Titel
Kies een pakkende titel
In de titel kun je goed een uitroepteken plaatsen. Het gaat immers om een stelling
waar jij achter staat.
Inleiding
Introductie van het onderwerp
Formuleren van de stelling
Alle argumenten alvast noemen
3. Kern – hoofdargument(en)
Hoofdargument 1
Eventuele subargumenten
Hoofdargument 2
Eventuele subargumenten
Tip: Gebruik voorbeelden, noem feiten.
Tip: Geef elk argument zijn eigen alinea. Horen argumenten bij elkaar, combineer ze dan in
één alinea.
3. Kern – tegenargument(en) en ontkrachting
Tegenargument(en) en ontkrachting daarvan
4. Conclusie
Herhaling stelling
Belangrijkste argumenten
Korte samenvatting
Tip: Zet alle argumenten op een rij met behulp van een argumentatieschema
- Maak gebruik van koppelwoorden
- Voer een denkbeeldig gesprek met iemand die een andere mening heeft. Op die
manier kun je eventuele tegenargumenten achterhalen, om deze te weerleggen in je
betoog.
- Het betoog bevat ten minste 3 hoofdargumenten. Twee voor en 1 tegen, óf 2 tegen
en 1 voor zijn afhankelijk van de positie van de student tav de stelling. In onderstaand
voorbeeld is de student dus ‘voor' de stelling.
- De alinea’s zijn als volgt opgebouwd:
Alinea 1- korte inleiding
Alinea 2 - argument voor - die moet worden onderbouwd vanuit literatuur
Alinea 3 - argument voor - die moet worden onderbouwd vanuit literatuur