1.Inleiding.
Reumatoïde artritis is een ontstekingsproces in het synovium ( gewrichtslijmvlies ) Het verloop is
chronisch er ontstaat Pannus (ontstekingsweefsel) Dit is erg agressief en tast het kraakbeen aan. Er
kan erosie ontstaan (aantasting van het bot.)
2. Epidemiologie ( voorkomen,verspreiding.)
Het is een vrij plotselinge optredende ontsteking van de kleine vingergewrichten, polsgewrichten en
gewrichten in het voorvoet. De klachten zijn vaak symmetrisch ( aan beide kanten.) Dit hoeft in
beging stadium niet altijd zo te zijn. Je spreekt pas over een chronische gewrichtsontsteking als deze
langer dan zes weken bestaan. Verschijnselen: ochtendstijfheid, moe, temp, knagende pijn in het
aangedane zijde.
3. Etiologie ( oorzaak.)
R.A De oorzaak is niet bekend wel is het een auto-immuunziekte. Het ontstaat dus ook door het
afweersysteem zelf. Het heeft als gevolg dat eigenweefsel het synoviale weefsel aantast. Ook is
gebleken dat het een erfelijke factor mee gepaard gaat. Er zijn nog onderzoeken die kijken naar
hormonale factoren. In begin is er nog geen afwijkingen te zien maar binnen een latere stadium wel.
Er beginnen ook afwijkingen te ontstaan buiten de gewrichten om bv.
subcutane Nodulli (Reumaknobbel) op ellebogen, vingers, buitenranden van de oorschelp.
4. pathosfysiologie ( anatomie en fysiologie)
Tijdens de R.A raken de gewrichten aangetast. Dit kan verschillende gevolgen hebben zoals in deze
rode loper beschreven.
, De werking en opbouw van de kleine gewrichten kunnen door ontstekingen belemmerd worden en
gevolgen hebben ten aanzien van de werking. Deze gevolgen zijn vaak van blijvende aard. Therapie
ten aanzien van de functionaliteit van het gewricht is dan heel belangrijk.
5. Symptomatologie
Zwelling rond de gewrichten. Drukpijn van de gewrichtsspleet,
blauwe rode kleur,
verhoogde bloedbezinking,
70 % hebben last van positieve reumafactor in het bloed.
6. Diagnose
1. uitvoeren van een anamnese gesprek waarbij de vragen beantwoord moet worden die -
specifiek met reuma te maken kunnen hebben
2. lichamelijke onderzoek: voelen aan het gewricht of deze ontstoken is.
2. Bloedonderzoek: Kijken naar de ontstekingswaarde en of de R.A factor in het bloed te -
vinden is.
7. Therapie.
Medicamenteuze behandeling:
Deze richt zich op het onderdrukken van de symptomen en op voorkomen van complicaties.
Medicamenteuze behandeling kun je in vijf groepen verdelen.
1. Analgetica: pijnstiller. Bij heftige pijn is de combinatie van paracetamol met codeïne een
betere pijn stiller.
2. NSAID’S. Non Sterionad Anti Inflammatory Drug. Dit zijn niet hormonale ontstekingsremmers.
Ze verminderden pijn en stijfheid en remmen de lichte mate het ontstekingsproces. Ze
werken niet genezend. Ze kennen wel vervelende bijwerkingen zoals maag klachten.
Voorbeeld van het eerste medicijn is, dicofenac, ibuprofen. Nu is er een vernieuwde versie
op de markt die deze klachten minder veroorzaken.
3. DMARD’S Disease Modifying Anti Reumatic Drugs. Lang werkende ontstekingsremmers. Ze
remmen het ontstekingsproces waardoor er minder schade ontstaat aan het gewricht.Meest
voorkomende bijwerkingen zijn darmklachten, nier- en lever stoornissen, afwijkingen in de
bloedaanmaak. Enkele voorbeelden zijn: methotrextaat, sulfasalazine, hydroxchloroquine en
leflunomide.