Externe omstandigheden (1)-> middelen van groepsleden(2)/ groepsstructuur(3) -> groepsprocessen
(4)-> groepstaken (5)-> prestaties (6)
1. Externe omstandigheden: zijn buiten de groep, maar binnen de onderneming.
Invloedfactoren zijn: de strategie, gezagssituaties, formele regels en procedures, selectie
criteria (HRM) en cultuur.
2. Middelen van groepsleden om het probleem aan te pakken. Persoonlijke hulbronnen: kennis,
capaciteiten, vaardigheden, persoonlijkheidskenmerken.
3. Groepsstructuur: welke rol heeft wie? Wat zijn de normen en waarden, conformiteit, status,
Groepsgrootte (groot/ klein pas op voor meeliften bij grote groepen) en wat is de
groepscohesie.
4. Groepsprocessen.
a. Creativiteit: zie figuur hiernaast.
b. Conflicten.
Conventionele conflicttheorie: conflicten zijn slecht en moeten bestreden worden.
sociale conflicttheorie: conflicten zijn natuurlijk, onvermijdelijk en niet per se negatief
Response conflicttheorie: conflicten zijn noodzakelijk voor een groep om effectief te
functioneren.
functionele conflicten: conflicten die de doelen van de groep ondersteunen en de
prestaties verbeteren.
Disfunctionele conflicten: conflicten die voorkomen dat een groep de eigen doelen
bereikt.
c. Beslissen: voordelen: informatie is voordeliger, meer alternatieven worden er
ontwikkeld, acceptatie van een oplossing word groter, meer legitimatie.
Nadelen: tijdrovend, wil van de minderheid, druk tot conformiteit, onduidelijk
verantwoordelijkheden.
5. Groepstaken: hangen af van de complexiteit en de onafhankelijkheid.
6. Prestaties:
a. groep-> gezamenlijke voldoening
b. individu -> individuele voldoening
Kenmerken van effectieve teams:
Heldere doelen -> S.M.A.R.T.
Relevante vaardigheden -> technisch/sociaal
Onderling vertrouwen -> kennis, vaardigheden, capabel
Eensgezindheid -> loyaliteit/ cohesie/ draagvlak
Goede communicatie -> intern/ verbaal en extern/ non verbaal
Onderhandelingsvaardigheden-> uitvoering -> conflicthantering
-> schikking fase
Geschiktleiderschap -> couch, inspirator, decentralisatie macht, autonomie, empowerment
Interne ondersteuning -> zorgen voor trainingen en prestaties meetsysteem
Externe ondersteuning -> zorgen voor goed beloning systee
(4)-> groepstaken (5)-> prestaties (6)
1. Externe omstandigheden: zijn buiten de groep, maar binnen de onderneming.
Invloedfactoren zijn: de strategie, gezagssituaties, formele regels en procedures, selectie
criteria (HRM) en cultuur.
2. Middelen van groepsleden om het probleem aan te pakken. Persoonlijke hulbronnen: kennis,
capaciteiten, vaardigheden, persoonlijkheidskenmerken.
3. Groepsstructuur: welke rol heeft wie? Wat zijn de normen en waarden, conformiteit, status,
Groepsgrootte (groot/ klein pas op voor meeliften bij grote groepen) en wat is de
groepscohesie.
4. Groepsprocessen.
a. Creativiteit: zie figuur hiernaast.
b. Conflicten.
Conventionele conflicttheorie: conflicten zijn slecht en moeten bestreden worden.
sociale conflicttheorie: conflicten zijn natuurlijk, onvermijdelijk en niet per se negatief
Response conflicttheorie: conflicten zijn noodzakelijk voor een groep om effectief te
functioneren.
functionele conflicten: conflicten die de doelen van de groep ondersteunen en de
prestaties verbeteren.
Disfunctionele conflicten: conflicten die voorkomen dat een groep de eigen doelen
bereikt.
c. Beslissen: voordelen: informatie is voordeliger, meer alternatieven worden er
ontwikkeld, acceptatie van een oplossing word groter, meer legitimatie.
Nadelen: tijdrovend, wil van de minderheid, druk tot conformiteit, onduidelijk
verantwoordelijkheden.
5. Groepstaken: hangen af van de complexiteit en de onafhankelijkheid.
6. Prestaties:
a. groep-> gezamenlijke voldoening
b. individu -> individuele voldoening
Kenmerken van effectieve teams:
Heldere doelen -> S.M.A.R.T.
Relevante vaardigheden -> technisch/sociaal
Onderling vertrouwen -> kennis, vaardigheden, capabel
Eensgezindheid -> loyaliteit/ cohesie/ draagvlak
Goede communicatie -> intern/ verbaal en extern/ non verbaal
Onderhandelingsvaardigheden-> uitvoering -> conflicthantering
-> schikking fase
Geschiktleiderschap -> couch, inspirator, decentralisatie macht, autonomie, empowerment
Interne ondersteuning -> zorgen voor trainingen en prestaties meetsysteem
Externe ondersteuning -> zorgen voor goed beloning systee