Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting BVP: Ziekteleer (deel 1 2)

Beoordeling
4.5
(2)
Verkocht
1
Pagina's
31
Geüpload op
03-02-2018
Geschreven in
2017/2018

In deze samenvatting staan alle doelstellingen van het vak ziekteleer van de beroepsvoorbereidende periode van de opleiding tot operatieassistent. Deze samenvatting bevat alle doelstellingen van zowel deel 1 als deel 2.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Ziekteleer
Ontstekingsleer en allergie
-De student kan vijf lokale ontstekingsverschijnselen noemen en verklaren
Weefselbeschadiging geeft aanleiding voor het vrijkomen van ontstekingsmediatoren. Deze
ontstekingsmediatoren zijn prostaglandinen (verantwoordelijk voor pijnsensatie en koorts) en
histamine (verantwoordelijk voor vaatverwijding). Prostaglandinen maken de vrije zenuwuiteinden
gevoeliger en geven een koortsreactie via de hypothalamus. Histamine zet de bloedvaten wijd open
en maakt ze meer permeabel voor eiwitten. Ontstekingsmediatoren geven veranderingen van
zenuwstelsel en bloedvaten. Door de ontstekingsmediatoren zullen bloedvaten meer
doorlaatbaar/permeabel worden, wat zorgt voor vochtuittreden en oedeemvorming. Dit trekt
granulocyten aan en zorgt voor een toename van de aanmaak van granulocyten. Granulocyten eten
lichaamsvreemde cellen op, oftewel fagocytose. Dit proces zorgt ervoor dat de directe afweer
omhoog gaat, wat leidt tot de volgende vijf lokale ontstekingsverschijnselen:
1. Rubor (roodheid): ontstaat door vaatverwijding, zodat er meer bloed wordt aangevoerd om
weefselschade op te ruimen en te herstellen.
2. Calor (warmte): ontstaat door vaatverwijding
3. Tumor (zwelling): door een verandering in bloedvaten (capillairen worden extra permeabel)
kunnen leukocyten uit de bloedvaten treden om indringers op te ruimen. Door de verhoogde
permeabiliteit lekken ook bloedeiwitten uit de capillairen, waardoor minder vocht uit de
weefsels in de vaatjes terug wordt gezogen. Hierdoor ontstaat er een verdikking.
4. Dolor (pijn): vrije zenuwuiteinden geven onder invloed van prostaglandinen meer prikkels
door naar de hersenen, zo geef je het weefsel rust en bescherming
5. Functio laesa (functieverlies): door zwelling, pijn of weefselschade wordt het beschadigde
lichaamsdeel ontzien.

-De student kan vijf algemene ontstekingsverschijnselen toelichten
Vijf algemene ontstekingsverschijnselen zijn:
1. Moeheid: ontstaat door toename van afvalstoffen uit de beschadigde weefsels die
opgeruimd en hersteld moeten worden en ontstekingsmediatoren zorgen ervoor dat je
minder inspant en de ontsteking tot rust laat komen
2. Malaise: zie moeheid
3. Verhoging/koorts: prostaglandinen stellen de temperatuur in de hersenen hoger in, het zorgt
voor een vernauwing van huidvaten zodat er minder warmte wordt afgegeven aan de
omgeving. Rillingen kunnen voor extra warmteproductie zorgen. Door verminderde
warmteafgifte en toegenomen productie stijgt de temperatuur tot het hogere instelpunt
bereikt is. Koorts versnelt afweerreacties.
4. Verhoogde CRP/BSE: de eiwitsamenstelling veranderd bij ontstekingen. Een test om
ontstekingen aan te tonen is BSE (bezinkingssnelheid van erytrocyten = rode bloedcellen), in
bloed van mensen met een ontsteking zakken de erytrocyten sneller naar beneden. Is ook
verhoogd bij bloedarmoede en zwangerschap. CRP (C reactief proteïne) is een eiwit dat
alleen bij ontstekingen verhoogd is, en wijst op een bacteriële infectie, maar bij een
slechtwerkende lever blijft CRP laag.
5. Leukocytose: bij een ontsteking is leukocytose aantoonbaar, er circuleren dan extra witte
bloedcellen om de ontstekingshaard op te ruimen. Treedt ook op bij bloedverlies en
beenmergafwijkingen.




