Klinische psychologie 2: diagnostiek en therapie
Deze instuuropdracht bestaat uit negen vragen over uiteenlopende onderwerpen die aan
bod zijn gekomen in de cursus Klinische psychologie 2: diagnostiek en therapie.
Laat in uw antwoord op een beknopte manier zien dat u de stof begrijpt. Probeer dus helder
te schrijven, gebruik uw eigen woorden en neem ons mee in uw denkwijze. Plagiaat is
uiteraard niet toegestaan en kan leiden tot uitsluiting van deze cursus.
Maak deze instuuropdracht op uw computer, in Word of vergelijkbare tekstverwerker.
Let op: alleen bestanden met een .doc- of .docx-indeling worden nagekeken.
Handgeschreven versies, pdf-bestanden, of bestanden met een andere indeling worden niet
beoordeeld.
Insturen van de opdracht verloopt via het cursusmenu Instuuropdracht
Uw naam: Merel Meentzen
Uw studentnummer: 852600754
, 1. Wat is het verschil tussen classificatie volgens de DSM-5 enerzijds en
psychodiagnostiek anderzijds? Gebruik maximaal 80 woorden
Classificatie volgens de DSM-5 zorgt voor een ordening van de symptomen die een cliënt
heeft. De klachten worden samengevat en kunnen gerelateerd worden aan
wetenschappelijke kennis. Een classificatie zegt weinig over hoe of waardoor de klachten zijn
ontstaan. Psychodiagnostiek bevat meer diepgang en gaat vooral om het begrijpen van
welke interne psychische processen en omgevingsinvloeden ten grondslag liggen aan de
klachten en problemen van de cliënt. Factoren in de persoon, het gedrag en de omgeving
worden daarbij in samenhang beschouwd.
2. Wat is het belangrijkste verschil (qua toepassing) tussen metacognitieve therapie
(MCT) en andere vormen van CGT bij de behandeling van gegeneraliseerde-
angststoornis (GAS)? Gebruik maximaal 60 woorden.
Bij MCT wordt de therapie vooral gericht op het ‘gedrag’ dus piekeren zelf en niet op de
inhoud van het piekeren. Waarbij CGT vooral wel ingaat op de inhoud van de
probleemgedachtes en of deze inhoud klopt of niet. MCT gaat vooral in op de
onbeheersbaarheid, de opvattingen over het gevaar van piekeren en op de opvattingen over
het nut van piekeren.
3. Bij de heer van Beuningen wordt tijdens intake in de generalistische-basis-ggz een
lichte depressieve stoornis vastgesteld. Het is de eerste keer dat hij een depressieve
episode doormaakt en de depressieve episode is zo’n 4 à 5 weken geleden ontstaan.
Na intake wordt een behandeltraject opgestart. Er worden basisinterventies
aangeboden en er wordt ook direct gestart met interpersoonlijke psychotherapie
(IPT). Is deze handelingswijze conform het stepped-care-model? Licht uw antwoord
toe. Gebruik maximaal 80 woorden.
Deze handeling is niet conform het stepped-care model. IPT valt binnen dit model onder
de derde stap interventies. De depressie van de heer Beuningen duurt nu zo’n 4 a 5 weken
en nog niet langer dan drie maanden, daarnaast is het de eerste keer dat hij een depressieve