§1
Arbeidsmarkt → vraag en aanbod van arbeiders
Qv = -2L+100 L = prijs van arbeiders
Qv = vraag arbeiders
Qa = L – 20 Qa = aanbod van arbeiders (beroepsbevolking)
Qa=Qv → L = 40 Qv = 20 Qa = 20
L
50 Qa → Totale bedrag aan loon = 40 x 20 = 800
40
20
Qv
0 20 100 Qv, Qa
q
Qv= -2L+100 → min teken betekend → als loon stijgt, vraag arbeiders daalt.
Verklaringen →
1. Arbeiders vervangen door kapitaal (machines) → apt stijgt
2. Productie gaat naar lagelonen landen
3. Loon stijging groter dan apt stijging → kosten per product stijgt → prijs stijgt →
duurder ten opzichte van andere landen → export daalt → import stijgt → vraag
Nederlandse producten daalt → productie daalt → werkgelegenheid daalt.
Als loon stijgt → aanbod arbeiders stijgt
Verklaring →
Als loon stijging groter is dan uitkering stijging → Mensen gaan eerder op zoek naar werk,
want koopkracht stijgt
Werkeloosheid → vraag arbeiders kleiner dan aanbod arbeiders
Oorzaken →
1. Minimumloon
Stel minloon = 45 → Qv = 10 → Qa = 25 → Werkloos = 15
L werkloos
50 Qa
minloon
40
20
Qv
0 20 100 Qv, Qa
2. Loonstarheid, want loon vastgelegd in cao voor 1 jaar. Als vraag arbeiders daalt en
loon daalt niet → vraag arbeid kleiner dan aanbod