De studie of geheugen
- perceptie: het organiseren van snelle stimuli
- geheugen: de organisatie van stimuli van het verleden
- de capaciteit van het zenuwstelsel om vaardigheden en kennis te behouden en terug te
halen
- we hebben meerder systemen met elk zijn eigen regels
- geheugen opereert in drie fasen
- coderen
- het opslaan en versterken
- het ophalen
- drie geheugen systemen -> stadium theorie van geheugen
- Atkinson en Shiffrin
- sensorisch systeem
- korte termijngeheugen: een klein deel hiervan gaat naar het langetermijngeheugen
- langetermijngeheugen
Coderen
- korte termijn geheugen
- heeft een limiet aan capaciteit
- geheugen span vaardigheid: het magische getal nummer zeven
- items verdwijnen omdat ze worden verwijderd of worden vervangen
- recoding (chuncking) -> uitbreiding van capaciteit
- langetermijngeheugen
- geen limiet aan capaciteit
- door herhaling in het kortetermijngeheugen -> informatie naar het langetermijngeheugen
- hoe langer de informatie in het kortetermijngeheugen zit, hoe waarschijnlijker dat de
informatie naar het langetermijngeheugen gaat
- bewijs voor de twee systemen
- vrije herhaling vaardigheid
- onderzoeken van Craik & Watkins (1973) en Nickerson & Adams (1979) spreken de theorie van
Atkinsoen en Shiffrin tegen
-> in plaats van kortetermijngeheugen wordt het werkgeheugen genoemd
- modernen geheugen theorie
- werkgeheugen
- informatie waarover iemand aan het denken is
- langetermijngeheugen
- informatie wordt opgeslagen gedurende lange intervallen welke nu niet actief zijn
- welk coderingsproces later herhaling promoot ligt aan het volgende:
- de diepte van proces
- shallow processing (surface form)
- deep processing (betekenis)