Hoofdstuk 1
1. Wat houdt psychologie in?
2. Welke manieren waarop psychologen kunnen werken zijn er? Wat houden deze in?
3. Wat houdt het biologisch perspectief in?
4. Wat houdt het cognitief perspectief in?
5. Wat houdt het behavioristisch perspectief in?
6. Wat houdt het perspectief van de gehele persoon in?
7. Wat houdt het ontwikkelingsperspectief in?
8. Wat houdt het sociocultureel perspectief in?
9. Wat is psychodynamische psychologie?
10. Wat is de humanistische psychologie?
11. Wat is de psychologie van karaktertrekken en temperament?
12. Wat is een hypothese?
13. Wat is het verschil tussen de experimentele groep en de controlegroep?
14. Wat is een onafhankelijke variabele, in de zin van een hypothese?
15. Wat is een afhankelijke variabele, in de zin van een hypothese?
16. Wat houdt significant in?
17. Welke soorten psychologisch onderzoek zijn er? Wat houden deze in?
18. Wat is de klinische methode?
19. Wat is exceptancy bias?
20. Wat is een dubbelblind onderzoek?
21. Wat houdt evolutionaire psychologie in?
22. Wat is introspectie?
23. Wat is de psychoanalyse?
24. Wat is cultuur?
25. Wat is een crosscultureel psycholoog?
26. Wat houdt de wetenschappelijke methode in?
27. Wat is de wetenschappelijke theorie?
28. Wat betekent betrouwbaarheid?
29. Wat betekent validiteit?
Hoofdstuk 3
30. Hoe definiëren psychologen leren?
31. Wat is klassieke conditionering?
32. Wat zijn reflexen?
33. Wat is een neutrale stimulus?
34. Wat is een ongeconditioneerde stimulus?
35. Wat is een geconditioneerde stimulus?
36. Wat is operationele conditionering?
37. Waar staat bekrachtiger voor?
38. Wat doet een positieve bekrachtiging?
39. Wat doet een negatieve bekrachtiging?
40. Wat zegt cognitieve psychologie over leren?
41. Wat is inzichtelijk leren?
42. Wat zijn cognitieve plattegronden?
43. Wat is leren door observatie/sociaal leren?
44. Wat komt voort uit het cognitieve onderzoek over leren?
, 45. Wat is habituatie?
46. Wat is het mere exposure effect?
47. Wat is extinctie?
48. Wat is stimulus-generalisatie?
49. Wat is stimulus-discriminatie?
50. Wat houdt trial-and-error in?
51. Wat betekent de wet van effect?
52. Wat is de operante ruimte?
53. Wat is continue bekrachtiging?
54. Wat is shaping?
55. Wat betekent intermitterende bekrachtiging?
56. Wat is het ratioschema?
57. Wat is het verschil tussen een vast en variabel ratioschema?
58. Wat is het intervalschema?
59. Wat is het verschil tussen een vast en variabel intervalschema?
60. Wat zijn primaire bekrachtigers?
61. Wat zijn secundaire bekrachtigers?
62. Wat is het Premack-principe?
63. Wat doet een straf?
64. Wat is het verschil tussen een positieve en negatieve straf?
65. Wat is latent leren?
Hoofdstuk 6
66. Wat zijn motieven?
67. Wat is motivatie?
68. Wat is extrinsieke motivatie?
69. Wat is intrinsieke motivatie?
70. Welke gevolgen hebben beloningen?
71. Wat is de instincttheorie?
72. Wat is de drijfveertheorie?
73. Wat is de psychodynamische theorie?
74. Wat is de behoeftehiërarchie?
75. Wat zijn de zes klassen van behoeften?
76. Welke behoeften zijn er na het herzien door de evolutiepsychologie?
77. Wat houdt de zelfdeterminatietheorie in?
78. Wat is de definitie van emoties?
79. Wat is fysiologische arousal?
80. Wat is cognitieve interpretatie?
81. Wat zijn subjectieve gevoelens?
82. Wat is gedragsmatige expressie?
83. Welke 7 universele emotionele uitdrukkingen zijn er volgens Paul Ekman?
84. Welke vormen van emotieverwerking zijn er?
85. Wat houdt de James-Lange theorie in?
86. Wat houdt de Cannon Bard-theorie in?
87. Wat houdt de twee-factortheorie in?
88. Wat is prestatiedrang?
89. Wat zijn gefixeerde actiepatronen?
90. Wat is het functionele analyseniveau?