Bestuursrecht:
- Heeft betrekking op het functioneren van het openbaar bestuur. Daarbij heeft het ook
betrekking op alles wat te maken heeft met de overheid. Ze moeten ook rekening houden
met de democratische rechtsstaat. Het bestuursrecht is voor, van en tegen de overheid.
Functies van het bestuursrecht
- Legitimerende functie:
o Normen aan de overheid voor het bestuurshandelen
o Regels die het bestuur in acht moet nemen als het optreedt.
- Instrumentele functie:
o Instrumenten om mee te besturen in handen van het openbaar bestuur
o Het bestuursrecht rijkt het bestuur instrumenten aan: vergunningen, subsidies etc.
- Waarborg functie:
o Rechtsbescherming van de burger om op te komen tegen het optreden van het
openbaar bestuur (naar de rechter stappen)
o Bestuursrecht maakt het mogelijk voor burgers om op te komen tegen het bestuur.
Doelstelling van de awb:
- Eenheid binnen de bestuursrechtelijke wetgeving bevorderen
- Systematiseren en vereenvoudigen van bestuursrechtelijke wetgeving
- Codificeren van bestuursrechtelijke jurisprudentie
o Het in een wetboek bijeenbrengen van het bestaande recht dat is verspreid in
wetten, gewoonte en jurisprudentie
- Algemene nieuwe voorzieningen treffen, die niet in bijzondere wetgeving thuishoren.
Bijzondere bestuursrechtelijke wetgeving:
- Heeft betrekking op verschillende maatschappelijke terreinen
o Bijzondere wet in formele zin heeft altijd voorrang boven de algemene wet
bestuursrecht ook een wet in formele zin.
Algemene wet bestuursrecht (Awb)
- Heeft betrekking op het bestuur in het algemeen
- Gemeenschappelijke onderwerpen voor alle terreinen
- De awb kent veel algemeen geformuleerde normen zoals het specialiteitsbeginsel,
zorgvuldigheidbeginsel, het beginsel van evenredige belangafweging.
Verticaal gelede normstelling:
- Op een situatie/vraagstuk zijn meerdere regels in rangorde (verticaal) van toepassing
- Oftewel: het aantal regels dat van toepassing is, is gelaagd.
o Wifz, amvb/ ministeriele regeling, gemeentelijke/provincie wet, beschikking
Horizontale gelede normstelling:
- Op een situatie/ vraagstuk zijn meerdere wetten naast elkaar (horizontaal) van toepassing
- Oftewel: het aantal wetten dat van toepassing is even belangrijk
- Wet a -> wet b -> wet c
o Op gelijk niveau.
,Soorten rechten binnen AWB:
- Dwingende recht:
o Regels die zonder uitzondering voor het gehele bestuursrecht geldig zijn.
‘’ het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst binnen 2 werkdagen’’
Uitzondering: alleen mogelijk op hetzelfde niveau als Awb dus Wifz
- Regelend recht:
o De awb geeft de hoofdregel voor de normale gevallen; de awb laat uitdrukkelijk
uitzondering toe
Komt regelmatige voor (art. 4:2 awb
o Awb regel geldt, tenzij een wettelijk voorschrift afwijkt.
o Tenzij bij wettelijke voorschrift anders is bepaald, bevestigt het bestuursorgaan de
ontvangst binnen 2 dagen
- Aanvullend recht:
o De bijzondere wet geeft het normale geval: maar voor als bijzondere wet niets regelt,
bevat awb vangnet
o Wettelijke voorschrift geldt: als deze ontbreekt geldt awb regel
o Voor zover niet anders is bepaald bevestigt het bestuursorgaan de ontvangst van een
aanvraag binnen 2 werkdagen
- Facultatief recht:
o Bepaling die in principe niet gelde, tenzij de (lagere) wetgever bepaald dat deze
bepaling wel moet worden opgevolgd.
