Boek: geschiedenis & samenleving
Hoofdstuk 4
Tijd van steden en staten 1000-1500
- Opkomst van handel en ontstaan van steden
- Opkomst van stedelijke burgerij en toenemende zelfstandigheid van steden
4.1
Aan het begin van de tijd van steden en staten bestaat de erfenis van Karel de Grote en zijn
zonen uit 2 grote staten in Europa Westenfrankenland en Oostenfrankenland. Schelde is de
grensrivier.
Westfrankland ontwikkelt zich tot het koninkrijk Frankrijk en Oostfrankenland tot het Duitse
keizerrijk beide hebben het leenstelsel (feodale stelsel).
De leenmannen gedragen zich steeds zelfstandiger en gaan hun grond als privégrond
beschouwen. Leenmannen willen vergroting van hun grond door verovering, aankoop en
huwelijken. Ze ontwikkelen een eigen bestuur en rechtspraak, eigen munten en eigen
rechten.
Nederland lijkt in deze tijd meer op het huidige Nederland. Texel is een eiland geworden,
Holland en Zeeland zijn onder water en Flevomeer is uitgegroeid tot Zuiderzee. De
Elisabethvloed is verantwoordelijk voor het ontstaan van de Biesbosch.
Bisschop van Utrecht (sticht) als wereldrijk leider de machtigste leenman-vorst, ook
leenman van Oversticht (Overijssel, Drenthe en Groningen).
De keizer verbiedt in 1122 nog bisschoppen te benoemen keizer verliest belangstelling
voor leenman in Utrecht.
Groningen en Friesland geen vorst, aantal machtige edelen: hoofdelingen. Bouwen
versterkte huizen. In Friese gebied stinsen en in Groningse gebied borgen.
Gelre graafschap met als belangrijkste steden Arnhem, Nijmegen en Zutphen. Graaf heeft
flinke inkomsten uit de Rijntol bij Lobith. Er wonen veel ridders.
Brabant hertogdom met als belangrijkste steden Leuven, Brussel, Antwerpen en ’s-
Hertogenbosch. Hertog stimuleert hanen van Antwerpen. Profiteert van e handelsroute van
Keulen naar Antwerpen.
Rondom klooster bij Egmond kerngebied van de graven van Holland. Proberen voortduren
gebied uit te bereiden.
Aan het einde van de 13e eeuw lukt het de graaf Floris V de West-Friezen te onderwerpen. Hij
laat burchten bouwen. Maakte ’s-Gravenhage tot residentie met een paleis, de Riderzaal
en binnenhof, waaromheen zich nederzetting ’s-Gravenhage ontwikkelt. Hij krijgt een conflict
met leenmannen en wordt in 1296 vermoord.
Holland en Zeeland komen in 1428 in bezit van een Frans vorstengeslacht: hertog Filips de
Goede van het Bourgondische huis. Filips de goede slaagt erin om een rijk op te bouwen dat
bestaat uit Luxemburg, Limburg, Brabant, Henegouwen, Artoris, Vlaanderen, Zeeland en
Holland. Hij wordt leenman van de Franse koning en Duitse keizer. E vrij zelfstandige
staatjes worden gewesten van het Bourgondische rijk centralisatie.
Filips maakt Brussel tot hoofdstad. Hij maakt er een gewoonte van om de afgevaardigden van
verschillende gewesten een verzoek of bede te doen om belasting te mogen heffen. Wanneer
deze afgevaardigden bijeenkomen ontstaat er een vergadering van de afgevaardigden van de
verschillende gewesten Staten-Generaal, die in 1464 voor het eerst bijeenkomt in Brugge.
Hoofdstuk 4
Tijd van steden en staten 1000-1500
- Opkomst van handel en ontstaan van steden
- Opkomst van stedelijke burgerij en toenemende zelfstandigheid van steden
4.1
Aan het begin van de tijd van steden en staten bestaat de erfenis van Karel de Grote en zijn
zonen uit 2 grote staten in Europa Westenfrankenland en Oostenfrankenland. Schelde is de
grensrivier.
Westfrankland ontwikkelt zich tot het koninkrijk Frankrijk en Oostfrankenland tot het Duitse
keizerrijk beide hebben het leenstelsel (feodale stelsel).
De leenmannen gedragen zich steeds zelfstandiger en gaan hun grond als privégrond
beschouwen. Leenmannen willen vergroting van hun grond door verovering, aankoop en
huwelijken. Ze ontwikkelen een eigen bestuur en rechtspraak, eigen munten en eigen
rechten.
Nederland lijkt in deze tijd meer op het huidige Nederland. Texel is een eiland geworden,
Holland en Zeeland zijn onder water en Flevomeer is uitgegroeid tot Zuiderzee. De
Elisabethvloed is verantwoordelijk voor het ontstaan van de Biesbosch.
Bisschop van Utrecht (sticht) als wereldrijk leider de machtigste leenman-vorst, ook
leenman van Oversticht (Overijssel, Drenthe en Groningen).
De keizer verbiedt in 1122 nog bisschoppen te benoemen keizer verliest belangstelling
voor leenman in Utrecht.
Groningen en Friesland geen vorst, aantal machtige edelen: hoofdelingen. Bouwen
versterkte huizen. In Friese gebied stinsen en in Groningse gebied borgen.
Gelre graafschap met als belangrijkste steden Arnhem, Nijmegen en Zutphen. Graaf heeft
flinke inkomsten uit de Rijntol bij Lobith. Er wonen veel ridders.
Brabant hertogdom met als belangrijkste steden Leuven, Brussel, Antwerpen en ’s-
Hertogenbosch. Hertog stimuleert hanen van Antwerpen. Profiteert van e handelsroute van
Keulen naar Antwerpen.
Rondom klooster bij Egmond kerngebied van de graven van Holland. Proberen voortduren
gebied uit te bereiden.
Aan het einde van de 13e eeuw lukt het de graaf Floris V de West-Friezen te onderwerpen. Hij
laat burchten bouwen. Maakte ’s-Gravenhage tot residentie met een paleis, de Riderzaal
en binnenhof, waaromheen zich nederzetting ’s-Gravenhage ontwikkelt. Hij krijgt een conflict
met leenmannen en wordt in 1296 vermoord.
Holland en Zeeland komen in 1428 in bezit van een Frans vorstengeslacht: hertog Filips de
Goede van het Bourgondische huis. Filips de goede slaagt erin om een rijk op te bouwen dat
bestaat uit Luxemburg, Limburg, Brabant, Henegouwen, Artoris, Vlaanderen, Zeeland en
Holland. Hij wordt leenman van de Franse koning en Duitse keizer. E vrij zelfstandige
staatjes worden gewesten van het Bourgondische rijk centralisatie.
Filips maakt Brussel tot hoofdstad. Hij maakt er een gewoonte van om de afgevaardigden van
verschillende gewesten een verzoek of bede te doen om belasting te mogen heffen. Wanneer
deze afgevaardigden bijeenkomen ontstaat er een vergadering van de afgevaardigden van de
verschillende gewesten Staten-Generaal, die in 1464 voor het eerst bijeenkomt in Brugge.