Hoofdstuk I
Waarover gaat natuuronderwijs?
Natuuronderwijs of Natuur & Techniek sluit aan bij de natuurlijke behoefte van een kind en
komt tegemoet aan hun spontane belangstelling.
Verschillen met ‘kennis der natuur’
• niet alleen levende organismen, maar ook materialen, dingen, verschijnselen inclusief
techniek krijgen aandacht
• onderzoekend en ontwerpend leren (OOL) zijn onderdeel van het programma
• veel aandacht voor aard, betekenis natuur & techniek (duurzame ontwikkeling)
Wat leer je bij N&T?
1. kennis van feiten, inzichten, begrippen
2. manier van werken: ontdekkend en ontwerpend leren
3. houding ten opzichte v. natuur en techniek
Drie pijlers van natuur en techniek onderwijs
1. leren over belang en de aard
o belang en waarde van natuur, specifieke denkwijzen
2. uitvoeren van N&T
o zorg voor natuur & milieu, onderzoek, maken v. technische producten
3. kennis over en inzicht in natuurlijke en gemaakte wereld
Kerndoelen: levende natuur, levenloze natuur, techniek
Methodemaker moet rekening houden met
• natuuronderwijs gaat over werkelijkheid
• kinderen moeten actief op hun eigen niveau bezig kunnen zijn met onderwerp
(hands-on, brains-on)
• leerstof moet zo gekozen zijn dat kinderen beseffen op welke manier ons bestaan
bepaald wordt door verschijnselen/wetten natuur
• leerstof moet in te passen zijn binnen gewone schoolpraktijk
doel als leerkracht natuurwetenschappelijke/technische geletterdheid
• kunnen iets op wetenschappelijke manier beschouwen
• zijn zich bewust van grenzen van natuurwetenschappelijke kennis
(absolute waarheden bestaan niet, natuurwetten zijn waar tot dat het tegendeel
bewezen is)
,Waarom N&T?
• kinderen hebben natuurlijke behoefte om hun omgeving te verkennen
• natuur heeft aantoonbaar gunstige invloed op totale ontwikkeling kinderen
• geletterdheid geeft zicht op voor-en nadelen van techniek, maakt het mogelijk om beter
verantwoorde keuzes te maken op gebied v. voeding, gezondheid, energie, milieu,
duurzame techniek
• geschikt om logisch na te denken te ontwikkelen (redeneren met bewijsmateriaal –
reasoning with evidence en multiperspectief denken)
• wereld bestaat uit natuur/dingen die door mensen zijn gemaakt
• kinderen krijgen zicht op hun eigen belangstelling/talenten voor n&t
Hoofdactiviteiten
groep 1/2: onderscheid en verandering
groep 3/4: orde en volgorde
groep 5/6: regelmaat en patroon
groep 7/8: samenhang en systeem
Hoofdstuk II
Doen en denken
begrijpen: greep op werkelijkheid om hen heen
actieve onderzoekende houding
• kenmerkend voor jonge kinderen als ze zich op hun gemak voelen
• eigen ervaringen zijn onvervangbaar als basis voor elk begrip
kinderen kunnen hun belevenissen op verschillende manieren ervaren
1 als nieuwe ervaring
2 als iets wat hoort bij eerdere ervaringen
ervaringen kunnen op verschillende manieren aan elkaar gekoppeld worden
1. gebeurtenissen hebben steeds bepaalde volgorde
2. op elkaar lijkende dingen vertonen verschillend gedrag
3. verschillende verschijnselen zijn er tegelijkertijd (zon-schaduw)
kinderen en volwassenen – eigen denkbeelden vanuit een combinatie van indrukken
vluchtige waarnemingen, intense ervaringen, gesprekken, beelden
• denkbeelden worden gecombineerd tot denkschema’s
• misconcept ontstaat wanneer ontdekte regelmaat toeval is of invloeden die ze
niet kunnen overzien
• denkschema’s ontstaan naar aanleiding v. persoonlijke ervaringen, ieder kind
ontwikkelt eigen denkschema
, • kinderen denken met hun handen
• gedurende eerste jaar veranderen verklaringen v. kinderen
na veel ervaringen/herhalingen kan een onjuist patroon worden herkend
(school en ervaringen buiten school kunnen daarbij positief helpen)
• overgang intuïtie naar concrete operaties rond 6e levensjaar wordt er ook minder leven
toegekend aan levenloze voorwerpen (ontwikkeling objectieve kijk)
• hands-on activiteiten leidt niet vanzelf tot inzicht
techniek & doen moet samengaan
• begint met brains-on: kinderen wisselen ideeën uit over onderwerp, redeneren
voorspellingen/verwachtingen
• na hands-on activiteit volgt opnieuw brains-on: resultaten bespreken/betekenis geven
Verschillende vakdidactische benaderingen, afhankelijk v. doel/activiteit
1. ontdekkend leren
o onderzoekend leren en beleven, komt voort uit nieuwsgierigheid/verwondering
2. onderzoekend leren
o komt vooral uit nieuwsgierigheid
3. ontwerpend leren
o bedenken/maken v. iets om technisch probleem op te lossen
4. beleven
o component v. ontdekkend leren, komt voort uit verwondering en leidt tot
waardering/betekenisverlening
5. leren kiezen
o doel van educatie zoals gezondheidseducatie