1

,-De student kan oorzaken van infecties en steriele ontstekingen beschrijven
Een ontsteking is niet gelijk aan de term infectie. Een ontsteking is een lokale reactie van het weefsel
op een schadelijke prikkel. Deze schadelijke prikkel kan een steriele ontsteking zijn (= veroorzaakt
doordat weefsels op andere schadelijke prikkels reageren dan op ziektekiemen). Voorbeelden van
steriele ontstekingen zijn:
*Mechanisch letsel: door vallen of ongelukken of overbelasting van spieren
*Thermische/fysische schade: door hitte, kou en straling
*Chemische schade: door alcohol of stoffen in rook of injectie in of buiten bloedbaan
*Immunologisch/afweer: onder te verdelen in
-Allergie of overgevoeligheid: van bijvoorbeeld penicilline, jodiumverbindingen
-Auto-immuniteit: afweer tegen eigen weefsels (reuma, DMI)
Naast steriele ontstekingen kan een ontsteking ook ontstaan door een infectie (ziektekiemen)
Infecties (=veroorzaakt doordat micro-organismen in/op het lichaam leven en weefselbeschadiging
geven). Infecties komen door een wisselwerking van micro-organismen en afweer. De ontwikkeling
van het ontstekingsproces is afhankelijk van de schadelijke prikkel. Bijvoorbeeld bij een infectie is de
ontwikkeling afhankelijk van de weerstand, het ziekmakend vermogen van het micro-organisme
(virulentie) en de therapeutische maatregelen. Een ontsteking kan leiden tot genezing, chronische
ontsteking of zelfs tot de dood.

-De student kan vijf besmettingswegen met preventieve maatregelen uitleggen
*Aerogene besmetting: via mond, hoestende mensen (mondkapje) zoals verkoudheid, griep, TBC, bof
*(Faeco)orale besmetting: via besmet drinkwater en indirect via voorwerpen (koken v water), ook
wel enterale besmetting via maagdarmkanaal zoals cholera, tyfus, paratyfus, hepatitis A, aarsmaden.
*Seksuele besmetting: via geslachtsorganen (condoom)
*Hematogene besmetting: via gebruikte naalden of operatiemesjes of bloedproducten (niet doen),
bloedoverdraagbare aandoeningen zoals hepatitis B, hepatitis C en AIDS
*Cutane besmetting: via de intacte, droge huid of wonden (huid beschermen), zoals tetanus

-De student kan beschrijven wat een infiltraat, catharre, abces en empyeem is
Infiltraat = een ophoping van ontstekingsvocht tussen de cellen in de weefsels, zoals een rode puist.
Ook wel een zone rond de ontsteking met verwijde bloedvaten en oedeem. Bij palpatie is een
verharding voelbaar. De functie van een infiltraat is de schadelijke prikkel isoleren van de rest van
het organisme, zoals bij een blindedarmontsteking. Rondom een appendicitis kan een
periappendiculair infiltraat ontstaan, een masse met opgezwollen darmen dat erg
verweekt/verkleefd is. In het centrum van een infiltraat kan je een abcesontwikkeling krijgen door
het overlijden van granulocyten (afweercellen) en door necrosevorming bij ischemie (afstervend
weefsel bij O2-tekort.
Catarre = een natte ontsteking, slijmvliesontsteking, waarbij het slijmvlies rood, gezwollen, warm en
geïrriteerd is zoals bij een verstopte neus. Slijmvliezen zijn permeabel en er loopt daarom
voortdurend vocht uit. Er is dus veel vochtverlies zoals verkoudheid en hooikoorts (neus/ogen) en
diarree (darm).
Abces = een ophoping van pus in een tevoren niet bestaande holte, pus bevat levende bacteriën en
dode leukocyten waardoor het erg besmettelijk is, zoals een steenpuist.
Empyeem = een ophoping van pus in een tevoren bestaande holte, bekleed met slijmvlies, dus
normale lichaamsholten zoals een galblaasempyeem of sinusitis (kaakholte).




