ANATOMIE
De pharynx en cavum oris komen bij ademhaling en spijsvertering voor.
Speekselklieren
Speekselklieren worden autonoom bestuurt.
We hebben super veel speeksel klieren maar de grootste is:
Glandula parotis (oorspeekselklier) is de grootste speekselklier.
De gld. sublingualis is de kleinste van de 3 boven genoemde. (Ligt aan weerszijde van de
tong).
Cavum oris (mondholte)
1. Lingua (glossus): tong
2. Isthmus: keelgat
3. Uvula: huig (sluit neusholte af bij eten)
4. Arcus palatopharyngeus: achterste of mediale
verhemelteboog (m. palatopharyngeus), deze gaat naar de pharynx.
5. Arcus palatoglossus voorste of laterale verhemelteboog (m.
palatoglossus), deze gaat naar de tong.
6. Tonsil: keelamandel
,Gaster (maag)
De maag is een spierwand. De omgeving in de maag is zuur.
Je maag wordt hierdoor beschermd door het slijmvlies aan
de binnenkant.
Gaster (maag) contouren:
1. Curvutura minor
2. Curvutura major
3. Cardia (ligt dicht bij het hart)
4. Fundus (het blinde gedeelte)
5. Corpus (grootste gedeelte)
6. Anthrum pyloris
7. Pyloris (portier)
Op het moment dat het corpus gevuld is krijg je een prikkel
om te stoppen met eten.
Slokdarm gaat door het diafragma.
Er zijn 2 plekken waarbij voedsel soms vast zit in de slokdarm:
1. Op de hoogte van de larynx
2. En waar die het diafragma doorboord.
Lever steekt beetje uit in de thorax het is de grootste inwendige orgaan.
, Weg die wordt afgelegd door voedsel
1. Oesophagus (slokdarm)
2. Gaster (maag)
3. Dunne darm (intestinum tenue): duodenumjejunumileum (sluit aan op colon)
4. Dike darm (colon): colon ascends colon transversus colon descendens colon
sigmoideus (s- vormig).
5. Rectum (endeldarm)
6. Canalis analis
Duodenum
- Eerste stukje van de dunne darm.
- Lever en alvleesklier (pancreas) geven hier hun
sappen af.
- Leversappen kunnen worden opgeslagen in
galblaas. Doordat stoffen in galblaas heel erg
gemineraliseerd zijn kan het snel neerslaan en
ontstaan galstenen.
- Zonder galblaas heb je constante stroom van
galsappen in je duodenum.
1. Ductus hepaticus: verbind lever met galblaas.
2. Vesica fellea: galblaas
3. Ductus choledochus verbindt galblaas met duodenum
4. Ductus parcreatcius verbindt pancreas met duodenum
5. Ampulla hepatico-parcreaticus plek waar 3 en 4 samenkomen en het duodenum in
gaat.
Colon ascendens bestaat ook nog uit
- Ceacum (coecum): blindedarm
- Appendix vermiformis
Het abdomen is bekleed met buikvlies (peritoneum)
- Peritoneum parietalis: bekleed de buikholte
- Peritoneum visceralis: bekleed een aantal organen
- Het peritoneum bevat veel bloedvaten lymfevaten en zenuwen die in de vouwbladen
aanwezig zijn. Het peritoneum fungeert dus als een structuur om andere digestieve
organen te bereiken.
- De dubbel vouwbladen bieden routes voor bloedvaten, lymfevaten en zenuwen om
de spijsverteringsorganen te bereiken, houden organen op hun plaats en slaan vet op.
Sommige structuren zitten achter die blad die kunnen niet bewegen en andere zijn omgeven
door dit blad die kunnen wel ‘’bewegen’’.
Dus, het zijn dubbelbladen waardoor de organen vastzitten aan de achterwand van het
abdomen.
Intra peritoneaal: omgeven door peritoneum (kunnen redelijk bewegen)
Retroperitoneaal: achter het peritoneum en dus vast aan rugzijde.
NOTE: de volgende structuren liggen om en om intra/retro peritoneaal: