Samenvatting Medische kennisgebieden
2.1 Metabolisme
Metabolisme = stofwisseling
- Alle biochemische reacties die in de cellen kunnen optreden.
o Anabole reacties: worden kleine moleculen samengevoegd tot grotere
Kost energie
Assimilatie= bouw van lichaamseigen stoffen voor opslag, groei, herstel en
onderhoud.
o Katabole reacties: zijn omzettingen waarbij grotere moleculen afgebroken worden tot
kleinere.
Komt energie vrijdag
Dissimilatie= afbraak van stoffen, waarbij energie vrijkomt
Verbranding
- Reageert een energierijke stof (de brandstof) met zuurstof
- Celademhaling: verbranding in de cel
Verbranding van glucose
Glucose + zuurstof energie + water + koolstofdioxide
Verbranding van vette
Vetten + zuurstof energie + water + koolstofdioxide + afvalstoffen
Aerobe dissimilatie altijd zuurstof bij nodig
Anaerobe dissimilatie afbraak van stoffen zonder dat er energie wordt gebruikt
- Glucose energie + melkzuur + water
Adenosinedifosfaat
- De stof die energie kan ‘opladen’
Enzymen
- Zijn altijd eiwitten
- Worden door het lichaam zelf gemaakt
- Zijn reactie specifiek, temperatuur specifiek en zuurgraad specifiek
- Worden zelf niet verbruikt
Hoofdstuk 5 t/m 5.1.4.
Weefselvocht = interstitiële vloeistof
Homeostase: het inwendige milieu constant houden
Functiesystemen: functies van de orgaanstelsels
- Circulatiestelsel
o Is een buizensysteem waarin waterige vloeistof zit.
- Spijsverteringsstelsel
o Is een holle buis die bij de mond begint en bij de anus eindigt.
- Urinewegstelsel
o Voert veel afvalstoffen, opgelost water naar het uitwendige milieu af.
- Ademhalingsstelsel
o Maakt gaswisseling tussen het uitwendige en inwendige milieu mogelijk.
, Hoofdstuk 1.4.2, 1.4..3
Terminologia Anatomica: de internationale naamgeving
Musculus = m. spier
Bv. M. pectoralis major = grote borst spier
a. = arteria slagader
v. = vena ader
n. = nervus zenuw voor ruggenmergszenuwen
N. = nervus voor hersenzenuwen
m. musculus spier
Hoofdstuk 4
Frontaal vlak: loopt evenwijdig aan de lichaamsas en verdeelt het lichaam of delen daarvan in voor en
achter.
- Ontstaan door een frontale doorsnede
Transversaal vlak: loopt evenwijdig aan het vloeroppervlak, staat loodrecht op de lichaamsas en
verdeelt het lichaam of delen daarvan in boven en onder
- Ontstaan door een transversale doorsnede
Sagittaal vlak: staat loodrecht op een frontaal vlak en verdeelt het lichaam of delen daarvan in links
en rechts
- Ontstaan door een sagittale doorsnede
- Het lichaam precies in tweeën mediaanvlak
Lumen: een holte die door buisvormige organen omsloten wordt.
Longitudinal doorsnede: in doorsnede van een buisvormige structuur ontstaan als het ware twee
gootjes.
4.3 Plaatsaanduidingen
Plaatsaanduidingen Voorbeeld
Ventraal (aan de buikzijde) De slokdarm ligt dorsaal van de luchtpijp en
Dorsaal (aan de rugzijde) ventraal van de wervelkolom
Anterior (aan de voorkant) De a. cerebri anterior (voorste hersenslagader)
Posterior (aan de achterkant, achter) voorziet het voorste deel van de grote hersenen
van bloed, en de a. cerebri posterior (achterste
hersenslagader) het achterste deel
Centraal (in het midden) Het centrale zenuwstelsel omvat hersenen en
Perifreer (aan de uiteinden) ruggenmerg en de zenuwen behoren tot het
perifere zenuwstelsel
Craniaal (aan de kant van de schedel) De borstwervels liggen craniaal van de
Caudaal (aan de kant van de staart) lendenwervels en caudaal wordt het
ruggenmerg steeds dunner.
Superior (hoger, boven) De v. cava superior (bovenste holle ader) voert
Inferior (lager, beneden) het bloed uit hoofd en armen naar het hart; de
v. cava inferior doet dat met bloed uit benen en
buikorganen.
Lateraal (aan de zijkant) Bij gesloten benen worden de mediaal zijden
Mediaal (naar het midden toe) van de benen tegen elkaar aan gehouden.
Proximaal ( aan de kant van de romp) De elleboog ligt proximaal ten opzichte van de
Distaal (ver van de romp) pols en distaal ten opzichte van de schouder.
2.1 Metabolisme
Metabolisme = stofwisseling
- Alle biochemische reacties die in de cellen kunnen optreden.
o Anabole reacties: worden kleine moleculen samengevoegd tot grotere
Kost energie
Assimilatie= bouw van lichaamseigen stoffen voor opslag, groei, herstel en
onderhoud.
o Katabole reacties: zijn omzettingen waarbij grotere moleculen afgebroken worden tot
kleinere.
Komt energie vrijdag
Dissimilatie= afbraak van stoffen, waarbij energie vrijkomt
Verbranding
- Reageert een energierijke stof (de brandstof) met zuurstof
- Celademhaling: verbranding in de cel
Verbranding van glucose
Glucose + zuurstof energie + water + koolstofdioxide
Verbranding van vette
Vetten + zuurstof energie + water + koolstofdioxide + afvalstoffen
Aerobe dissimilatie altijd zuurstof bij nodig
Anaerobe dissimilatie afbraak van stoffen zonder dat er energie wordt gebruikt
- Glucose energie + melkzuur + water
Adenosinedifosfaat
- De stof die energie kan ‘opladen’
Enzymen
- Zijn altijd eiwitten
- Worden door het lichaam zelf gemaakt
- Zijn reactie specifiek, temperatuur specifiek en zuurgraad specifiek
- Worden zelf niet verbruikt
Hoofdstuk 5 t/m 5.1.4.
Weefselvocht = interstitiële vloeistof
Homeostase: het inwendige milieu constant houden
Functiesystemen: functies van de orgaanstelsels
- Circulatiestelsel
o Is een buizensysteem waarin waterige vloeistof zit.
- Spijsverteringsstelsel
o Is een holle buis die bij de mond begint en bij de anus eindigt.
- Urinewegstelsel
o Voert veel afvalstoffen, opgelost water naar het uitwendige milieu af.
- Ademhalingsstelsel
o Maakt gaswisseling tussen het uitwendige en inwendige milieu mogelijk.
, Hoofdstuk 1.4.2, 1.4..3
Terminologia Anatomica: de internationale naamgeving
Musculus = m. spier
Bv. M. pectoralis major = grote borst spier
a. = arteria slagader
v. = vena ader
n. = nervus zenuw voor ruggenmergszenuwen
N. = nervus voor hersenzenuwen
m. musculus spier
Hoofdstuk 4
Frontaal vlak: loopt evenwijdig aan de lichaamsas en verdeelt het lichaam of delen daarvan in voor en
achter.
- Ontstaan door een frontale doorsnede
Transversaal vlak: loopt evenwijdig aan het vloeroppervlak, staat loodrecht op de lichaamsas en
verdeelt het lichaam of delen daarvan in boven en onder
- Ontstaan door een transversale doorsnede
Sagittaal vlak: staat loodrecht op een frontaal vlak en verdeelt het lichaam of delen daarvan in links
en rechts
- Ontstaan door een sagittale doorsnede
- Het lichaam precies in tweeën mediaanvlak
Lumen: een holte die door buisvormige organen omsloten wordt.
Longitudinal doorsnede: in doorsnede van een buisvormige structuur ontstaan als het ware twee
gootjes.
4.3 Plaatsaanduidingen
Plaatsaanduidingen Voorbeeld
Ventraal (aan de buikzijde) De slokdarm ligt dorsaal van de luchtpijp en
Dorsaal (aan de rugzijde) ventraal van de wervelkolom
Anterior (aan de voorkant) De a. cerebri anterior (voorste hersenslagader)
Posterior (aan de achterkant, achter) voorziet het voorste deel van de grote hersenen
van bloed, en de a. cerebri posterior (achterste
hersenslagader) het achterste deel
Centraal (in het midden) Het centrale zenuwstelsel omvat hersenen en
Perifreer (aan de uiteinden) ruggenmerg en de zenuwen behoren tot het
perifere zenuwstelsel
Craniaal (aan de kant van de schedel) De borstwervels liggen craniaal van de
Caudaal (aan de kant van de staart) lendenwervels en caudaal wordt het
ruggenmerg steeds dunner.
Superior (hoger, boven) De v. cava superior (bovenste holle ader) voert
Inferior (lager, beneden) het bloed uit hoofd en armen naar het hart; de
v. cava inferior doet dat met bloed uit benen en
buikorganen.
Lateraal (aan de zijkant) Bij gesloten benen worden de mediaal zijden
Mediaal (naar het midden toe) van de benen tegen elkaar aan gehouden.
Proximaal ( aan de kant van de romp) De elleboog ligt proximaal ten opzichte van de
Distaal (ver van de romp) pols en distaal ten opzichte van de schouder.