Abdominale infecties op de IC
Acalculous cholecystitis:
5-15% van de acute cholecystitis, mortaliteit van 45%.
Pathogenese: Postoperatieve periode ( vooral na CABG) trauma, circulatoire shock en MOF.
verlengde darmrust( bij totale parentale voeding), bij 4 weken darm rust kan dit de kans vergroten.
RF: hypoperfusie, galblaas distensie door verminderde contracties en veranderingen in
samenstelling van het gal. Op echo kunnen kleine krystallen in e galblaas te zien zijn die
geassocieerd zijn met acalculeuze cholecystitis.
Kliniek:
zijn vaak pas ontdekt nadat er complicaties zijn, zoals gangreneuze cholecystitis of perforatie.
uitgebreide en gecompliceerde cholecystitis. Vaak pijn in rechter bovenkwadrant ( niet in 1/3
patienten) .
Koorts, verhoogd bilirubine en hypotensie in 90% van de gevallen. MOF in 65-80% van de gevallen.
In 90% vd gevallen positieve bloedkweken. ( gram neg aerobe bacillen)
Diagnose:
Ehografie, minst invasief.--> distensie en sludge in galblaas, maar niet specifiek.
verikte galblaas en aangedaan mucose in het lumen wel emer specifiek.
Gouden standaard is hepatobiliaire scan. ( functionele lever wel nodig)
Management:
Snelle interventie is noodzakelijk; cholecystectomie is noodzakelijk, bij onstabiele patienten
percutane drainage is een alternatief. Empirische AB therapie zou zsm moeten
beginnen( pipericilline-tazobactam of carbapenem( imipenem of meropenem).
Kolonisatie van de GI:
Maag kolonisatie:
zuurgraad van maag belangrij voor het kunnen overleven van bactierien in de darm.
gebruik van zuur-verminderende medicatie is geassocieerd met meer nosocomiale pneumonieen.
translocatie van organismen is in 15% van de gevallen aan de hand.
bacterien uit de maag zijn meestal de bacterien geisoleerd bij nosocomiale infecties.
verminderen van kolonisatie door:
vermijden van zuurverminderende medicatie als profylaxe voor stress-ulcera
selectieve decontaminatie met niet absorbeerbare AB.
Clostridium difficile:
spoorvormend, gram positieve anaerobe bacil die de darm niet koloniseert in gezonde mensen. Maar
doet dit wel wanneer de normale microflora is aangetast. Typische gastheer voor C. Difficile = oudere
patient die AB heeft gehad in de afgelopen twee weken.
Pathogenese:
C. Difficile is overgegeven van patient-patient via feco-orale route. De spoor vorm kan in de omgeving
voor maanden overleven. Patient-patient transmissie vaak door handen schudden. transmissie
door handschoenen verminderd dit.
Acalculous cholecystitis:
5-15% van de acute cholecystitis, mortaliteit van 45%.
Pathogenese: Postoperatieve periode ( vooral na CABG) trauma, circulatoire shock en MOF.
verlengde darmrust( bij totale parentale voeding), bij 4 weken darm rust kan dit de kans vergroten.
RF: hypoperfusie, galblaas distensie door verminderde contracties en veranderingen in
samenstelling van het gal. Op echo kunnen kleine krystallen in e galblaas te zien zijn die
geassocieerd zijn met acalculeuze cholecystitis.
Kliniek:
zijn vaak pas ontdekt nadat er complicaties zijn, zoals gangreneuze cholecystitis of perforatie.
uitgebreide en gecompliceerde cholecystitis. Vaak pijn in rechter bovenkwadrant ( niet in 1/3
patienten) .
Koorts, verhoogd bilirubine en hypotensie in 90% van de gevallen. MOF in 65-80% van de gevallen.
In 90% vd gevallen positieve bloedkweken. ( gram neg aerobe bacillen)
Diagnose:
Ehografie, minst invasief.--> distensie en sludge in galblaas, maar niet specifiek.
verikte galblaas en aangedaan mucose in het lumen wel emer specifiek.
Gouden standaard is hepatobiliaire scan. ( functionele lever wel nodig)
Management:
Snelle interventie is noodzakelijk; cholecystectomie is noodzakelijk, bij onstabiele patienten
percutane drainage is een alternatief. Empirische AB therapie zou zsm moeten
beginnen( pipericilline-tazobactam of carbapenem( imipenem of meropenem).
Kolonisatie van de GI:
Maag kolonisatie:
zuurgraad van maag belangrij voor het kunnen overleven van bactierien in de darm.
gebruik van zuur-verminderende medicatie is geassocieerd met meer nosocomiale pneumonieen.
translocatie van organismen is in 15% van de gevallen aan de hand.
bacterien uit de maag zijn meestal de bacterien geisoleerd bij nosocomiale infecties.
verminderen van kolonisatie door:
vermijden van zuurverminderende medicatie als profylaxe voor stress-ulcera
selectieve decontaminatie met niet absorbeerbare AB.
Clostridium difficile:
spoorvormend, gram positieve anaerobe bacil die de darm niet koloniseert in gezonde mensen. Maar
doet dit wel wanneer de normale microflora is aangetast. Typische gastheer voor C. Difficile = oudere
patient die AB heeft gehad in de afgelopen twee weken.
Pathogenese:
C. Difficile is overgegeven van patient-patient via feco-orale route. De spoor vorm kan in de omgeving
voor maanden overleven. Patient-patient transmissie vaak door handen schudden. transmissie
door handschoenen verminderd dit.