p.404 – Droge en natte moesson
De 1.moesson is een periodieke wind in tropische gebieden die een halfjaar lang uit een bepaalde
richting waait om dan ongeveer 180° van richting te veranderen. Dit komt door het Coriolis-effect. De
aardas staat scheef op het vlak van ecliptica waardoor de windstromen niet van noord naar zuid
waaien maar schuin. De wind gaat ook van hoge druk naar lage druk. De droge moesson is de
wintermoesson die in de rug naar het oosten trekt. Hij komt voor in het droge winterseizoen wanneer
droge aflandige wind op de zee de overhand heeft. De natte moesson komt voor in de warme zomer
maanden, die aanlandige winden en veel neerslag met zich meebrengt. Hij trekt in de rug naar rechts.
Tijdens de lente warmt het oppervlak in Zuid-Azië zich op, hierdoor ontstaat een groot lage
drukgebied boven de regio. Wanneer de vochtige lucht vanaf de zee boven Zuid-Azië komt en het de
maximale luchtvochtigheid heeft bereikt, is er de natte moesson. Het kan regenen voor wel 60 dagen
of langer. Een voordeel van de natte moesson is dat het aardoppervlak in Zuid-Azië zeer vruchtbaar
wordt door het vele regen. De natte moesson regen trekt langs het Himalaya gebergte omdat deze
door zijn hoogte de moesson blokkeert om verder Azië in te trekken. Voor veel mensen is de natte
moesson een ‘geschenk’, zonder de neerslag die het met zich meebrengt kan er weinig verbouwd
worden. Het nadeel is dat er zoveel neerslag valt waardoor rivieren overstromen en er
modderstromen plaatsvinden.
p.406 – Afhankelijkheid rivieren voor mensen
Veel mensen rond de rivieren de Punjab (5 rivieren), Indus en Brahmaputra zijn afhankelijk van de
rivieren omdat ze rond deze gebieden kunnen irrigeren. Het smelten van gletsjers van de Himalaya
gebergte is een ramp voor deze mensen.
p.407 – Hindoeïsme en kastenstelsel
Het Hindoeïsme is ontstaan toen de Aryans (Indo-
Europees sprekende mensen uit Iran) zich 1500
v.Chr. in het noorden van India vestigden. De
Aryans zetten nieuwe steden op. Hun opstelling
hier ging ook gepaard met de opkomst van een
religieus geloofssysteem, het Vedisme. Uit de
teksten van het Vedisme en plaatselijke
geloofsovertuigingen ontstond een nieuwe religie,
het Hindoeïsme.
In het Hindoeïsme ontstond 3500 jaar geleden een nieuw 2.social stratifaction, sociaal systeem, het
kastensysteem. In dit systeem zijn er verschillende kasten in een hyrarchisch model met sociale
klassen. De werkers zaten in de laagste klassen en de elite die het land bestuurden in de hoogste
klassen. De Brahmanen is de meest invloedrijkste orde. De Dalits/Paria’s zijn de kastelozen de
onaanraakbare, de armste die niets te zeggen hebben. Dalits mogen ook geen werk uitvoeren van
mensen in hogere kasten. Andersom mag dit ook niet. Tegenwoordig verdwijnt het kastensysteem
langzaamaan in de grote steden door urbanisatie, maar op het platteland is het er nog altijd.
p.408 – Indo-Europese talen en Dravidian
3.Indo-Europese talen worden het meest gesproken in het noorden, oosten, midden en westen van
India. In het Zuiden spreken de mensen 4.Dravidian, een familie taal, deze mensen waren al veel
eerder dan de Aryans in India.
1