Lesweek 2
§1 Waarden
Waarden zijn opvattingen over wat belangrijk is en wat je wil nastreven.
Dit is vooral persoonlijk.
Waarden vormen de basis van dingen waar we in geloven, van de
maatschappij, gedrag, voorwerpen enz.
Het zijn algemene uitgangspunten die naar concreet gedrag worden
vertaald.
Waarden zijn te vertalen in 1 woord zoals eerlijkheid, vrijheid,
rechtvaardigheid, trouw of geluk.
Er wordt onderscheidt gemaakt tussen twee verschillende waarden:
1. Intrinsieke waarden
a. Doel in zichzelf, zonder extern doel
b. Verwijzen niet naar een andere, hogere waarde
c. geluk
2. Instrumentele waarden:
a. zijn géén doel in zichzelf
b. staan in dienst van een andere, hogere waarde (een
tussenstap is nodig)
c. Vriendschap (tussenstap is dan geluk)
Waardenconflict twee of meer warden die nagestreefd worden, maar
niet tegelijk gerealiseerd kunnen worden (vrijheid of trouw)
§2 Normen
normen verwachtingen over het gedrag van mensen.
Normen komen voor uit waarden en zijn concrete gedragsregels of
verwachtingen rondom dat gedrag.
Dit is ook een maatstaf bij gedragsbeoordeling.
Bijv. een waarde is eerlijkheid. De norm is niet stelen en niet liegen.
Er zijn drie verschillende soorten normen: