinergica (anti-Parkinsonmiddelen, anti-depressiva, atropine ook in
oogdruppels)
corticosteroïden
digitalis
ß-blokkers
plotselinge onttrekking van benzodiazipinen
- Deficiënties
Tekort aan vitamine B1, vitamine B12, of foliumzuur
- Niet-craniële infecties
Bijvoorbeeld urineweginfecties met koorts en eventueel sepsis.
- Alcohol
Ten gevolge van plotseling staken van langdurig alcoholgebruik kan een
onthoudingsdelier ontstaan
- Omgevingsfactoren
Het verblijf in een vreemde omgeving kan bijdragen tot het ontstaan van een
delier.
Het verblijf in een prikkelarme, geïsoleerde omgeving, maar ook
overprikkeling, evenals slaaptekort kan bijdragen tot het uitlokken van een
delier
- Postoperatief
Dit is meestal het gevolg van meerdere lichamelijke en psychosociale factoren.
Hierbij spelen het primaire ziekteproces en de conditie, premedicatie,
narcose, de operatieve ingreep en een eventuele ontregeling van de
elektrolyten en circulatie een rol. Ook van belang zijn de psychische toestand
rond de operatie en het verblijf in een onbekende (angstige) omgeving.
2. de symptomen van een delier noemen, en kan die vroegtijdig herkennen;
- Snel ontstaan en verdwijnen van de verschijnselen
- Bewustzijn en aandachtsstoornissen wisselend (desoriëntatie)
- Cognitieve stoornissen
- Affectieve stoornissen
De emotionele toestand van de patiënt kan variëren van angstig, somber,
boos of apatisch. Stemmingswisselingen kunnen snel en onvoorspelbaar
optreden. Het affect is vaak niet passend bij de situatie (extreem angstig voor
iets gewoons, onverschillig bij ernstige aangelegenheden).
- Verstoring slaap-waakritme
Vaak is de patiënt overdag slaperig, terwijl er 's nachts onrust en agitatie
optreedt, vaak met hallucinaties. De patiënt heeft moeite om in slaap te
vallen, de slaapduur is verkort en gefragmenteerd.
- Psychomotore stoornissen
, Delirante patiënten zijn vaak rusteloos en hyperactief (plukken aan
beddengoed, plotselinge bewegingen en positieveranderingen). De
psychomotoriek kan ook verlaagd zijn, de patiënt beweegt zich traag of ligt stil
in bed en trekt geen aandacht van de omgeving. Schommelingen gedurende
de dag zijn mogelijk.
- Motorische verschijnselen:
tremoren, ataxie, choreatische bewegingen (onwillekeurig)
- Autonome verschijnselen:
verhoogde zweetproductie, toegenomen lichaamstemperatuur, tachycardie,
pupilverwijding, verhoogde bloeddruk, erectie
3. de indicatie, werking en bijwerkingen van medicijnen bij een delier beschrijven;
Voor de medicamenteuze behandeling van de verwardheid en de agitatie gebruikt men
meestal het neurolepticum haloperidol (Haldol). Het heeft gedragsregulerende en
antipsychotische eigenschappen. Het heeft weinig effect op het hart en de longen.
Het kan zowel oraal als intraveneus en intramusculair gegeven worden.
Gewoonlijk wordt het middel intraveneus of intramusculair toegediend totdat de agitatie
afneemt, waarna de patiënt op orale doses kan overgaan. De dosering moet zo laag mogelijk
gehouden worden om bijwerkingen te voorkomen.
Soms wordt een bezodiazepine (oxazepam: Seresta) bijgegeven. Vaak is bij ouderen dit niet
nodig. Kinderen en ouderen kunnen paradoxaal reageren op benzodiazepinen, dat wil zeggen
ze kunnen er onrustig van worden.
Antipsychotica
Psychose wordt gekenmerkt door aanwezigheid van hallucinaties, wanen en incoherentie
(verwardheid). Antipsychotica zijn effectief bij alle psychosen. Er wordt onderscheid gemaakt
tussen atypisch en typisch (klassiek). De groepen verschillen in de kans op extrapiramidale
bijwerkingen.
Belangrijkste invloed van deze middelen is dat ze angst, agressie en agitatie dempen.