2

,-De student kan vier complicaties noemen van een ontsteking
Complicaties die bij een ontsteking kunnen optreden zijn:
1. Fistel: een met slijmvlies bekleed gangetje dat loopt naar huid of lichaamsholte, een
abnormale verbinding tussen een holte en de huid of twee holten. Zoals een fistel tussen
blaas en vagina
2. Sepsis: bloedvergiftiging doordat het abces/empyeem doorbreekt naar de bloedbaan,
bacteriën verspreiden zich via het bloed wat algehele vaatverwijding veroorzaakt. Sepsis kan
leiden tot schade aan vitale organen en shock.
3. Contractuurvorming: een dwangstand van een lichaamsdeel door schrompelend weefsel
zoals littekens die taaie vezels bevatten
4. Stenosering: in holle organen groeien steeds meer strakke bindweefselvezels in plaats van
soepel weefsel.

-De student kan verschillende afweersystemen beschrijven
Er zijn drie afweermechanismen bij de mens, namelijk:
* Lokale afweer: barrières tegen micro-organismen. De grootste barrière is de huid en vooral als deze
droog (niet nattend) is plus de commensalen (bacteriën) die leven op de huid. Vervolgens zijn andere
barrières het slijmvlies (bovenste luchtweg met trilhaarepiteel) en de zuurgraad (in vagina om
pathogenen buiten te houden).
*Aspecifieke of directe afweer: hierbij wordt er onderscheidt gemaakt tussen twee soorten cellen.
Namelijk de neutrofiele granulocyten en de macrofagen/monocyten. Allebei werken ze als een
packman en fagocyteren (omsluiten) ze het vreemde deeltje. In de kern van beiden zitten eiwitten
die het vreemde deeltje vervolgens verteren. Het voordeel van het aspecifieke systeem is dat ze erg
snel reageren als er een ziekteverwekker is. Het nadeel is dat ze aspecifiek zijn.
*Specifieke of indirecte afweer: hierbij wordt er onderscheidt gemaakt tussen twee soorten groepen.
1. B-lymfocyten (beenmerg): hebben een geheugenfunctie en maken een stof aan die heel
specifiek reageert op een vreemde stof/ziekteverwekker. Ze zijn de afweer tegen bacteriën
en ondersteunen de T-helpercellen. Een B-lymfocyt herkent de lichaamsvreemde stof en
veranderd zichzelf in een plasmacel die veel antistoffen maakt. De ziekteverwekker wordt
vervolgens onschadelijk gemaakt. Een vreemde stof = antigeen / antistoffen = antilichaam à
antigeen-antilichaam complex. Als het antigeen verwijderd is, houdt de B-cel geheugen
waardoor de volgende keer veel sneller wordt gereageerd.
2. T-lymfocyten (thymus/zwezerik): een zwezerik is in de jonge jaren erg groot, dan komt het
lichaam veel ziekteverwekkers tegen. Ze hebben een sturende functie in de afweer tegen
virussen en in de cel levende bacteriën (intracellulaire infecties). T-helpercellen (CD4) zijn
nuttig ter herkenning van besmette cellen en worden bij HIV besmetting aangedaan.
Hierdoor daalt het CD4 langzaam en dit kan zorgen voor het ontstaan van TBC, virusinfecties
en ééncelligen infecties. T-suppressors cel onderdrukt de immuunrespons.

- De student kan verschillende vormen van afweer beschrijven
Er zijn vier vormen van het ontstaan van afweer bij mensen, dit zijn:
1. Natuurlijk passief: Ig komt via natuurlijke wijze zonder zelf wat te doen, geboorte aanwezig
en blijft ongeveer 3 tot 6 maanden bestaan
2. Natuurlijk actief: Ig ontstaan via besmetting met ziekteverwekkers
3. Kunstmatig passief: Ig wordt toegediend als medicatie/serum, bij tetanus, hepatitis, rabiës
4. Kunstmatig actief: Ig wordt aangemaakt na het toedienen van een vaccinatie




