Ademhaling
Aerobe dissimilatie verbranding met zuurstof (O2)
Functies ademhalingsstelsel: Binas T83A Functies neus:
▪ Warmteafgifte Zuurstof
▪ Uitscheiding van water
▪ Zuivering
▪ Gaswisseling
▪ Verwarmen
▪ Communicatie
▪ Bevochtigen
▪ Ruiken + proeven
▪ Ruiken
Hemoglobine neemt O2 op en stimuleert CO2-afgifte
Ademhalingsbeweging
▪ Buikademing – middenrif gaat naar beneden
▪ Borstademing – ribben en borstbeen gaan naar beneden
Restvolume = de lucht die zelfs na een hele diepe uitademing nog lucht achterblijft in je longen.
Vitale capaciteit = hoeveelheid lucht die bij 1 ademhaling max. verplaatst kan worden
Ademminuutvolume = volume lucht die per min in- of uitgeademd wordt
Inspiratoir reservevolume = verschil tussen volume diepe inademing en ademvolume
Expiratoir reservevolume = de hoeveelheid extra lucht – boven het normale volume – die wordt
uitgeademd tijdens een krachtige uitademing.
Dode ruimte = deel van de luchtwegen waar geen luchtwisseling plaatsvindt
Ademhaling wordt aangestuurd door het autonome zenuwstelsel, dat het animale
zenuwstelsel bestuurt: je kunt dus tijdelijk je animale zenuwstelsel tegenhouden en je adem
inhouden, maar uiteindelijk grijpt je autonome zenuwstelsel in. Het autonome ademhalingscentrum
bestaat uit een groep zenuwstelsel in de hersenstam, die informatie krijgen van chemoreceptoren in
de wand van de halsslagader en aorta d.m.v. CO2-concentratie, pH-waarde.
8