Daarnaast ook vermindering hallucinaties en wanen.
Contra-indicaties
Beenmergdepressie en agrunulocytose is met clozapine een contra-indicatie. Daarnaast zijn
ernstige cardiocasculaire aandoeningen en ziekte van Parkinson ook contra.
Voorzichtigheid is geboden bij psychotica met een anticholinerge werking.
Bijwerkingen
De bijwerkingen ontstaan doordat ze onder andere dopaminereceptoren blokkeren.
- Cardiovasculaire bijwerkingen: hypotensie met duizeligheid en hartkloppingen.
- Sedatie en gewichtstoename, door toename van eetlust met als mogelijk gevolg
diabetes.
- Droge mond, visusklachten, urineretentie
- Endocriene bijwerkingen: gynaecomastie, ejaculatiestoornissen,
menstruatiestoornissen
Het delirium (delier) is een veel voorkomende tijdelijke psycho-organische aandoening.
De klinische verschijnselen ontstaan (sub)acuut van enkele uren tot enkele dagen en
wisselen in de tijd. In principe is het delier een voorbijgaande aandoening en treedt volledig
herstel na één of twee weken op als de onderliggende oorzaak tijdig wordt opgespoord en
behandeld.
Soms duurt het langer, vooral bij ouderen. Wisselende delirante toestanden komen ook voor
als complicatie van de ziekte van Parkinson of het dementieel syndroom. In een onbekend
aantal gevallen wordt het chronisch (het delirium houdt langer dan 4 weken aan).
Het kan het eerste symptoom zijn van een ernstige lichamelijke aandoening bijvoorbeeld stil
hartinfarct of pneumonie.
1. oorzaken van een delier noemen, en kan deze vroegtijdig opsporen;
Een delier ontstaat door een vermindering van de stofwisseling in de hersenen en een
verstoring in de balans van de neurotransmitters (tekort aan acetylcholine). Mogelijk spelen
ook interleukinen een rol. Dit verklaart het ontstaan van een delier bij infecties buiten de
hersenen. Samenwerking predisponerend, precipiterend en somatisch.
Hypoactief delier: apatisch delier, vlakke en sombere aandoende stemming.
Hperactief delier: vooral angst, motorische onrust en prikkelbaarheid
- Neurologisch
trauma (contusie, subduraal hematoom)
CVA (vooral rechter arteria cerebri media)
subarachnoidale bloeding
infecties (meningitis, encefalitis
hersentumoren (primair en metastasen)
neurodegeneratieve aandoeningen (Alzheimer, ziekte van Parkinson)
- Hart- en longaandoeningen
decompensatio cordis, hartinfarct, ritmestoornissen, hypotensie
pneumonie, longembolie, COPD
- Metabole stoornissen
hepatische encefalopathie (aantasting van de hersenen door te hoog
ammoniak-gehalte)
uremische encefalopathie (ureum)
electrolytenstoornissen:
o hyper-/hypokaliëmie
o hyper-/hyponatriëmie
- Endocriene oorzaken
ontregelde diabetes mellitus
hypo (zelden hyper) functie:
o schildklier
o bijnier
, - Medicijngebruik
Veel geneesmiddelen kunnen een rol spelen bij het ontstaan van een delier
diuretica (dehydratie, electrolytenstoornis)
anticholinergica (anti-Parkinsonmiddelen, anti-depressiva, atropine ook in
oogdruppels)
corticosteroïden
digitalis
ß-blokkers
plotselinge onttrekking van benzodiazipinen
- Deficiënties
Tekort aan vitamine B1, vitamine B12, of foliumzuur
- Niet-craniële infecties
Bijvoorbeeld urineweginfecties met koorts en eventueel sepsis.
- Alcohol
Ten gevolge van plotseling staken van langdurig alcoholgebruik kan een
onthoudingsdelier ontstaan
- Omgevingsfactoren
Het verblijf in een vreemde omgeving kan bijdragen tot het ontstaan van een
delier.
Het verblijf in een prikkelarme, geïsoleerde omgeving, maar ook
overprikkeling, evenals slaaptekort kan bijdragen tot het uitlokken van een
delier
- Postoperatief
Dit is meestal het gevolg van meerdere lichamelijke en psychosociale factoren.
