Tandheelkunde
H1 het cariësproces
H2 preparatie
H3 composieten
H4 restaureren *
H5 Instrumenten en materialen*
H1 De schedel
H2 het kaakgewricht
H3 Zenuwstelsel * + powerpoints lezen
H6 SPIERSTELSEL
H 7 Beweging van de onderkaak
BOEK CONSERVERENDE TANHDEELKUNDE
H1 HET CARIESPROCES
Approximale vlakken: vlakken die gericht zijn naar een aangrenzend
gebitselement
Bite-wing foto’s: röntgenfoto’s van de premolaren en molaren, deze foto’s zijn
bedoeld om cariës op te sporen
Cariës: tandbederf, gaatjes
Cariesdiagnostiek: het ontdekken van cariës
Cariës media: cariës tot behoorlijk in het dentine
Cariës profunda: cariës die tot diep in het dentine is voorgetreden
Caviteit: gaatje in een tand of kies
Cervicale vlakken: vlakken bij de tandhals
Conserverende tandheelkunde: restaurieve tandheelkunde
Demineralisatie: ontkalking van het glazuur van een gebitselement
Fissuren: groeven in de kauwvlakken
Front: de 6 voortanden van het boven en onderfront
Gingiva: het tandvlees
Occlusale vlakken: de kauwvlakken van gebitselementen
Predilectieplaatsen: voorkeursplaatsen, plaatsen waar vaak cariës voorkomt
Restauratie: vulling
Streptococcus mutans: bacteriesoort die cariës veroorzaakt
, Tanden en kiezen worden aan de buitenkant beschermd door glazuur. Suikers
dienen als voedingsbron voor de bacterie streptococcus mutans, deze bacterie zet
suikers om in zuren. Deze zuren tasten het glazuur aan waardoor er een caviteit
(gaatje) ontstaat.
Tandglazuur bestaat uit dood materiaal, als het glazuur eenmaal beschadigd is, kan
deze beschadiging niet meer herstellen. Conserverende tandheelkunde is de
restauratieve tandheelkunde. De predilectieplaatsen voor cariës zijn: de fissuren, de
approximale vlakken, de cervicale en de wortelopvlakken.
In de eerste fase van het cariesproces spreken we van ontkalking (demineralisatie).
Een ontkalking kan zich nog herstellen, in het speeksel zitten mineralen. Deze
mineralen kunnen de opgeloste glazuurdeeltjes vervangen en de ontkalking
ongedaan maken. Wordt de mondhygiëne niet beter, dan ontstaat er een gaatje
(caviteit). De aantasting loopt dan tot net in het dentine, ook wel oppervlakkige cariës
genoemd. Dentine is veel zachter dan glazuur en cariës kan zich in dentine dan ook
snel uitbreiden. Als cariës een stuk in het dentine zit spreken we van cariës media.
Reikt de cariës tot aan de pulpa, dan noemen we dat cariës profunda. Doormiddel
van bite-wing foto’s kan cariës worden opgespoord. Het front is niet te zien op deze
foto’s. Cariës in het front wordt opgespoord door met een spiegeltje licht door het
element te laten vallen, dan is er een donkere vlek te zien.
H2 PREPARATIE
Axiale wanden: de wanden van de preparatie die in de richting van de pulpa
wijzen
Bevel: een hoek of afschuining om het glazuuroppervlak te vergroten
Bodem: het diepste vlak va een geprepareerde caviteit
Box: het approximale doosvormige gedeelte van een caviteitspreparatie
Fissuurboor: rechte cilindervormige boor die veel gebruikt wordt bij het
preparen van een caviteit
Diamant fineerboor: diamantboor met hele fijne diamantkorrels, zo’n boortje
wordt vooral gebruikt om vullingen glad af te werken
Excaveren: het verwijderen van carieus weefsel
Facing: een buccaal vlak gemaakt van composiet of porselein, een facing
wordt gemaakt ter verbetering van het uiterlijk.
Friction grip (FG): bevestigingssysteem voor boortjes in een hoekstuk.
Hoekopbouw: restauratie in een frontelement waarbij de incisale rand
betrokken is, dit wordt ook wel een klasse 4 genoemd.
Incisale rand: de bovenste, snijrand, van een frontelement
Micromotor: een kleine motor die direct achter het hoekstuk zit
Multiflex koppeling: een speciale dunne aansluiting voor een turbinehoekstuk
Prepareren: het boren van een caviteit
Retentiestiften: stiften die houvast verschaffen voor een vulling
Step: het occlusale deel van een preparatie
Caviteiten worden in verschillende klasses ingedeeld.