Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

UvA communicatiewetenschap MCOS samenvatting blok 2. 2023

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
63
Geüpload op
07-12-2023
Geschreven in
2023/2024

Samenvatting van de kennisclips, boeken van Treadwell & Davis en Groningen & de Boer, aanvullende literatuur, colleges en overzicht van de soorten toetsen in SPSS.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Hoorcollege 11.
Kennisclips

Bedreigingen interne validiteit – deelnemers
+ Maturation: alternatieve uitleg natuurlijke verandering  men verandert;
 oplossing: controle groep.
+ Selectie: systematische verschillen in participant hun karakteristieken.
 oplossing: randomisatie
+ Selectie door maturation: systematische verschillen in mate maturation.
 oplossing: randomisatie.
Bedreigingen interne validiteit – instrumenten
+ Lage construct validiteit: vindt plaats bij systematische bias/meting van ander construct 
is je instrument valide? Voorwaarde voor interne validiteit.
+ Instrumentatie: instrument verandert gedurende de loop van de studie.  is je instrument
valide?
+ Testen/sensitisatie: meting kan gedrag beïnvloeden. Geeft alternatieve verklaring 
speciaal design met meerdere groepen met/zonder pretest.
Bedreigingen interne validiteit – kunstmatig
 onnatuurlijke reactie bij het deelnemen aan het onderzoek  van participant of
onderzoeker.
+ Wetenschapper hun verwachting: bias effect onderzoeker zijn verwachting  onbewuste
verandering van gedrag onderzoeker. Beïnvloed participant zijn antwoorden.
+ Demand karakteristieken: onbewust gedragsverandering van participant. Participant moet
blind onderzoek ingaan ipv inlezen en onderzoeker helpen.
Bedreigingen externe validiteit
 Is de hypothese geldig voor andere tijd, setting en mensen?
+ Geschiedenis: geobserveerd effect generaliseert niet naar andere tijden.
+ Setting: geobserveerd effect houdt alleen stand in specifieke setting  onnatuurlijkheid:
a.) pretesten: geobserveerd effect is alleen wanneer er een pretest is gedaan;
b.) reactiviteit: participant/onderzoeker reageren op het feit dat ze in een onderzoek zitten.
+ Selectie: hypothese relatie houdt alleen stand voor bepaalde mensen of bias.
‘True’ experimenten
 maximaliseren interne validiteit.
+ Essentiële ingrediënten:
a.) Manipulatie  oorzaak heb jij onder controle;
b.) Vergelijking  vergelijkt oorzaak – gevolg;
c.) Random toewijzen  willekeurige mensen aan groepen toewijzen. Geen systematische
verschillen.
d.) Replicatie  geen karakteristieken ‘true’ experiment. Vergt te verzekeren dat
randomisatie werkt.
Binnen onderzoeksdesign
+ Tussen: elke groep mensen wordt beïnvloed door een ‘between factor’  1 set van
condities.
+ Binnen: individu wordt blootgesteld aan alle factoren  condities worden gecombineerd.
+ Within factor: longitudinaal en herhalend.




1

,Manipulatie
 Controle over onafhankelijke variable.
+ Waarde/niveau bepaald door onderzoeker.
+ Controle over externe variabelen  sluit alternatieve verklaringen uit.
+ Experimentele variabele: onafhankelijke variabel is volledig onder controle.
+ Individual difference variables: innerlijk deel van participant wat niet onder controle kan
staan.
+ Controle van variabelen van desinteresse is ideaal. Het enige verschil is onafhankelijke
variabel  ceteris paribus/al het andere gelijk.
+ Controle variabelen: worden constant gehouden.
+ Individuele verschillen variabelen kunnen niet onder controle worden gehouden.
Lab vs veldonderzoek
+ Lab maximaliseert interne validiteit  vaak experimenteel.
+ Vaak lage ecologische validiteit  hoe dicht labsetting correspondeert met een natuurlijke
setting. Is niet per se slecht.
 Experimental realism: experimentele vertaling van natuurlijke setting.
+ Lage ecologische validiteit is geen lage construct en externe validiteit.
+ Veld: ongecontroleerde omgeving. Observeert natuurlijk gedrag. Niet experimenteel, maar
kan wel.
Randomisatie
+ Verwijdert alle systematische verschillen tussen participanten in verschillende staten.
+ Ongelijke distributie is nog steeds mogelijk.
+ Randomisatie check: is de distributie gelijk?  Meting relevante variabelen.
Experimentele ontwerpen
1.) 2 groepen: willekeurige selectie in experimentele (oorzaak bekend) en controle (oorzaak
onbekend) groep.
2.) 2 groep pretest/posttest: pretest voor exposure.
 handig bij maturation en geeft inzicht in grootte van verandering.
 pretest kan participanten gevoelig maken; leiden tot praktisch effect; alarmeert tot doel
studie.
3.) Solomon 4 groep: je combineert 1 en 2.
4.) Binnen/herhaalde metingen: participanten zijn blootgesteld aan alle condities.
Willekeurige toewijzing op volgorde ervaarde condities.
Quasi experimentele ontwerpen
+ Geen willekeurige toewijzing, manipulatie of vergelijking. Je onderzoekt een causale
relatie.
+ Willekeurige toewijzing kan niet-praktisch of onethisch zijn.
 Natuurlijke experimenten.
 Bevat natuurlijke events of individuele verschillen van variabelen.
 Geselecteerde waarden lijken op correlatie studies.
+ Statistische groep vergelijking: non-random toewijzing.
+ Pretest/posttest nonequivalent design: pretest toevoegen.

