- zie slide 1 van powerpoint
Nonassociatief leren
- habituatie: een vermindering in gedrag response na het herhalen van een blootgestelde stimulus
- is anders dan zintuigelijke aanpassing
- je kan je beter focussen op wat nieuw is
- dishabituatie: een toename in een respons omdat een verandering in iets vertrouwd is
- sensitisatie: een toename in gedrag respons na het blootstellen van een stimulus
Associatief leren: klassieke conditionering
- een vorm van leren waarbij een neutrale stimulus een respons uit lokt als het is geassocieerd met
een stimulus dat al een keer een respons geproduceerd heef
- vb. voor een enge scene komt er steeds een angstig muziekje
- Pavlov was de “grootvader” van klassieke conditionering
- deed onderzoek met honden en hun kwijlgedrag
- honden kwijlen al als ze een geluid herkennen dat vooraf gaat aan het eten brengen
- vlees (US) -> hond kwijlt (UR)
- belletje (neutrale stimulus) -> geen response bij de hond
- belletje en daarna het vlees geven
- belletje (CS) -> hond gaat kwijlen (CR)
- second-order conditionering: als een CS samen gaat met een nieuwe stimulus, dan produceert de
nieuwe stimulus de CR
- als je licht vervangt door de bel, dan kwijlt de hond niet meer bij de bel, maar wel bij licht
- extinctie: de associatie tussen de CS en CR kan worden verwijderd door het herhaaldelijk
presenteren van een alleen de CS
- spontaneous onderzoek: na extinctie en resting interval
- stimulus generalisatie: de CR kan ook worden verwijderd door een stimulus dat gelijk is aan de CS
- discriminatie:
- CS+ -> reinforced (versterkt) stimulus
- CS- -> unreinforced stimulus
- kleine Albert
- eerst werden dieren aan hem getoond zonder dat hij bang was
- daarna werd er tijdens het laten zien van de dieren een hard geluid gemaakt -> Albert ging
huilen
- komt door generalisatie
- een organisme kan geen één associatie leren
- biologische constraints -> biologische preparedness
- zie powerpoint slide 18
- contiguity (samen op hetzelfde moment): gebeurt alleen als de CS voor de US is gepresenteerd
- contigency: the CS should be informative with respect To the chance that the US is offered
- Rescorla-Wagner model: het dier leert dat sommige stimuli zijn betere voorspellers dan andere
- de voorspellingsfout
- positief: sterkere associatie tussen CS en US