Biologie Toetsweek: Veelvormig leven
H25.1 t/m 25.4
H26
H25 Ordening
Para 1:
Soort: groep organismen die onderling kan voortplanten en die vruchtbare nakomelingen
voortbrengt.
-> Een door de natuur begrensde eenheid: de mogelijkheid om al dan niet nakomelingen te
verwekken, geeft precies de grenzen aan.
Ecosysteem: min of meer duidelijk begrensd gebied waarin de abiotische en biotische
factoren een kenmerkende eenheid vormen.
Alle individuen van dezelfde soort die in een ecosysteem een voortplantingsgemeenschap
vormen, behoren tot een populatie.
Populatie: groep individuen van een soort die in een bepaald gebied een
voortplantingsgemeenschap vormt.
Er kunnen individuen migreren en zich vestigen in een andere populatie van dezelfde soort.
Binaire nomenclatuur: naamgeving -> Latijnse namen
1. Welk geslacht
2. Welke soort
3. Soms ondersoorten
Grenzen:
Individuen kunnen veel op elkaar lijken, maar toch bij verschillende soorten horen.
Ze kunnen ook nauwelijks op elkaar lijken, maar van dezelfde soort zijn.
Biologen zien soorten niet als een statische, onveranderlijke eenheid. Het kan na een
tijd veranderen.
Para 2:
, Bij ordening start je met de algemene kenmerken en eindig je met de specifiekere
kenmerken. Zo zijn organismen in de 18e eeuw ook geordend.
Soortnaam: wetenschappelijke naam van een individu, bestaat uit minimaal 2 namen:
geslachts- en soortnaam. -> Carolus Linnaeus : verdeelde organismen in rijken.
Taxon: eenheid in de taxonomie
Para 3:
Biologen letten bij ordenen ook op de evolutionaire verwantschap. Deze wetenschap binnen
de systematiek heet de fylogenetische systematiek genoemd.
> Die reconstrueert verwantschappen en afstamming van soorten.
Dit is een cladogram. Je ziet dat de chimpansee het nauwst verwant is met de mens. Deze staan het
dichtst bij de mens in de evolutie.
Soorten die van een gezamenlijke voorouder afstammen, hebben een gemeenschappelijk bouwplan,
waarvan een deel in de loop van de evolutie een andere functie en vorm kan hebben gekregen.
> Homologe organen: organen met een gemeenschappelijk bouwplan, maar uiteenlopende
vormen en functies.
H25.1 t/m 25.4
H26
H25 Ordening
Para 1:
Soort: groep organismen die onderling kan voortplanten en die vruchtbare nakomelingen
voortbrengt.
-> Een door de natuur begrensde eenheid: de mogelijkheid om al dan niet nakomelingen te
verwekken, geeft precies de grenzen aan.
Ecosysteem: min of meer duidelijk begrensd gebied waarin de abiotische en biotische
factoren een kenmerkende eenheid vormen.
Alle individuen van dezelfde soort die in een ecosysteem een voortplantingsgemeenschap
vormen, behoren tot een populatie.
Populatie: groep individuen van een soort die in een bepaald gebied een
voortplantingsgemeenschap vormt.
Er kunnen individuen migreren en zich vestigen in een andere populatie van dezelfde soort.
Binaire nomenclatuur: naamgeving -> Latijnse namen
1. Welk geslacht
2. Welke soort
3. Soms ondersoorten
Grenzen:
Individuen kunnen veel op elkaar lijken, maar toch bij verschillende soorten horen.
Ze kunnen ook nauwelijks op elkaar lijken, maar van dezelfde soort zijn.
Biologen zien soorten niet als een statische, onveranderlijke eenheid. Het kan na een
tijd veranderen.
Para 2:
, Bij ordening start je met de algemene kenmerken en eindig je met de specifiekere
kenmerken. Zo zijn organismen in de 18e eeuw ook geordend.
Soortnaam: wetenschappelijke naam van een individu, bestaat uit minimaal 2 namen:
geslachts- en soortnaam. -> Carolus Linnaeus : verdeelde organismen in rijken.
Taxon: eenheid in de taxonomie
Para 3:
Biologen letten bij ordenen ook op de evolutionaire verwantschap. Deze wetenschap binnen
de systematiek heet de fylogenetische systematiek genoemd.
> Die reconstrueert verwantschappen en afstamming van soorten.
Dit is een cladogram. Je ziet dat de chimpansee het nauwst verwant is met de mens. Deze staan het
dichtst bij de mens in de evolutie.
Soorten die van een gezamenlijke voorouder afstammen, hebben een gemeenschappelijk bouwplan,
waarvan een deel in de loop van de evolutie een andere functie en vorm kan hebben gekregen.
> Homologe organen: organen met een gemeenschappelijk bouwplan, maar uiteenlopende
vormen en functies.