Hierbij spelen het primaire ziekteproces en de conditie, premedicatie,
narcose, de operatieve ingreep en een eventuele ontregeling van de
elektrolyten en circulatie een rol. Ook van belang zijn de psychische toestand
rond de operatie en het verblijf in een onbekende (angstige) omgeving.
2. de symptomen van een delier noemen, en kan die vroegtijdig herkennen;
- Snel ontstaan en verdwijnen van de verschijnselen
- Bewustzijn en aandachtsstoornissen wisselend (desoriëntatie)
- Cognitieve stoornissen
- Affectieve stoornissen
De emotionele toestand van de patiënt kan variëren van angstig, somber,
boos of apatisch. Stemmingswisselingen kunnen snel en onvoorspelbaar
optreden. Het affect is vaak niet passend bij de situatie (extreem angstig voor
iets gewoons, onverschillig bij ernstige aangelegenheden).
- Verstoring slaap-waakritme
Vaak is de patiënt overdag slaperig, terwijl er 's nachts onrust en agitatie
optreedt, vaak met hallucinaties. De patiënt heeft moeite om in slaap te
vallen, de slaapduur is verkort en gefragmenteerd.
- Psychomotore stoornissen
, Delirante patiënten zijn vaak rusteloos en hyperactief (plukken aan
beddengoed, plotselinge bewegingen en positieveranderingen). De
psychomotoriek kan ook verlaagd zijn, de patiënt beweegt zich traag of ligt stil
in bed en trekt geen aandacht van de omgeving. Schommelingen gedurende
de dag zijn mogelijk.
- Motorische verschijnselen:
tremoren, ataxie, choreatische bewegingen (onwillekeurig)
- Autonome verschijnselen:
verhoogde zweetproductie, toegenomen lichaamstemperatuur, tachycardie,
pupilverwijding, verhoogde bloeddruk, erectie
3. de indicatie, werking en bijwerkingen van medicijnen bij een delier beschrijven;
Voor de medicamenteuze behandeling van de verwardheid en de agitatie gebruikt men
meestal het neurolepticum haloperidol (Haldol). Het heeft gedragsregulerende en
antipsychotische eigenschappen. Het heeft weinig effect op het hart en de longen.
Het kan zowel oraal als intraveneus en intramusculair gegeven worden.
Gewoonlijk wordt het middel intraveneus of intramusculair toegediend totdat de agitatie
afneemt, waarna de patiënt op orale doses kan overgaan. De dosering moet zo laag mogelijk
gehouden worden om bijwerkingen te voorkomen.
Soms wordt een bezodiazepine (oxazepam: Seresta) bijgegeven. Vaak is bij ouderen dit niet
nodig. Kinderen en ouderen kunnen paradoxaal reageren op benzodiazepinen, dat wil zeggen
ze kunnen er onrustig van worden.
Antipsychotica
Psychose wordt gekenmerkt door aanwezigheid van hallucinaties, wanen en incoherentie
(verwardheid). Antipsychotica zijn effectief bij alle psychosen. Er wordt onderscheid gemaakt
tussen atypisch en typisch (klassiek). De groepen verschillen in de kans op extrapiramidale
bijwerkingen.
Belangrijkste invloed van deze middelen is dat ze angst, agressie en agitatie dempen.
Daarnaast ook vermindering hallucinaties en wanen.
Contra-indicaties
Beenmergdepressie en agrunulocytose is met clozapine een contra-indicatie. Daarnaast zijn
ernstige cardiocasculaire aandoeningen en ziekte van Parkinson ook contra.
Voorzichtigheid is geboden bij psychotica met een anticholinerge werking.
Bijwerkingen
De bijwerkingen ontstaan doordat ze onder andere dopaminereceptoren blokkeren.
- Cardiovasculaire bijwerkingen: hypotensie met duizeligheid en hartkloppingen.
- Sedatie en gewichtstoename, door toename van eetlust met als mogelijk gevolg
diabetes.
- Droge mond, visusklachten, urineretentie
- Endocriene bijwerkingen: gynaecomastie, ejaculatiestoornissen,
menstruatiestoornissen