1. Noem de 4 modellen van de VMO om sport in beleid te integreren:
Het sportstimuleringsmodel, het sociale ontwikkelingsmodel, het economische
ontwikkelingsmodel en het integrale model.
2. Werk uit hoe de gemeente Den Haag de doelen uit de sportnota kan integreren in een
groot (topsport) event.
3. In de wet VMO zijn 9 prestatievelden, welke zijn dit? Benoem er 5
1. Het bieden van maatschappelijk opvang
2. Het bevorderen van openbare geestelijke gezondheidszorg
3. Het bevorderen van verslavingsbeleid
4. Geven van informatie, advies en cliëntondersteuning
5. Ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers
6. Bevorderen sociale samenhang in – en leefbaarheid van dorpen, wijken en buurten
4. Waar staat het PDCA-model voor en wat houdt dit model precies in?
Het PDCA-model staat voor Plan, Do, Check & Act. Dit zorgt ervoor dat het teams sneller laat
leren en dat ze sneller van koers kunnen veranderen.
Bij Plan wordt alles voorbereid en gaan ze KPI’s bedenken.
Bij Do worden de KPI’s geanalyseerd en wordt het plan uitgevoerd.
Bij Check wordt het plan en de uitvoering gecontroleerd aan de hand van KPI scores.
Bij Act worden de dingen die fout waren aangepast zodat het de volgende keer goed gaat.
Het PDCA-model wordt als een continu proces gezien.
5. Werk het INK-model uit aan de hand van de casus. Geef bij elk proces een voorbeeld.
1. Leiderschap: Jaap van Hulten, 4 pijlers SM&O
2. Medewerkers: Docenten, instroomeisen, master verplicht
3. Strategie & beleid: Sport: selecteren aan de poort, puntensysteem, coaching
4. Middelen Centuri, lokalen, mediatheek etc.
5. Processen les geven, projectweken, proces van afstuderen
6. Waardering door medewerkers van docenten en overige staf
7. Waardering door klanten en leveranciers ook werkveld en stageadressen
8. Waardering door maatschappij waardering door het werkveld
9. Eindresultaten het aantal afgestudeerden binnen één periode.
10. Leren en verbeteren. 2e jaar BSA
6. Werk het strategisch
management model uit aan de
hand van de casus.
Strategische analyse extern /
intern kansen en bedreigingen +
sterke en zwakke punten
Strategisch doel Missie, visie en
doelstellingen
Strategie ontwikkeling generieke conc. Strategieën.
Het sportstimuleringsmodel, het sociale ontwikkelingsmodel, het economische
ontwikkelingsmodel en het integrale model.
2. Werk uit hoe de gemeente Den Haag de doelen uit de sportnota kan integreren in een
groot (topsport) event.
3. In de wet VMO zijn 9 prestatievelden, welke zijn dit? Benoem er 5
1. Het bieden van maatschappelijk opvang
2. Het bevorderen van openbare geestelijke gezondheidszorg
3. Het bevorderen van verslavingsbeleid
4. Geven van informatie, advies en cliëntondersteuning
5. Ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers
6. Bevorderen sociale samenhang in – en leefbaarheid van dorpen, wijken en buurten
4. Waar staat het PDCA-model voor en wat houdt dit model precies in?
Het PDCA-model staat voor Plan, Do, Check & Act. Dit zorgt ervoor dat het teams sneller laat
leren en dat ze sneller van koers kunnen veranderen.
Bij Plan wordt alles voorbereid en gaan ze KPI’s bedenken.
Bij Do worden de KPI’s geanalyseerd en wordt het plan uitgevoerd.
Bij Check wordt het plan en de uitvoering gecontroleerd aan de hand van KPI scores.
Bij Act worden de dingen die fout waren aangepast zodat het de volgende keer goed gaat.
Het PDCA-model wordt als een continu proces gezien.
5. Werk het INK-model uit aan de hand van de casus. Geef bij elk proces een voorbeeld.
1. Leiderschap: Jaap van Hulten, 4 pijlers SM&O
2. Medewerkers: Docenten, instroomeisen, master verplicht
3. Strategie & beleid: Sport: selecteren aan de poort, puntensysteem, coaching
4. Middelen Centuri, lokalen, mediatheek etc.
5. Processen les geven, projectweken, proces van afstuderen
6. Waardering door medewerkers van docenten en overige staf
7. Waardering door klanten en leveranciers ook werkveld en stageadressen
8. Waardering door maatschappij waardering door het werkveld
9. Eindresultaten het aantal afgestudeerden binnen één periode.
10. Leren en verbeteren. 2e jaar BSA
6. Werk het strategisch
management model uit aan de
hand van de casus.
Strategische analyse extern /
intern kansen en bedreigingen +
sterke en zwakke punten
Strategisch doel Missie, visie en
doelstellingen
Strategie ontwikkeling generieke conc. Strategieën.