Hoofdstuk 44, Bouwplan der gewervelde dieren
Core concepts animal diversity
De eerste aftakkingen van de Tree of Life: sponzen, netelcelligen, ribkwallen en placozoa.
Gewervelde dieren hebben een benige (kan ook kraakbeen) schedeldoos en wervel
kolom. Het phylum omvat vissen, reptielen, vogels, zoogdieren en amfibieën.
Dieren zijn 600 miljoen jaar geleden ontstaan in de oceaan. Het bouwplan heeft 500
miljoen jaar geleden zijn structurele en functionele vorm gekregen.
In het dierenrijk kan een dier opgedeeld worden in parameters via morfologische
eigenschappen. Dit heeft Linnaeus bedacht.
In het dierenrijk is veel summetrie te vinden. Kijk bijvoorbeeld naar een vlinder of een
lieveheersbeestje 2 soorten symmeterie:
1. Radiaal symmetrisch
- er zijn meerdere spiegelvlakken.
- Twee cellagen: endoderm en ectoderm
2. Bilateraal symmetrie
- 1 spiegelvlak (lieveheerstbeestje, vlinder)
- drie cellagen: ecoderm, mesoderm, endoderm
- cephalization: concentratie zenuwweefsel in kop
- body holtes: omringt inwendige organen, scheidt hen zo van buitenwereld.
Secundaire radiale symmetrie sommige dieren tijdens hun volwasse leven radial
symmetries, en als foetus twee-zijdig symmetrie.
Protostomia/Prostomia eerste mond, spirale klieving. Mesodern is afsplitsing van
ectoderm
Deurostomia tweede mond, radiale klieving. Mesodern is afsplitsing van endoderm.
,Bilateria
1. Acoelomata: twee zijdige dieren die geen coeloom hebben. (geen secundaire
lichaamsholte)
2. Pseudocoelamata: tweezijdig symmetrisch, blastocoel doet zich voor als
lichaamsholte
3. Eucoelomata: tweezijdige symmetrisch coeloom bekleed met mesoderm.
, Analoog ontstaan van een structuur bij verschillende groepen die zelf door
convergente evolutie zijn ontstaan. (uit elkaar gegaan)
Homoloog is een structuur die is ontstaan in een gemeenschappelijke voorouder.
Homologie van ledenmaten van gewervelde dieren bewijst niet dat ze van een
gemeenschappelijke voorouder komen. Denk hierbij aan het hart van een vogel en
zoogdieren.
Homoloog kan ook een structuur zijn die ontstaat tijdens de embryonale ontwikkeling:
Mannelijke en vrouwlijke geslachts organen
Verschillen ontstaan t.g.v blootstelling hormonen.
Diploblast dieren die in hun volwassen stadium maar twee kiembladen laten zien
(ectoderm en endoderm) bijvoorbeeld: holtedieren
Triploblast dieren die in hun volwassen stadium drie kiembladen laten zien.
(ectoderm, endoderm en mesoderm) bijvoorbeeld: alle andere dieren behalve sponzen
kiembladen
ectoderm epidermis van de huis (buitenste deel) maken: zweet en talgklieren, nagels,
haren, zenuwweefsel.
Endoderm bekleding darmkanaal en luchtwegen. Maken: longen, delen van lever en
pancreas, schildklier.
Mesoderm skelet en spieren, onderhuis van de huid.
Skelet
Inwendig skelet bot bij zoogdieren. Kraakbeen bij kraakbeenvissen.
Uitwendig skelethard omhulsel van calciumcarbonaat/chitine. Dit skalet heeft een
maximum en kan op een gegevenmoment niet meer groter worden. Vaak beschermd het
het organisme
Hydrostatisch skelet ????
Ons maag/darm stelsel heeft zich geevolueerd. Bij hele simpele types is dit
maag/darm stelsel een blindzak type:
De darmholte staat slechts via één verbinding met de buitenwereld in
contact. Dus maar 1 ingang en 1 uitgang. Bijdvoorbeeld: kwallen,
rondwormen.
Tegenhanger hiervan: buis – in –buis type:
Darmstelstel dat een ingang en een uigang hebt. Bijvoorbeeld mond en anus die een
permanente verbinding met de buitenwereld verzorgen met daartussen een buis voor
vertering.
Metamerie: consequente herhaling van orgaan-systemen.
- homonome metamerie: metameren of somieten (wat je kan waarnemen bij
een dier) zijn indentiek, bijvoorbeeld: binnenstructuur van een worm
- heteronome metamerie: door fusie onstaat er een ongelijkheid in de
segmentatie.
