Bloeding en hypovolemie
Verdeling van vloeistoffen; mannen 600ml/kg water
vrouwen 500ml/kg water
Bloedvolume zelf is 6-7% van het totale lichaamsgewicht; gemiddeld 5 L en ongeveer 3.6L in vrouwen
11-12% is het bloedvolume tov totale lichaamswater
Plasma vs interstitieel
40% is extracellulair water en bestaat uit extravasculair( interstitieel) en intravasculair(plasma).
Plasma vs intersitieel is 25%; vandaar dat bij infusie eigenlijk interstitieel vocht wordt aangevuld ipv
plasma volume.
Compensatie:
volume uit interstitium naar plasma 1L naar bloedbaan( maar wel verlies in interstitium)
RAAS systeem
Beide mechanismen kunnen 15-20% bloedverlies opvangen.
Classificatie bloedverlies:
Klasse I: <15% bloedverlies ( 10ml/kg) volledige opvang door transcappilaire refill; vrijwel geen
kliniek
Klasse II: 15-30% 10-20ml/kg; gecompenseerde fase van hypovolemie RR behouden door perifere
vasoconstrictie: pols en tensie veranderen. Kan klinisch verlopen. Vooral darm doorbloeding snelste
aangedaan; mucosa aangedaan en daardoor sneller pathogene bacterien in de bloedbaan.
Klasse III: 30-45% 20-30ml/kg ; gedecompenseerd bleodverlies en haemorraghische shock;
vasoconstrictie onvoldoende RR kan niet meer op peil worden gehouden+ orgaan perfusie schiet
tekort. ( hypotensie bij liggen, koude acra, oligurie, verminderd bewustzijn, verhoogd lactaat)
Klasse IV: >45% bloedverlies, >30ml/kg ernstige hypovolemische shock; mogelijk irreversibel. MOF+
lactaat acidose.
Assesement van bloedvolume:
Vitale kenmerken; pols en tensie; vaak ook bradycardie bij bloedverlies.
Verandering van houding: van liggend naar staand kan een volume shift geven van 7-8 ml/kg naar de
benen. Veranderingen heviger in hypovolemie. Vooral na verleis van meer dan 12% geven houdingen
al veranderingne in tensie.
Hematocriet:
hematocriet heeft een lage correlatie met bloedvolume in acute bloeding. Door transcappilaire
verandering weinig dilutie van bleodcellen. Echter bij langer bestaand bloedverlies en activatie van
het RAAS systeem wel verlaging hematocriet. Na 8-12u
Vloeistof rescusitatie
Verhoogd plasma volume echter niet de cellen. En verlagen hiermee het hematocriet.
Cardiale druk verhogen: ( CVD en arteria pulmonalis occlusie) hebben beiden geen zin want de
preload wordt er niet mee vergroot
Systemische O2 transport:
Verdeling van vloeistoffen; mannen 600ml/kg water
vrouwen 500ml/kg water
Bloedvolume zelf is 6-7% van het totale lichaamsgewicht; gemiddeld 5 L en ongeveer 3.6L in vrouwen
11-12% is het bloedvolume tov totale lichaamswater
Plasma vs interstitieel
40% is extracellulair water en bestaat uit extravasculair( interstitieel) en intravasculair(plasma).
Plasma vs intersitieel is 25%; vandaar dat bij infusie eigenlijk interstitieel vocht wordt aangevuld ipv
plasma volume.
Compensatie:
volume uit interstitium naar plasma 1L naar bloedbaan( maar wel verlies in interstitium)
RAAS systeem
Beide mechanismen kunnen 15-20% bloedverlies opvangen.
Classificatie bloedverlies:
Klasse I: <15% bloedverlies ( 10ml/kg) volledige opvang door transcappilaire refill; vrijwel geen
kliniek
Klasse II: 15-30% 10-20ml/kg; gecompenseerde fase van hypovolemie RR behouden door perifere
vasoconstrictie: pols en tensie veranderen. Kan klinisch verlopen. Vooral darm doorbloeding snelste
aangedaan; mucosa aangedaan en daardoor sneller pathogene bacterien in de bloedbaan.
Klasse III: 30-45% 20-30ml/kg ; gedecompenseerd bleodverlies en haemorraghische shock;
vasoconstrictie onvoldoende RR kan niet meer op peil worden gehouden+ orgaan perfusie schiet
tekort. ( hypotensie bij liggen, koude acra, oligurie, verminderd bewustzijn, verhoogd lactaat)
Klasse IV: >45% bloedverlies, >30ml/kg ernstige hypovolemische shock; mogelijk irreversibel. MOF+
lactaat acidose.
Assesement van bloedvolume:
Vitale kenmerken; pols en tensie; vaak ook bradycardie bij bloedverlies.
Verandering van houding: van liggend naar staand kan een volume shift geven van 7-8 ml/kg naar de
benen. Veranderingen heviger in hypovolemie. Vooral na verleis van meer dan 12% geven houdingen
al veranderingne in tensie.
Hematocriet:
hematocriet heeft een lage correlatie met bloedvolume in acute bloeding. Door transcappilaire
verandering weinig dilutie van bleodcellen. Echter bij langer bestaand bloedverlies en activatie van
het RAAS systeem wel verlaging hematocriet. Na 8-12u
Vloeistof rescusitatie
Verhoogd plasma volume echter niet de cellen. En verlagen hiermee het hematocriet.
Cardiale druk verhogen: ( CVD en arteria pulmonalis occlusie) hebben beiden geen zin want de
preload wordt er niet mee vergroot
Systemische O2 transport: