Boek H10 KN Aandacht en executieve functies:
Een net geboren kind is zich nog niet bewust. Zelfbewustzijn is wanneer kind in spiegel kijkt en beseft
dat hij dat zelf is.
Wat is aandacht? ‘Possible’objects, niet ‘impossible’ zoals in Kessels. Je kunt uit alles dat langs komt
aan prikkels, kun je in selecteren of je het parkeert.
Initiëren = aanzetten van gedrag
Aandacht bestaat uit twee aspecten:
1. Intensiteit (mate van aandacht)
a. Alertheid = ontvankelijkheid van CZS voor stimulatie en fluctuaties hierin.
i. Fasische fluctuaties = kortetermijnveranderingen die door situatie bepaald
worden, bijv. schrikreactie na alarmsignaal.
ii. Tonische fluctuaties = over langere periodes en vanuit organisme bepaald,
bijv. postlunchdip of verslapte aandacht na lang studeren.
b. Volgehouden aandacht (vigilantie) = vermogen om langdurig aandacht vast te
houden. Gemeten door ‘time on task’ effect. Vigilantietaken; onderzoek naar
alertheid tijdens langdurige monotone taken met laagfrequent optreden prikkels
(low event rate)
2. Selectiviteit (waarop is aandacht gericht)
a. Gerichte aandacht = gericht op 1 bron, geselecteerde info krijgt voorrang door
andere info te onderdrukken, bijv. Stroop-test (met kleuren en woorden)
b. Verdeelde aandacht = meerdere taken tegelijk uitvoeren, bijv. koken of autorijden.
c. Superviserend aandacht systeem (executieve)
Bottom up: automatisch en onwillekeurig trekken van aandacht door een stimulus, bijv. plotseling
geluid in stille omgeving.
Top down: intentioneel en vrijwillig richten van aandacht, selectiviteit wordt bepaald door de
persoon, bijv. links en rechts kijken voor oversteken.
Aandachtsnetwerken met functies:
- Vigilantienetwerk = alertheid in situaties die om waakzaamheid vragen. Omvat: deel
hersenstam; reticulaire formatie, thalamuskernen, locus ceruleus. Ook frontale cortex.
- Posterieure aandachtsnetwerk = richten van visuopatiële (visueel-ruimtelijk) aandacht.
Omvat: achterste pariëtale kwab en infero temporale cortex.
- Anterieure/executieve aandachtsnetwerk = actief en selectief detecteren van info. Omvat
prefrontale cortex, gyrus cinguli anterior (voor) en basale ganglia.
Bottleneck theorie: info wordt parallel verwerkt tot het moment van selectie, waarna irrelevantie
info van verdere verwerking uitgesloten wordt.
Cocktailparty effect: je kunt een gesprek voeren en horen terwijl er heel veel geluiden om je heen
zijn.
Executieve functies: hersenfuncties die nodig zijn voor plannen, initiëren, reguleren van doelgericht
taakgedrag. Gaat om zelfgestuurd gedrag dat voortkomt uit eigen intenties en motivatie van individu.
Zijn capaciteiten die mensen effectief laten functioneren in het dagelijks leven, door hen in staat te
stellen om zich aan te passen aan nieuwe situaties en relevante levensdoelen te bedenken en na te