Hoofdstuk 6
6.1 Filosofisch debat over het machtsdilemma
Confucius:
Grondlegger van de politieke filosofie van het confucianisme.
Sommige mensen zijn moreel hoogstaander dan anderen Dat zijn de mensen die
optimaal rekening houden met de medemens, rechtvaardig zijn, wijsheid bezitten en
hun plicht doen ‘Edelen’ Deze mensen stippelen ‘de Weg’ uit, die anderen
volgen.
Moreel hoogstaande samenleving met weinig onrust Meest edele persoon moest
vorst worden Daarna mensen die iets minder hoogstaand zijn (ministers) Volk
geen inspraak, ministers op bepaalde manier wel.
Lao Zi:
Grondlegger van de politieke filosofie van het daoïsme.
Ideale bestuurder legt zo min mogelijk regels op voor de mensen Ideale vorst geeft
zijn volk zo veel mogelijk ruimte Iedereen kan zijn eigen spontaniteit ontdekken.
In de samenleving ontstaat een spontane orde Als iedereen zichzelf is, zit namelijk
niemand elkaar in de weg.
6.2 Internationale vergelijking
, Extreem-links Links Centrum Rechts Extreem-rechts
Inspraak Kiesrecht Daadkracht
Basisdemocratie Directe Parlementaire Presidentiële Dictatuur
democratie democratie democratie
Basisdemocratie = Inspraak voor iedereen Maar heeft praktische grenzen en komt ook
niet in een heel land voor, maar meer in kleinere gemeenschappen.
Directe democratie = Mensen kunnen zoveel mogelijk rechtstreeks invloed uitoefenen op
politieke beslissingen.
Parlementaire democratie = Door het volk gekozen volksvertegenwoordigers nemen in
parlement politieke besluiten.
Presidentiële democratie = Volk kiest een parlement en president Verschilt hoeveel macht
deze president heeft Daadkracht komt meer naar voren, omdat er veel macht bij één
persoon ligt.
Dictatuur = Eén persoon of een overheersende politieke partij aan de macht.
6.3 Geschiedenis