Oefenvragen
1. Arousal wordt name geregeld door:
a. Archie niveau
b. Paleo niveau
c. Neo niveau
A
2. De basale ganglia
a. Filtert sensorische informatie voordat het naar de primaire cortex wordt gezonden
b. Verbindt sensorische en motorische informatie om fijne motoriek mogelijk te maken
c. Speelt een belangrijke rol in de automatische bewegingen
C
3. Het bindweefsel dat een enkele zenuwcel omringt noemen we:
a. Endoneurium
b. Perineurium
c. Epineurium
A
4. Het meest erge type perifere zenuwletsel noemen we:
a. Neuropraxie
b. Axonotmesis
c. Neurotmesis
C
5. Gedurende welke van een actiepotentiaal vloeit kalium de cel uit
a. Depolarisatie
b. Repolarisatie
c. Hyperpolarisatie
B
6. Welke stelling over erb’s palsy is niet waar
a. Erb’s palsy is gerelateerd aan c8-t1
b. Gaat vaak gepaard met een geboorte trauma
c. Patiënten met erb’s palsy hebben mogelijk het horner’s syndrome
A
7. De dorsale kolom mediale lemniscus:
a. Bevat gnostische sensibiliteit
b. Kruist op ruggenmerg niveau
c. Is een descending baan
A
8. Welke spinale zenuw is meest aangedaan bij HNP C6-C7
a. C6
b. C7
c. C8
B
9. Welke stelling over GB is waar?
a. De primaire schade zit in de axon van zenuwvezel
b. Het verloop van GB kan relapsing-remitting (aanval/herstel/aanval/herstel enz.) zijn
c. GB kan dodelijk zijn
C
10. Een patiënt met het anterior cord syndrome
a. Motorische functies zijn aangetast
b. Gnostische sensibiliteit is aangetast
c. Vitale sensibiliteit is niet aangetast
A
1. Arousal wordt name geregeld door:
a. Archie niveau
b. Paleo niveau
c. Neo niveau
A
2. De basale ganglia
a. Filtert sensorische informatie voordat het naar de primaire cortex wordt gezonden
b. Verbindt sensorische en motorische informatie om fijne motoriek mogelijk te maken
c. Speelt een belangrijke rol in de automatische bewegingen
C
3. Het bindweefsel dat een enkele zenuwcel omringt noemen we:
a. Endoneurium
b. Perineurium
c. Epineurium
A
4. Het meest erge type perifere zenuwletsel noemen we:
a. Neuropraxie
b. Axonotmesis
c. Neurotmesis
C
5. Gedurende welke van een actiepotentiaal vloeit kalium de cel uit
a. Depolarisatie
b. Repolarisatie
c. Hyperpolarisatie
B
6. Welke stelling over erb’s palsy is niet waar
a. Erb’s palsy is gerelateerd aan c8-t1
b. Gaat vaak gepaard met een geboorte trauma
c. Patiënten met erb’s palsy hebben mogelijk het horner’s syndrome
A
7. De dorsale kolom mediale lemniscus:
a. Bevat gnostische sensibiliteit
b. Kruist op ruggenmerg niveau
c. Is een descending baan
A
8. Welke spinale zenuw is meest aangedaan bij HNP C6-C7
a. C6
b. C7
c. C8
B
9. Welke stelling over GB is waar?
a. De primaire schade zit in de axon van zenuwvezel
b. Het verloop van GB kan relapsing-remitting (aanval/herstel/aanval/herstel enz.) zijn
c. GB kan dodelijk zijn
C
10. Een patiënt met het anterior cord syndrome
a. Motorische functies zijn aangetast
b. Gnostische sensibiliteit is aangetast
c. Vitale sensibiliteit is niet aangetast
A