Deze afdeling/ dit artikel is van toepassing indien dat bij wettelijke
voorschrift of besluit van dat orgaan is bepaald.
Taak bestuur in de rechtsstaat:
- Wetgeving uitvoeren en toepassen
- Wettelijke ruimte invullen en uitwerken
o Aanvullende regels vaststellen
o Concrete beslissingen nemen
o Toezicht en handhaving
- Bestuursrechtelijke normen in acht nemen
o Geschreven + ongeschreven normen
Algemeen beland = publiek belang
- De overheid treedt steeds op in het algemeen belang = permissie van het bestuursrecht
- Wat is het algemeen of publiek belang? Containerbegrip
o Veiligheid, economie, milieu en klimaat, gezondheidszorg, onderwijs, media,
ruimtelijke ordening, wonen
- Het resultaat van de afweging van de verschillende deelbelangen, die met elkaar op
gespannen voet kunnen staan.
Bestuursrechtelijke wetgeving
- Burger en openbaar bestuur moeten zich aan de wet houden
- Openbaar bestuur moet om op te treden een wettelijke bevoegdheidsgrondslag hebben
o Organisatie van het openbaar bestuur
o Regels en besluiten van het openbaar bestuur
o Toezicht en handhaving door het openbaar bestuur
- Wetgeving voor bestuur komt door legaliteitsvereiste
, Week 2: de organisatie van het openbaar bestuur: het bestuursorgaanbegip
De organisatie van het openbaar bestuur:
- Openbaar lichamen -> zijn opgebouwd uit bestuursorganen
o Staat der Nederland
o Provincies
o Gemeentes
o waterschappen
- Bestuursorgaan
- Zelfstandige bestuursorganen
- Bevoegdheidstoekenning
Bestuursorgaan:
- Is degene die de activiteit van het besturen uitoefent (ondersteunt door ambtenaren)
- Bestuurlijke ambten met een bestuurlijke taak
- Bestuursorganen gemeente:
o Burgemeester art. 6 gemw
o College van B&W
o Gemeenteraad
- Bestuursorganen Staat (rijk) art. 2:1 lid 2 BW
o Geen bestuursorgaan: -> art. 1:1 lid 2 Awb
Wetgevend macht
Rechterlijke macht
Een a-orgaan: art. 1:1 lid 1 sub a Awb
- Orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld
o Publiekrechtelijke rechtspersoon: de staat, provincie, gemeente en waterschappen
Een b-orgaan: art. 1:1 lid 1 sub b Awb
- Een ander persoon of college, met enige openbaar gezag bekleed.
- Dit zijn geen publiekrechtelijke rechtspersonen, maar maken een deel uit een
privaatrechtelijke rechtspersonen.
- Uitbreiding, omdat openbaar bestuur niet kan volstaan met de a-organen
- Openbaar gezag= de bevoegdheid om eenzijdig de rechtspositie van de burger vast te stellen
-> apk keuring, college van beroep voor de examens van de VU
Verschil tussen a-orgaan en b-orgaan:
- A-orgaan: voor al het handelen van het orgaan
- B-orgaan: alleen voor zover het orgaan de bestuurlijke taak uitvoer (dus voor zover de
stichting subsidies verstrekt, of voor zover een garage)
- Publiekrechtelijke handelingen; art. 123 Gw: moet wel bij de wet worden ingericht.
- Privaatrechtelijke handelingen: VB stichting: hoeft niet bij wet te worden ingericht maar door
middel van een notariële akte.
zelfstandig bestuursorgaan -> kader zbo -> p. 3519
- Voeren zelfstandig een bestuurstaak uit op het niveau van de centrale overheid en zijn
daarbij niet hiërarchisch ondergeschikt aan de minister
o Heeft openbaar gezag gekregen bij of krachtens de wet (amvb of ministeriele
regelingen). NB: De minister is wel verantwoordelijk voor het toezicht op het beleid
van het zbo (maar kan geen individuele aanwijzingen geven)