H16 aantekeningen
§1
Nationaal product → toegevoegde waarde
CBS → publiceert realiseerde cijfers
Bv. Productie 2014
CPS → publiceert voorspellende cijfers
Bv. Productie 2016
Economie
1. Formele economie → betaalde + geregistreerde productie → wit werk gemeten door
CBS
2. Informele economie → niet gemeten door CBS
- Betaald maar niet geregistreerd →zwart werk
- Onbetaald dus niet geregistreerd → vrijwilligers werk, doe-het-zelf, eigen
huishouding
Meten van de productie bij bedrijven + overheid → aan de hand van de toegevoegde waarde
Bedrijven → prijs x afzet = omzet → 10 x 50 = €500,-
Omzet €500,-
Inkoopwaarde €300,-
- Grondstof €100,-
- Hulpstof €100,-
- Diensten van derden €100,- -
Bruto toegevoegde waarde €200,- → bruto productie
Afschrijvingen voor
vervangingsinvesteringen €25,- -
Netto toegevoegde waarde €175,-
Overheid →
Ambtenarensalarissen → overheid kent geen prijs voor haar diensten, dus geen omzet.
§2
Gezinnen → bedrijven; arbeid, kapitaal, natuur, ondernemingsactiviteit
Bedrijven → gezinnen; loon + rente + pacht + huur + winst
Inkomen gezinnen → Y = C+S+B → 100 = 70+10+20
Productie bedrijven → Y = C+I+O+E-M → 100 = 70+2+25+30-27
Economische kringloop → Nationaal inkomen → Y
Nationaal inkomen = Y → 100
Gezinnen
Belasting(B)→20 s
Sparen(S) →10
Consumptie(C)→70
Overheidstekort(O-B)→5
Kapitaal Investeren(I)→2
Overheid Bedrijven
markt
Tekort buitenland(E-M→3
Importuitgave(M)→27
Overheidsbestedingen(O) →25
Exportontvangen(E)→30
Buitenland
§1
Nationaal product → toegevoegde waarde
CBS → publiceert realiseerde cijfers
Bv. Productie 2014
CPS → publiceert voorspellende cijfers
Bv. Productie 2016
Economie
1. Formele economie → betaalde + geregistreerde productie → wit werk gemeten door
CBS
2. Informele economie → niet gemeten door CBS
- Betaald maar niet geregistreerd →zwart werk
- Onbetaald dus niet geregistreerd → vrijwilligers werk, doe-het-zelf, eigen
huishouding
Meten van de productie bij bedrijven + overheid → aan de hand van de toegevoegde waarde
Bedrijven → prijs x afzet = omzet → 10 x 50 = €500,-
Omzet €500,-
Inkoopwaarde €300,-
- Grondstof €100,-
- Hulpstof €100,-
- Diensten van derden €100,- -
Bruto toegevoegde waarde €200,- → bruto productie
Afschrijvingen voor
vervangingsinvesteringen €25,- -
Netto toegevoegde waarde €175,-
Overheid →
Ambtenarensalarissen → overheid kent geen prijs voor haar diensten, dus geen omzet.
§2
Gezinnen → bedrijven; arbeid, kapitaal, natuur, ondernemingsactiviteit
Bedrijven → gezinnen; loon + rente + pacht + huur + winst
Inkomen gezinnen → Y = C+S+B → 100 = 70+10+20
Productie bedrijven → Y = C+I+O+E-M → 100 = 70+2+25+30-27
Economische kringloop → Nationaal inkomen → Y
Nationaal inkomen = Y → 100
Gezinnen
Belasting(B)→20 s
Sparen(S) →10
Consumptie(C)→70
Overheidstekort(O-B)→5
Kapitaal Investeren(I)→2
Overheid Bedrijven
markt
Tekort buitenland(E-M→3
Importuitgave(M)→27
Overheidsbestedingen(O) →25
Exportontvangen(E)→30
Buitenland