Oefenopgaves
Oefenopgave 1:
a. Recht van amendement
b. Vragenrecht
c. Motie
d. Budgetrecht
e. Recht van interpellatie
Oefenopgave 2:
Regering, want alleen een regering heeft een staatshoofd.
Oefenopgave 3: Het socialisme, want die staan ervoor dat ieder gelijk is en gelijke kansen
heeft. Doordat het openbaar vervoer betaald wordt door de overheid zou ieder een gelijke
kans heeft om zichzelf zo te vervoeren
Oefenopgave 4: Christendemocratie, want hij vind dat de samenleving er verantwoordelijk
over is
Oefenopgave 5: Liberalisme, want hij geeft aan dat ieder persoon verantwoordelijk is voor
zichzelf
Parate- Kennisvragen
1 Dat betekend dat het volk ook zeggenschap heeft in politieke zaken
2 Verkiezingen, Referendum, alle burgers zijn voor de wet gelijk
3 Rechtsstaat, constitutie
4 In dit stelsel krijgt iedere partij het aantal zetels, evenredig aan het aantal
stemmen dat op de partij is uitgebracht
5 Omdat er dan meerdere partijen het woord hebben en kunnen vergaderen
over wetten/ideeën
6 De informateur informeert alleen nog welke partijen het beste bij elkaar
kunnen vormen, en de formateur is de doener.
7 Derde dinsdag van September
8 Staten-Generaal