Core concepts animal diversity
De eerste aftakkingen van de Tree of Life: sponzen, netelcelligen, ribkwallen en placozoa.
Gewervelde dieren hebben een benige (kan ook kraakbeen) schedeldoos en wervel
kolom. Het phylum omvat vissen, reptielen, vogels, zoogdieren en amfibieën.
Dieren zijn 600 miljoen jaar geleden ontstaan in de oceaan. Het bouwplan heeft 500
miljoen jaar geleden zijn structurele en functionele vorm gekregen.
In het dierenrijk kan een dier opgedeeld worden in parameters via morfologische
eigenschappen. Dit heeft Linnaeus bedacht.
In het dierenrijk is veel summetrie te vinden. Kijk bijvoorbeeld naar een vlinder of een
lieveheersbeestje 2 soorten symmeterie:
1. Radiaal symmetrisch
- er zijn meerdere spiegelvlakken.
- Twee cellagen: endoderm en ectoderm
2. Bilateraal symmetrie
- 1 spiegelvlak (lieveheerstbeestje, vlinder)
- drie cellagen: ecoderm, mesoderm, endoderm
- cephalization: concentratie zenuwweefsel in kop
- body holtes: omringt inwendige organen, scheidt hen zo van buitenwereld.
Secundaire radiale symmetrie sommige dieren tijdens hun volwasse leven radial
symmetries, en als foetus twee-zijdig symmetrie.
Protostomia/Prostomia eerste mond, spirale klieving. Mesodern is afsplitsing van
ectoderm
Deurostomia tweede mond, radiale klieving. Mesodern is afsplitsing van endoderm.
,Bilateria
1. Acoelomata: twee zijdige dieren die geen coeloom hebben. (geen secundaire
lichaamsholte)
2. Pseudocoelamata: tweezijdig symmetrisch, blastocoel doet zich voor als
lichaamsholte
3. Eucoelomata: tweezijdige symmetrisch coeloom bekleed met mesoderm.
, Analoog ontstaan van een structuur bij verschillende groepen die zelf door
convergente evolutie zijn ontstaan. (uit elkaar gegaan)
Homoloog is een structuur die is ontstaan in een gemeenschappelijke voorouder.
Homologie van ledenmaten van gewervelde dieren bewijst niet dat ze van een
gemeenschappelijke voorouder komen. Denk hierbij aan het hart van een vogel en
zoogdieren.
Homoloog kan ook een structuur zijn die ontstaat tijdens de embryonale ontwikkeling:
Mannelijke en vrouwlijke geslachts organen
Verschillen ontstaan t.g.v blootstelling hormonen.
Diploblast dieren die in hun volwassen stadium maar twee kiembladen laten zien
(ectoderm en endoderm) bijvoorbeeld: holtedieren
Triploblast dieren die in hun volwassen stadium drie kiembladen laten zien.
(ectoderm, endoderm en mesoderm) bijvoorbeeld: alle andere dieren behalve sponzen
kiembladen
ectoderm epidermis van de huis (buitenste deel) maken: zweet en talgklieren, nagels,
haren, zenuwweefsel.
Endoderm bekleding darmkanaal en luchtwegen. Maken: longen, delen van lever en
pancreas, schildklier.
Mesoderm skelet en spieren, onderhuis van de huid.
Skelet
Inwendig skelet bot bij zoogdieren. Kraakbeen bij kraakbeenvissen.
Uitwendig skelethard omhulsel van calciumcarbonaat/chitine. Dit skalet heeft een
maximum en kan op een gegevenmoment niet meer groter worden. Vaak beschermd het
het organisme
Hydrostatisch skelet ????
Ons maag/darm stelsel heeft zich geevolueerd. Bij hele simpele types is dit
maag/darm stelsel een blindzak type:
De darmholte staat slechts via één verbinding met de buitenwereld in
contact. Dus maar 1 ingang en 1 uitgang. Bijdvoorbeeld: kwallen,
rondwormen.
Tegenhanger hiervan: buis – in –buis type:
Darmstelstel dat een ingang en een uigang hebt. Bijvoorbeeld mond en anus die een
permanente verbinding met de buitenwereld verzorgen met daartussen een buis voor
vertering.
Metamerie: consequente herhaling van orgaan-systemen.
- homonome metamerie: metameren of somieten (wat je kan waarnemen bij
een dier) zijn indentiek, bijvoorbeeld: binnenstructuur van een worm
- heteronome metamerie: door fusie onstaat er een ongelijkheid in de
segmentatie.