Cardiac arrest:
basic life support:
ABC CAB
factor tijd:
volume O2 in bloed in ongeveer 800ml, O2 cosumptie in rust is 250 ml/min
1L in 4 minuten dus anoxische cell dood treedt op na 4-5 minuten.
Compressies:
30, 2 beademingen met 100 compressies/min.
Rationale:
delay heeft in CPR heeft negatieve gevolgen voor survival.
alleen compressies heeft dezelfde outcome als compressies +beademingen.
COmpressies geven een CO van 25-30% van normaal.
Voorkomen van onderbrekingen is belangrijk
ventilatie:
voordat er geintubeerd wordt is er rescue breathing nodig dmv een masker met self-inflating
ventilation bag gevuld met O2. Twee beadmeingen per 30 compressies. Bij endotracheale intubatie
inflaties iedere 6-8 seconden intervals. ( 8-10 beademingen per minuut).
Inflatie volumes:
geen monitoring bij bagged ventilatie; grote inflatie volumes zijn gewoon gedurende CPR.
hyperinflatie van de longen.
Deze hyperinflatie kan zorgen voor onvoldoende leeglopen van d elongen. hiermee creer je PEEP
dynamissche hyperinflatie.
verminderd veneuze return vreminderd effectiviteit van compressies
vermidnerd coronaire perfusie druk erg belangrijk in cardicac arrest
Advanced life support:
inclusief intubatie, mechanische beademing, defibrillatie en toedienen van medicatie.
2 paden:
- ventikel fibrilleren en polsloze ventriculaire tachycardie
- polsloze electrische activiteit en asystolie
VF en polsloze VT
defibrillatie; electrische cardioversie met asynchrone schokken= defibrillatie, meest effectieve
middel bij hartstilstand door VF en polsloze VT. tijdafhankelijke outcome.
survival benefit is afhankelijk van eht effect van de eerste schok. 40% overleeft na eerste schok 5 min
na stop. Terwijl 10% overleefd na 20 minuten.
Energie van impulsen:
kracht van pulsen in joules.
, bifasische schokken hebben minder energie nodig dan mnofasisch. Effectieve impulsen bij VF en
polsloze VT zijn 120-200J bifasisch en 360J voor monofasische schokken.
Management:
3 pogingen defibrillatie
1 iemand laadt defibrillator op en stelt kracht in ( zelfde kracht voor 3 defibrillaties) . ander doet
compressies.
bij refractie: bolus adrenaline 1 mg iv iedere 3-5 min. 1 dosis vasopressine 40 units kan 1 e-2e dosis
adrenaline vervangen.
Bij derde poging: amiodarone 300 mg, met 2 e dosis van 150 mg zo nodig
bij falen eerste of tweede poging geeft al slechte outcome aan.
Asystolie/Polsloze electrische activiteit:
berucht voor geen succes
vasopressor therapie met adrenaline.
hierbij geen defibrillatie
Reversibele oorzaken van PEA
spanningspneu, pericardiale tamponade, longembolie, trombotische occlusie coronaire arterie
echter weinig tijd voor diagnostiek
Spanningspneu en tamponade zijn snel herkend en kunnen snel worden behandeld.
Medicatie:
vasopressoren of anti-arytmica
Vasopressoren:
epinephrine: perifere vasoconstrictie, verhoogde coronaire perfusie.
30% meer coronaire perfusie met 3 minuten effect. Door cardiale stimulatie en succesvolle
reanimatie poging kan dit leiden tot post-reanimatie hartfalen.
geassocieerd met verhoogde kans op spontane terugkeer van circulatie(ROSC) mortaliteit
onveranderd.
Vasopressine:
voordeel: geen cardiale stimulatie, echter coronaire vasoconstrictie.
Geen voordeel epinephrine over vasopressine
Amiodarone:
antiaritmicum met voorkeur bij VF/VT. Vergroot kans op overleving in ziekenhuis echter daarbuiten
niet.
Lidocaine: alleen gebruikt bij schok resistente VF en polsloze VT minder effectief dan amiodarone.
alleen gebruiken wanneer amiodarone niet beschikbaar is.
Magnesium:
basic life support:
ABC CAB
factor tijd:
volume O2 in bloed in ongeveer 800ml, O2 cosumptie in rust is 250 ml/min
1L in 4 minuten dus anoxische cell dood treedt op na 4-5 minuten.
Compressies:
30, 2 beademingen met 100 compressies/min.
Rationale:
delay heeft in CPR heeft negatieve gevolgen voor survival.
alleen compressies heeft dezelfde outcome als compressies +beademingen.
COmpressies geven een CO van 25-30% van normaal.
Voorkomen van onderbrekingen is belangrijk
ventilatie:
voordat er geintubeerd wordt is er rescue breathing nodig dmv een masker met self-inflating
ventilation bag gevuld met O2. Twee beadmeingen per 30 compressies. Bij endotracheale intubatie
inflaties iedere 6-8 seconden intervals. ( 8-10 beademingen per minuut).
Inflatie volumes:
geen monitoring bij bagged ventilatie; grote inflatie volumes zijn gewoon gedurende CPR.
hyperinflatie van de longen.
Deze hyperinflatie kan zorgen voor onvoldoende leeglopen van d elongen. hiermee creer je PEEP
dynamissche hyperinflatie.
verminderd veneuze return vreminderd effectiviteit van compressies
vermidnerd coronaire perfusie druk erg belangrijk in cardicac arrest
Advanced life support:
inclusief intubatie, mechanische beademing, defibrillatie en toedienen van medicatie.
2 paden:
- ventikel fibrilleren en polsloze ventriculaire tachycardie
- polsloze electrische activiteit en asystolie
VF en polsloze VT
defibrillatie; electrische cardioversie met asynchrone schokken= defibrillatie, meest effectieve
middel bij hartstilstand door VF en polsloze VT. tijdafhankelijke outcome.
survival benefit is afhankelijk van eht effect van de eerste schok. 40% overleeft na eerste schok 5 min
na stop. Terwijl 10% overleefd na 20 minuten.
Energie van impulsen:
kracht van pulsen in joules.
, bifasische schokken hebben minder energie nodig dan mnofasisch. Effectieve impulsen bij VF en
polsloze VT zijn 120-200J bifasisch en 360J voor monofasische schokken.
Management:
3 pogingen defibrillatie
1 iemand laadt defibrillator op en stelt kracht in ( zelfde kracht voor 3 defibrillaties) . ander doet
compressies.
bij refractie: bolus adrenaline 1 mg iv iedere 3-5 min. 1 dosis vasopressine 40 units kan 1 e-2e dosis
adrenaline vervangen.
Bij derde poging: amiodarone 300 mg, met 2 e dosis van 150 mg zo nodig
bij falen eerste of tweede poging geeft al slechte outcome aan.
Asystolie/Polsloze electrische activiteit:
berucht voor geen succes
vasopressor therapie met adrenaline.
hierbij geen defibrillatie
Reversibele oorzaken van PEA
spanningspneu, pericardiale tamponade, longembolie, trombotische occlusie coronaire arterie
echter weinig tijd voor diagnostiek
Spanningspneu en tamponade zijn snel herkend en kunnen snel worden behandeld.
Medicatie:
vasopressoren of anti-arytmica
Vasopressoren:
epinephrine: perifere vasoconstrictie, verhoogde coronaire perfusie.
30% meer coronaire perfusie met 3 minuten effect. Door cardiale stimulatie en succesvolle
reanimatie poging kan dit leiden tot post-reanimatie hartfalen.
geassocieerd met verhoogde kans op spontane terugkeer van circulatie(ROSC) mortaliteit
onveranderd.
Vasopressine:
voordeel: geen cardiale stimulatie, echter coronaire vasoconstrictie.
Geen voordeel epinephrine over vasopressine
Amiodarone:
antiaritmicum met voorkeur bij VF/VT. Vergroot kans op overleving in ziekenhuis echter daarbuiten
niet.
Lidocaine: alleen gebruikt bij schok resistente VF en polsloze VT minder effectief dan amiodarone.
alleen gebruiken wanneer amiodarone niet beschikbaar is.
Magnesium: