Week 1
Een risico is de mogelijkheid dat zich een gebeurtenis voordoet in een bepaalde periode en situatie
die een negatief effect heeft waardoor de organisatie verhinderd kan worden of dat de waarde van
de organisatie haar waarde verminderd.
Bedrijfseconomisch betekent dat dat er kans is op verlies.
Een risico is kans x gevolg. Iets kan bijvoorbeeld een kleine kans hebben, maar een heel groot gevolg
(denk aan een aardbeving Japan. Kans is klein, gevolg is groot).
- Wat is de oorzaak?
- Wat is het incident? En in welke mate?
- Wat is het gevolg?
[Momenteel vinden verzekeringsmaatschappijen het heel moeilijk om cyberrisico’s te verzekeren]
Soorten risico’s
Dynamische risico’s (denk aan ondernemingsrisico’s – een nieuw product verkoopt niet goed)
- Worden bewust opgeroepen
- Niet te verzekeren
- Kans op verlies maar ook winst
- Denk aan investeringsrisico, marktrisico en beleggingsrisico
Statische risico’s
- Zijn ongewenst
- Alleen kans op verlies
- In principe wel te verzekeren
- Denk aan brand, inbraak en aansprakelijkheid
Risicocategorieën
Risico’s structureren en onder brengen in groepen. Dit om alle risico’s goed in beeld te kunnen
brengen.
Interne risico’s
- Activiteiten
- Middelen
- Mensen
- Etc.
Externe risico’s
- Economie
- Markt
- Politiek
- Natuur
- Etc.
Bij scholen is een risico FRAUDE! Fraude kan imagoschade veroorzaken – reputatieverlies is het
grootste risico voor een organisatie.
Omvang van risico’s
Je kijkt eerst naar wat de impact zou zijn op de organisatie. Grote schade? Kleine schade?
Dan kijk je hoe belangrijk het is om het risico te beheersen.
Als laatst moet je kijken wat je belangrijk vindt om te beheersen. Prioriteiten stellen.
, Er spelen meerde factoren bij het bepalen welke risico je als eerst wilt beschermen. Is de impact
groot? Kun je het risico verzekeren? Kun je het risico dragen?
Classificatie
- Groot risico: bedreigend voor de continuïteit van de onderneming het risico is zo groot dat
de onderneming mogelijk niet meer zal bestaan. Denk aan waarde (te weinig inkomsten).
- Middelgroot risico: is niet continuïteitsbedreigend maar reduceert de rentabiliteit het
risico zorgt ervoor dat je een groot deel van je waarde/inkomsten kwijt raakt.
- Klein risico: kan worden gefinancieerd uit lopende middelen.
- Bagatelrisico: dit is verwaarloosbaar. Een heel minuscuul risico.
Casus
- Mensen gaan massaal bij jou boeken kopen. Als je niet genoeg op voorraad hebt, kun je niet
meer verkopen. Of men moet lang wachten, wat je imago kan schaden, of men wilt hun geld
terug en zal minder geneigd zijn om weer bij je te kopen. Dit kan de winst verminderen, maar
kan ook je imago schaden. Dit is een interne risico. Dit is een middelgroot risico, omdat het
niet continuïteitsbedreigend is maar wel als gevolg kan hebben dat de winst minder zal zijn.
- Kan de website de capaciteit wel aan als er in 1 keer zoveel mensen gebruik van maken?
Website gaat plat, waardoor mensen die de site willen bezoeken er niet bij kunnen komen en
naar een andere aanbieder gaan. Zo loop je klanten mis. Dit is een interne risico. Dit is een
groot/middelgroot risico, afhankelijk van hoe de noodprocedures zijn geregeld.
- Reputatieschade, loyaliteitsverlies!
- De bank laten weten dat je mogelijk meer geld nodig hebt voor investeringsmogelijkheden
(markt).
- Een kans is dat jij voortaan de eerste bent waar men aan denkt om boeken aan te schaffen.
Dit kan jou een goede reputatie geven. Hierdoor kun je meer winst behalen en zal de waarde
van je onderneming omhoog gaan.
Stappenplan
1. Welke risico’s?
2. Welke categorieën?
3. Hoe te classificeren?
4. Hoe ga je de risico’s in kaart brengen?
5. Welk risico heeft potentieel de meeste impact?
6. Is hier sprake van dynamische of statische risico’s?
Een risico is de mogelijkheid dat zich een gebeurtenis voordoet in een bepaalde periode en situatie
die een negatief effect heeft waardoor de organisatie verhinderd kan worden of dat de waarde van
de organisatie haar waarde verminderd.
Bedrijfseconomisch betekent dat dat er kans is op verlies.
Een risico is kans x gevolg. Iets kan bijvoorbeeld een kleine kans hebben, maar een heel groot gevolg
(denk aan een aardbeving Japan. Kans is klein, gevolg is groot).
- Wat is de oorzaak?
- Wat is het incident? En in welke mate?
- Wat is het gevolg?
[Momenteel vinden verzekeringsmaatschappijen het heel moeilijk om cyberrisico’s te verzekeren]
Soorten risico’s
Dynamische risico’s (denk aan ondernemingsrisico’s – een nieuw product verkoopt niet goed)
- Worden bewust opgeroepen
- Niet te verzekeren
- Kans op verlies maar ook winst
- Denk aan investeringsrisico, marktrisico en beleggingsrisico
Statische risico’s
- Zijn ongewenst
- Alleen kans op verlies
- In principe wel te verzekeren
- Denk aan brand, inbraak en aansprakelijkheid
Risicocategorieën
Risico’s structureren en onder brengen in groepen. Dit om alle risico’s goed in beeld te kunnen
brengen.
Interne risico’s
- Activiteiten
- Middelen
- Mensen
- Etc.
Externe risico’s
- Economie
- Markt
- Politiek
- Natuur
- Etc.
Bij scholen is een risico FRAUDE! Fraude kan imagoschade veroorzaken – reputatieverlies is het
grootste risico voor een organisatie.
Omvang van risico’s
Je kijkt eerst naar wat de impact zou zijn op de organisatie. Grote schade? Kleine schade?
Dan kijk je hoe belangrijk het is om het risico te beheersen.
Als laatst moet je kijken wat je belangrijk vindt om te beheersen. Prioriteiten stellen.
, Er spelen meerde factoren bij het bepalen welke risico je als eerst wilt beschermen. Is de impact
groot? Kun je het risico verzekeren? Kun je het risico dragen?
Classificatie
- Groot risico: bedreigend voor de continuïteit van de onderneming het risico is zo groot dat
de onderneming mogelijk niet meer zal bestaan. Denk aan waarde (te weinig inkomsten).
- Middelgroot risico: is niet continuïteitsbedreigend maar reduceert de rentabiliteit het
risico zorgt ervoor dat je een groot deel van je waarde/inkomsten kwijt raakt.
- Klein risico: kan worden gefinancieerd uit lopende middelen.
- Bagatelrisico: dit is verwaarloosbaar. Een heel minuscuul risico.
Casus
- Mensen gaan massaal bij jou boeken kopen. Als je niet genoeg op voorraad hebt, kun je niet
meer verkopen. Of men moet lang wachten, wat je imago kan schaden, of men wilt hun geld
terug en zal minder geneigd zijn om weer bij je te kopen. Dit kan de winst verminderen, maar
kan ook je imago schaden. Dit is een interne risico. Dit is een middelgroot risico, omdat het
niet continuïteitsbedreigend is maar wel als gevolg kan hebben dat de winst minder zal zijn.
- Kan de website de capaciteit wel aan als er in 1 keer zoveel mensen gebruik van maken?
Website gaat plat, waardoor mensen die de site willen bezoeken er niet bij kunnen komen en
naar een andere aanbieder gaan. Zo loop je klanten mis. Dit is een interne risico. Dit is een
groot/middelgroot risico, afhankelijk van hoe de noodprocedures zijn geregeld.
- Reputatieschade, loyaliteitsverlies!
- De bank laten weten dat je mogelijk meer geld nodig hebt voor investeringsmogelijkheden
(markt).
- Een kans is dat jij voortaan de eerste bent waar men aan denkt om boeken aan te schaffen.
Dit kan jou een goede reputatie geven. Hierdoor kun je meer winst behalen en zal de waarde
van je onderneming omhoog gaan.
Stappenplan
1. Welke risico’s?
2. Welke categorieën?
3. Hoe te classificeren?
4. Hoe ga je de risico’s in kaart brengen?
5. Welk risico heeft potentieel de meeste impact?
6. Is hier sprake van dynamische of statische risico’s?