3

, -De student kan bij vijf soorten micro-organismen anti-microbiële middelen benoemen
De therapie bij infecties bestaat uit geneesmiddelen:
*Antibiotica tegen bacteriën, zoals amoxycilline of gentamycine
*Virostatica tegen virussen, zoals hiv-remmers of zovirax (virussen zijn afhankelijk van ons DNA en
leven dus intracellulair, anders kunnen ze zich niet voortplanten)
*Antimycotica tegen schimmels, zoals miconazol (schimmels leven op een dode stof als candida)
*Antiprotozoïca tegen protozoën, zoals kinine of lariam (malaria / toxoplasmose)
*Antihelmintica tegen wormen, zoals mebendazol (aarsmaden, insecten als luizen)

-Omschrijven hoe een allergie ontstaat
Een allergie is een verstoorde reactie op een allergeen (lichaamsvreemde stof). De meest
voorkomende is allergie type I. Hierbij heeft het allergeen de verkeerde pad in de afweer gekozen,
wat aanleiding geeft voor productie van Ig E in plaats van Ig G. Ig E bindt zich aan zogeheten
mestcellen in het lichaam. Mestcellen zijn basofiele granulocyten in het weefsel. Bij een hernieuwde
kennismaking van het lichaam met het allergeen, gaat het allergeen zich hechten aan de Ig E
receptoren op de mestcellen, waardoor er stoffen vrijkomen uit de granulo, wat vaak histamine is.
Een allergeen is een antigeen die aanleiding geeft tot een reactiesysteem of allergische reactie.
Een type IV allergie is een vertraagde reactie waarbij de verantwoordelijke cel een gesensibiliseerde
T-lymfocyt is. De T-lymfocyt wordt na meerdere malen contact met het allergeen gevoelig hiervoor.
Bij huidcontact ontstaat er een enorme toename van T-lymfocyten met zwelling, roodheid en jeuk.
Voorbeelden zijn een chroomallergie of een cementallergie.

-De student kan twaalf voorbeelden van allergenen geven
Een allergie is een specifieke overgevoeligheidsreactie, waarbij de patiënt sterk reageert op grote
moleculen uit de omgeving. De stof (eiwit) waarvoor mensen overgevoelig zijn, heet een allergeen.
Een antigeen geeft aanleiding tot antilichaamvorming. Antilichaam worden ook wel
immunoglobulinen genoemd. Hiervan zijn er bekend: Ig G (grootste groep in bloed), Ig A, Ig M en Ig
E. Ig E is erg belangrijk bij het ontstaan van worminfecties, maar ook de veroorzaker van type I
allergie. Bekende voorbeelden zijn:
*Pollen (stuifmeel/hooikoorts) *Kattenhuidschilfers
*Huisstofmijt *Latex (rubber)
*Noten of pinda’s *Koemelkeiwit
*Schaaldieren *Jodiumverbindingen
*Penicilline *Roodbruine pleisters
*Wespengif *Stoffen in cosmetica

-De student kan levensbedreigende allergische reacties herkennen
Allergie begint als een allergeen zich koppelt aan Ig E op mestcellen. Dan wordt er histamine
uitgestort, die bloedvaten wijder en meer permeabel maken en sensoren prikkelt. Het gevolg van
deze histamine release door mestcellen is een ontsteking met roodheid, warmte, zwelling, jeuk en
functieverlies. Dit leidt meestal tot een:
* Hinderlijke huidreactie: urticaria (zwelling, roodheid, jeuk), Quinche’s oedeem (zwelling van het
gezicht) en exantheem/rash
* Verstikkende luchtwegvernauwing: hooikoorts met niezen, astma met prikkelhoest en expiratoir
piepen (uitademen), glottisoedeem/laryngospasme met inspiratoire stridor (gierend geluid bij
inademen)
* Levensgevaarlijke anafylactische shock: bij een anafylactische shock raken alle vaten zo verwijd dat
de patiënt rood en onwel wordt met lage bloeddruk en snelle pols. Er dreigt zuurstoftekort in
organen omdat te veel bloed door arteriën elders loopt.




4

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
3 februari 2018
Aantal pagina's
31
Geschreven in
2017/2018
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$7.16
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 2 reviews worden weergegeven
5 jaar geleden

7 jaar geleden

4.5

2 beoordelingen

5
1
4
1
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
thessak Amstel Academie
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
385
Lid sinds
8 jaar
Aantal volgers
144
Documenten
52
Laatst verkocht
1 maand geleden

4.5

218 beoordelingen

5
138
4
65
3
7
2
3
1
5

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen