EBR
HC 4
Agenda
- HvJ 22 februari 2018, C-398/16 (X B.V): per element benadering.
- Voorkoming van dubbele belasting.
- C-319/02 (Manninen).
- Cadbury Schweppes: wat is misbruik?
Het Hof heeft beslist conform de mening van Vleggeert (zie werkgroep 3). NL heeft dik
verloren. Dat betekent dat wij art. 10a Vpb in een paar grensoverschrijdende situaties niet
langer mogen toepassen, namelijk niet in die situaties waar de belastingplichtige zich
beroept op de per element benadering. De staatssecretaris vindt dat niet leuk. De
staatssecretaris heeft dus nu een wetsvoorstel aangekondigd met terugwerkende kracht naar
25 oktober 2017. In dat wetsvoorstel zullen voor een aantal bepalingen, waaronder art. 10a
Vpb, worden bepaald dat die moeten toegepast alsof het fiscale eenheid regime geen
toepassing heeft. Dus dat betekent dat je een aantal bepalingen stand alone moet gaan
toepassen. Daarnaast kondigt de staatssecretaris ook een herziening van het regime aan. Hij
zegt dat hij daarbij zal afstappen van de consolidatie gedachte.
Per element benadering: C-398/16 (X B.V.) (1)
- Vereenvoudigde casus.
- Rente is niet aftrekbaar o.g.v. art 10a Vpb (2004-
versie).
- X BV beroept zich op de per element benadering van
C-386/14 (Groupe Steria).
Wat was de casus? Wat is hier aan de hand? Je ziet
hier een vereenvoudigde casus. We hebben
moedervennootschap in Zweden met een dochter in
NL. De moeder in Zweden heeft daarnaast al een 72%
belang in Italië 2. De resterende 28% van de aandelen
zijn beursgenoteerd en het Zweedse concern wil het
28%-pakket van de beurs halen. Wat gebeurt er dan?
Daartoe wordt een speciale Italiaanse dochter opgericht (Italië 1) door de NL dochter. Italië 1
gaat dan het 28%-pakket kopen, aandelen van de beurs halen. Hoe loopt de geldstroom? Het
geld om dat te doen, zit in Zweden bij de moeder. De Zweedse moeder verstrekt een lening
aan de NL dochter. De NL dochter doet een kapitaalstorting in Italië 1. Italië 1 heeft dan het
geld om die 28% van de aandelen te kopen. Dit is de structuur waar het om gaat. Dit speelt
zich af in 2004. De bedoeling hiervan is dat dividenden onder de deelnemingsvrijstelling naar
boven kunnen stromen, van Italië naar NL, en tegelijkertijd is het de bedoeling dat NL de
rente die zij verschuldigd zijn op de lening aan de Zweedse moeder in aftrek kan brengen.
Wat is dan het probleem? Want de rente wordt toch gewoon in Zweden in de heffing
betrokken tegen normaal tarief? Nou, er waren grote verliezen in Zweden. De rente kan dus
onbelast worden geïncasseerd, worden gebruikt om af te zetten tegen Zweedse verliezen. Als
dit werkt, is dit voor concerns dus een behoorlijk fiscale efficiënte manier om die acquisitie te
doen. Er wordt een renteaftrek gecreëerd in NL waar geen compenserende heffing tegenover
HC 4
Agenda
- HvJ 22 februari 2018, C-398/16 (X B.V): per element benadering.
- Voorkoming van dubbele belasting.
- C-319/02 (Manninen).
- Cadbury Schweppes: wat is misbruik?
Het Hof heeft beslist conform de mening van Vleggeert (zie werkgroep 3). NL heeft dik
verloren. Dat betekent dat wij art. 10a Vpb in een paar grensoverschrijdende situaties niet
langer mogen toepassen, namelijk niet in die situaties waar de belastingplichtige zich
beroept op de per element benadering. De staatssecretaris vindt dat niet leuk. De
staatssecretaris heeft dus nu een wetsvoorstel aangekondigd met terugwerkende kracht naar
25 oktober 2017. In dat wetsvoorstel zullen voor een aantal bepalingen, waaronder art. 10a
Vpb, worden bepaald dat die moeten toegepast alsof het fiscale eenheid regime geen
toepassing heeft. Dus dat betekent dat je een aantal bepalingen stand alone moet gaan
toepassen. Daarnaast kondigt de staatssecretaris ook een herziening van het regime aan. Hij
zegt dat hij daarbij zal afstappen van de consolidatie gedachte.
Per element benadering: C-398/16 (X B.V.) (1)
- Vereenvoudigde casus.
- Rente is niet aftrekbaar o.g.v. art 10a Vpb (2004-
versie).
- X BV beroept zich op de per element benadering van
C-386/14 (Groupe Steria).
Wat was de casus? Wat is hier aan de hand? Je ziet
hier een vereenvoudigde casus. We hebben
moedervennootschap in Zweden met een dochter in
NL. De moeder in Zweden heeft daarnaast al een 72%
belang in Italië 2. De resterende 28% van de aandelen
zijn beursgenoteerd en het Zweedse concern wil het
28%-pakket van de beurs halen. Wat gebeurt er dan?
Daartoe wordt een speciale Italiaanse dochter opgericht (Italië 1) door de NL dochter. Italië 1
gaat dan het 28%-pakket kopen, aandelen van de beurs halen. Hoe loopt de geldstroom? Het
geld om dat te doen, zit in Zweden bij de moeder. De Zweedse moeder verstrekt een lening
aan de NL dochter. De NL dochter doet een kapitaalstorting in Italië 1. Italië 1 heeft dan het
geld om die 28% van de aandelen te kopen. Dit is de structuur waar het om gaat. Dit speelt
zich af in 2004. De bedoeling hiervan is dat dividenden onder de deelnemingsvrijstelling naar
boven kunnen stromen, van Italië naar NL, en tegelijkertijd is het de bedoeling dat NL de
rente die zij verschuldigd zijn op de lening aan de Zweedse moeder in aftrek kan brengen.
Wat is dan het probleem? Want de rente wordt toch gewoon in Zweden in de heffing
betrokken tegen normaal tarief? Nou, er waren grote verliezen in Zweden. De rente kan dus
onbelast worden geïncasseerd, worden gebruikt om af te zetten tegen Zweedse verliezen. Als
dit werkt, is dit voor concerns dus een behoorlijk fiscale efficiënte manier om die acquisitie te
doen. Er wordt een renteaftrek gecreëerd in NL waar geen compenserende heffing tegenover