Les 6: Eenzijdige inname macronutriënten
Leerdoelen
1. Je legt uit wat er in het lichaam gebeurt als iemand te veel of te weinig koolhydraten, vetten of
eiwitten binnenkrijgt.
Vorige les
Overschot glucose:
Het is gunstiger om vet op te slaan ipv glucose want, om glucose op te slaan in het lichaam moet
er eerst acetyl CoA aangekoppeld worden en dit kost meer energie om om te zetten in vet.
Tel er zitten zoveel KH in de voeding, dat je het niet meteen nodig hebt, worden de overtollige
glucose moleculen via Acetyl CoA opgeslagen worden in de vorm van vet.
Te kort glucose:
Op langer termijn is dit een probleem.
Als we niet genoeg glucose uit de voeding halen, gaat ons lichaam zelf glucose maken
(gluconeogenese —> vorming van glucose uit een niet KH bron).
Dus als er via voeding te weinig glucose binnenkomt kan het lichaam via pyruvaat glucose maken.
Ook bepaalde aminozuren en chlycerol in pyruvaat kunnen we ook gebruiken om glucose te
vormen.
KH is de lievelingsbrandstof voor ons lichaam, vooral voor de rode bloedcellen
Oxaloacitaat is stof dat nodig is om de citroenzuurcyclus te laten verlopen. We kunne het maken
uit pyruvaat (dus indirect ook uit glucose). We hebben Ox nodig, want op het moment dat we
, weinig glucose uit voeding halen dan gaat lichaam over op vetverbranding, dus worden er meer
vetzuren omgezet in acetyl CoA , maar voor de volledige verbranding van de acetyl CoA hebben
we wel genoeg oxaloacitaat nodig (fat burns in a frame of carbolydrates).
Je hebt altijd een klein beetje KH nodig om vet te bedranden.
Als er niet genoeg ox aanwezig is om dat extra aangemaakte acetyl CoA te kunnen verbranden,
worden er ketonlichamen gevormd.
We hebben wel een opslag plek voor glucose (glycogeen) en voor vet (tryglyceriden) maar niet
voor aminozuren. Bij een overschot aan aminozuren wordt eerst gebruikt om de aminozuur pool
aan te vullen, en die we niet nodig hebben worden ook via acetyl CoA worden opgeslagen als vet.
Bij te weinig eiwitten ga je je lichaamseiwitten aanspreken.
Biosynthese
- Vorming glucose, vetzuren en aminozuren (wordt gemaakt in de lever)
- De hoeveelheid is afhankelijk van situatie waarin iemand zit.
- dieet
- tekort/overschot
- Wanneer koolhydraten gemaakt in het lichaam?
Als we niet genoeg via de voeding binnenkrijgen
- Wanneer worden vetten gemaakt in het lichaam?
Bij overschot van alle macronutriënten
- Wanneer eiwitten gemaakt in het lichaam?
Als we genoeg aminozuren binnenkrijgen, eigenlijk continu omdat ze nodig bij bij veel
lichaamsprocessen. En er is een verhoogde eiwitsynthese bij kinderen in de groei, zwangere
vrouwen, herstel ziekten, krachttraining.
Vorming glucose
- Gluconeogenese
- vindt voor 90% plaats in de lever, 10 % plaats in de nieren. De lever is dus de belangrijkste
plek waar glucose kan worden gemaakt uit andere stoffen en wordt afgegeven aan het bloed.
Glycolyse= afbraak van glucose naar pyruvaat (hier komt energie vrij want het is een afbraak
reactie)
Gluconeogenese= pyruvaat wordt omgezet in glucose (dit kost energie want het is een opbouw
reactie)
- pyruvaat —> glucose
Me kunnen dus van pyruvaat glucose vormen, maar ook van oxaloacetaat, dit betekent dat de
aminozuren die op verschillende plekken in de citroenzuurcyclus kunnen worden opgenomen dat
die dus via oxaloacetaat kunnen worden omgezet in glucose.
Glucogene aminozuren= aminozuren die via pyruvaat en via oxaloacetaat wordt omgezet in
glucose.
Ketogene aminozuren= aminozuren die in actetyl CoA worden omgezet, acetyl CoA kunnen dus
worden omgezet in ketonlichamen.