Treadwell & Davis h10

Experimenteren: 1 variabele manipuleren om te zien of een andere variabel er aan
gerelateerd verandert als resultaat.
 Welk variabelen hebben causale relatie? Onderzoekers doen iets om te zien wat er
gebeurt ipv ernaar te vragen.

2

,Veroorzaakt A (onafhankelijk) B?  Causale relatie
1. Tijdsgebonden;
2. Covariantie (met elkaar variëren);
3. Niet-spurieuze relatie (er is geen derde variabel in het spel).


Ecologische isomorfisme: tot hoever is experimentele conditie vergelijkbaar met echte wereld
wat het probeert te simuleren?
Meer verfijnde designs hebben groot aantal participanten nodig voor soms langere periode.
Natuurlijk experiment  ex post facto design.
+ Je voert geen experiment uit, observeert alleen of x y beïnvloedt.
Uniek/ongebruikelijk iets  observatie.
X = manipulatie variabele;
R = willekeurige toewijzing individu tot groep.
Ox = observatie x.
1 groep pretest/posttest design
Ox X Oy
2 groep pretest/posttest design
1. Ox X Oy
2. Ox Oy
2 groep random assignment pretest/posttest design
1. R Ox X Oy
2. R Ox X Oy
Solomon 4 groep design
1. R Ox X Oy
2. R Ox Oy
3. R X Oy
4. R Oy
Bij 3 bekijk je of pretest resultaten niet beïnvloedt. Bij 4 kijk je alleen de posttest.
Control groep: variabelen niet beïnvloed door experimentele variabelen (geen ‘x’).
Tijdelijke ordening: gebaseerd op tijd. A gaat vooraf B.
Factoriële designs: manipuleren 2+ variabelen binnen experimentele design.
Interne validiteit: causaal verband wordt niet door andere factoren beïnvloed.
Externe validiteit: vangt experiment de externe wereld op die onderzoeker onderzoekt?
Generaliseerbaar buiten jouw onderzoek.
Selectie bias: problemen bij niet-gelijke groepen.
Attrition: mensen stoppen met de studie.
Experimenter bias: (on)bewust leden selecteren voor een groep.
Hawthorne effect: effect die onderzoekers zelf hebben op een onderzoeksgroep.



3

, Manipulatiecheck: kijkt naar hoe respondenten de gemanipuleerde variabele interpreteren (in
de vorm van survey).
Online experimenten kunnen veel participanten werven op lage kosten, maar resultaten
kunnen worden beïnvloed door zelfselectie, meerdere inzendingen, dropouts en
tekortkoming aan contact tussen onderzoeker en participant.



Aantekeningen

Experimenteel onderzoek: wat is het effect van x op y? Onderzoeker manipuleert
onafhankelijke variabele.
 Systematisch. Veranderen iets en kijken of er iets op reageert/gebeurt.
 Dan kun je iets met zekerheid zeggen over causaliteit.
 Uitsluiten van alternatieve verklaringen: random toewijzen en validiteit.
 Systematisch iets veranderen en vergelijken. Kan op verschillende manieren -> Designs.
Goed manipuleren = 1 ding veranderen en de rest gelijk houden.
Toewijzen van participanten is een tool om alternatieve verklaringen uit te sluiten.
Confound (verwarren): variabelen die samenhangen met manipulaties. Je kan niet meer
zekerheid zeggen of een verschil veroorzaakt wordt door manipulatie of de confounding
variabele. Confounds kunnen van alles zijn (eigenschap, locatie, dag van de week, etc).
Confounds voorkomen: stap 1, toewijzingsstrategie
Homogeniseren: alleen participanten selecteren met bepaalde eigenschappen. Geen variatie
op belangrijke variabelen mogelijk. Probleem: lage representativiteit. Je kunt ook belangrijke
eigenschappen vergeten.
Matchen: groep samenstelling voor bepaalde eigenschappen gelijk maken.
Precisiematching: koppels van ‘hele gelijke mensen; maken en op basis van die koppels
mensen in 2 groepen verdelen.
Globale matching: globaal eigenschappen over groepen gelijk maken.
-> wordt steeds lastiger bij matching voor meer eigenschappen. Weer kun je belangrijke
eigenschappen over het hoofd zien.
Randomiseren: participanten willekeurig toewijzen aan groepen. Probleem: het kan niet
altijd.
Bij voldoende mensen zijn mensen op alle groepsniveaus vergelijkbaar.
Confounds voorkomen: Stap 2, achteraf controleren
-> Zijn de groepen inderdaad vergelijkbaar op de variabelen die ik heb gemeten? ->
randomisatiecheck.
-> Nee? Mogelijke confound (kun je voor controleren in de analyses).
Dit kan altijd.
Confounds kunnen ook ontstaan binnen stimulusmateriaal
Met afhankelijke variabele meten we of variabelen conformeren.
Soorten experimenten:
‘designs’: hoe ga ik mijn onderzoek vormgeven/inrichten -> hoe of wat ga je iets vergelijken?
Classificaties:
1. Pre-experiment
> Geen aselecte toewijzing

4

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Onbekend
Geüpload op
7 december 2023
Aantal pagina's
63
Geschreven in
2023/2024
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$10.14
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
lmvdp Universiteit van Amsterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
54
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
35
Documenten
36
Laatst verkocht
1 week geleden

3.0

3 beoordelingen

5
0
4
1
3
1
2
1
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen