Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting repeteervragen Inleiding Recht (zonder ondernemingsrecht, burgerlijk procesrecht en Europees en internationaal recht). Verder zeer compleet.

Rating
3.7
(3)
Sold
6
Pages
71
Uploaded on
05-03-2018
Written in
2015/2016

Een zeer complete samenvatting voor het vak Inleiding Recht. Omvat alle rechtsgebieden op ondernemingsrecht, burgerlijk procesrecht en Europees en internationaal recht na. Deze vakken kwamen (misschien toevallig) ook niet echt aan bod tijdens mijn examen Inleiding Recht voor de opleiding Hbo Security Management.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Repeteervragen Inleiding recht
Zonder: ondernemingsrecht (7), burgerlijk procesrecht (8), Europees
en internationaalrecht (12)
Hoofdstuk 1 Inleiding

1. Noem vier functies van het recht en leg uit wat daaronder wordt verstaan.

Normatieve functie: gedragsregels waarvan nagenoeg iedereen vindt dat ze moeten worden
nageleefd.

Geschil oplossende functie: in westerse cultuur is eigenrichting verboden (adagium, oog om oog tand
om tand) dus de rechterlijke macht oordeelt of iemand moet worden gestraft en via welke procedure
dit gaat.

Additionele functie: een additionele functie betekent aanvullende functie van het recht: het biedt een
rechtsregel als partijen vergeten zijn op een bepaald punt afspraken te maken, hebben zij dit wel
gedaan dan gaat die afspraak overigens voor.

Instrumentele functie: op sommige onderwerpen hakt de wet de knoop door, zo doen wij het en niet
anders. Bijvoorbeeld in het verkeersrecht, rood is stoppen en groen is gaan, hier kunnen mensen
geen onderlinge afspraken over maken. Deze vorm van recht is de laatste decennia steeds
belangrijker geworden.

2. Welke rechtsbronnen kennen we in Nederland?

De wet, het verdrag, jurisprudentie en gewoonterecht.

3. Geef twee andere termen voor burgerlijk recht.

Burgerlijk recht heet ook wel civielrecht of privaatrecht.

4. Geef een definitie van het burgerlijk recht.

Het vermogensrecht omvat alle regelingen met betrekking tot de op geld waardeerbare handelingen
tussen particulieren (inclusief de overheid als particulier).

5. In welke rechtsgebieden valt het burgerlijk recht uiteen?

Het burgerlijk recht valt uiteen in twee gebieden , het personen en familierecht en het
vermogensrecht.


6. Geef een omschrijving van ondernemingsrecht.

Recht dat betrekking heeft op alle regels die verband houden met het uitoefenen van een bedrijf en
activiteiten in club-en teamverband.

,7. Geef een omschrijving van strafrecht.

Recht waarbij de staat doormiddel van het openbaar ministerie actief optreedt teneinde normen via
sancties af te dwingen van burgers.

8. Geef een omschrijving van staatsrecht.

Recht dat wijze regelt waarop het Nederlandse staatsbestel vorm wordt gegeven en de invloed die de
burgers daarop kunnen uitoefenen.

9. Geef een omschrijving van het bestuursrecht.

Recht dat betrekking heeft op de mogelijkheden die de staat heeft om regulerend op te treden ten
aanzien van het maatschappelijk leven.

11. Noem vier organen die in Nederland wetgevende macht bezitten.

Eerste Kamer der staten generaal, Tweede Kamer der staten generaal, en de regering.

12. Wat is het verschil tussen een wet in formele zin en een wet in materiele zin?

Wet in formele zin: ieder besluit dat tot stand is gekomen op grond van samenwerking tussen
regering en Staten-Generaal.

Wet in materiele zin: ieder besluit dat gericht is tot een onbepaald aantal en dus niet bij name
genoemde personen. Dit besluit moet natuurlijk afkomstig zijn van een daartoe bevoegd
overheidsorgaan.

13. Wat is een verdrag?

Een verdrag is een overeenkomst tussen twee of meer staten. Een verdrag kan zijn bilateraal (tussen
twee staten) of multilateraal (tussen meer dan twee staten).

14. Geef een ander woord voor jurisprudentie

Rechtspraak; beslissingen afkomstig van een rechter of rechtscollege.

15. Waarom wordt jurisprudentie tot de rechtsbronnen gerekend?

Omdat het een uitspraak is van een rechter.

16. Wat is een interpretatie methode?

Een interpretatiemethode is een hulpdienst dat ten diensten staat aan de rechter teneinde een vaag
woord of vage zinsnede nader uit te leggen. Voorbeelden zijn de grammaticale, wetshistorische,
anticiperende, de rechtsvergelijkende, de systematische en de teleologische interpretatiemethode.

17.Noem twee redeneerwijzen van de rechter en geef aan wat daaronder wordt verstaan.

Een redeneerwijze is een bepaalde manier van denken om tot een bepaalde uitspraak te komen.
De twee bekendste manieren zijn redeneren zijn de a-contrarioredenering en de redenering naar
analogie. Bij de a-contrarioredenering gaat de rechter uit van dat een bepaalde rechtsregel niet van

,toepassing is, omdat die rechtsregel uitsluitend geschreven is voor de gevallen die uitdrukkelijk in die
regel worden genoemd. Bij redenering naar analogie breid de rechter de rechtsregel wel uit.

18. Wanneer is een gewoonteregel een rechtsregel?

Als de bevolkingsgroep naar dit ongeschreven recht handelt en het als een rechtsplicht ziet om deze
regels op te volgen. Alleen als er aan deze twee voorwaarden is voldaan dan wordt gewoonterecht
een rechtsregel.

19. Wat is materieelrecht?

Materieelrecht is recht dat betrekking heeft op wat men mag en niet mag, welke rechten en welke
verplichtingen men heeft (geboden en verboden).

20. Geef een ander woord voor formeel recht. Wat wordt onder formeel recht verstaan?

Procesrecht. Het formele recht heeft betrekking op het recht van procederen het gaat daarbij om
vragen als: bij welke rechter moet ik zijn, hoe moet er worden geprocedeerd, welke termijnen
moeten in acht worden genomen?

21. Bevat een wet in formele zin altijd formeel recht?

Wetten in formele zin kunnen zowel materieel (inhoudelijk) recht als formeel (proces) recht bevatten.

22. Bevat een wet in materiele zin altijd materieel recht?

Nee een wet in materiele zin kan ook formeelrecht bevatten.

23. Wat is het verschil tussen dwingend en aanvullend recht?

Aanvullend recht waarvan burgers mogen afwijken en geld alleen wanneer partijen over het
desbetreffende niets afgesproken hebben. Dwingend recht mogen burgers niet van afwijken en als zij
dit toch doen dan zijn de gewone wettelijke regels van toepassing.

24. Hoe kan men erachter komen of een wet van dwingend of aanvullend recht is?

Als het werkwoord moeten in het wetsartikel staat is het van dwingende aart en als er staat kunnen is
het van aanvullende aart.




25. Wat is het verschil tussen objectief en subjectief recht?

Objectief recht is positief recht, het recht dat uit de geldende rechtsbronnen wet, verdrag,
jurisprudentie en gewoonte voortvloeit.

Subjectief recht is recht dat individuen in concreto bezitten omdat het objectieve recht dit met zoveel
woorden verklaard.

, 26. Welke rechtsgebieden worden traditioneel tot het privaatrecht, welke tot het publiekrecht
gerekend?

Privaatrecht: personen familierecht, vermogensrecht, burgerlijk procesrecht en ondernemingsrecht.

Publiekrecht: staatsrecht, bestuursrecht en het straf (proces) recht.

Hoofdstuk 2 Overeenkomsten

1. Geef een ander woord voor obligatoire overeenkomst

Verbintenisscheppende overeenkomst, dit is een afspraak tussen twee of meer personen waaruit een
of meer verbintenissen (rechten en plichten) voortkomen.

3. Wat is een wederkerige overeenkomst?

Een wederkerige overeenkomst is een overeenkomst waarbij beide partijen ten minste zowel een
recht verkrijgen als een plicht op zich nemen. Bijvoorbeeld een koopovereenkomst, of
huurovereenkomst.

4. Wat is een eenzijdige overeenkomst?

Een eenzijdige overeenkomst is een overeenkomst waaruit een verbintenis voortvloeit en waarbij dus
de ene partij een recht krijgt en de andere partij een plicht heeft. Bijvoorbeeld een
schenkingsovereenkomst.

5. Wat is een verbintenis? Welke verbintenissen vloeien er voor wie voort uit een huurovereenkomst?

Een verbintenis wordt doorgaans gedefinieerd als een rechtsbetrekking tussen twee of meer partijen,
op grond waarvan de ene persoon tegenover de ander tot handelen of nalaten verplicht is, terwijl die
ander recht heeft op dit handelen of nalaten. Uit een verbintenis ontstaat dus een recht en een
plicht. Bij een huurovereenkomst ontstaan er plichten voor de huurder en voor de verhuurder en
rechten voor de huurder en de verhuurder.

6. Omschrijf de term obligatoire overeenkomst met behulp van de termen aanbod en aanvaarding
enerzijds en wil en verklaring anderzijds.

7. Hoe maakt men een aanbod onherroepelijk?

Men maakt een aanbod onherroepelijk door een termijn te stellen waarbinnen het aanbod aanvaard
moet worden. Als iemand een ander een optie geeft op een bepaald product, dan wordt het aanbod
voor de gegeven periode onherroepelijk gemaakt.

8. Wat is het verschil tussen een aanbod en een uitnodiging tot het doen van een aanbod?

Er ontstaat geen overeenkomst als er geen aanbod, maar slechts een uitnodiging tot aanbod wordt
gedaan. Soms moet je begrijpen dat niet meer wordt bedoeld dan een uitnodiging tot het doen van
een aanbod (bijvoorbeeld op de huizenmarkt).

9. Welke juridische conclusie moet in beginsel worden getrokken uit het feit dat ten tijde van het
sluiten van een overeenkomst de verklaring van een de partijen niet strookte met diens wil?

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Samenvatting
Uploaded on
March 5, 2018
Number of pages
71
Written in
2015/2016
Type
SUMMARY

Subjects

$4.19
Get access to the full document:
Purchased by 6 students

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Reviews from verified buyers

Showing all 3 reviews
7 year ago

7 year ago

8 year ago

Clearly, it helped me a lot. Sometimes some small misinformation but I did not mind. It is also a lot of text.

8 year ago

Thank you for your review, I'm glad you did something about it. You are right about the slogans, I recently decided to put my summaries on Stuvia and after reading it again briefly I decided that it was not worth the trouble to rewrite the lot. Thank you again and continue your success.

3.7

3 reviews

5
0
4
2
3
1
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
BrendanGlas LOI - Leidse Onderwijsinstellingen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
56
Member since
8 year
Number of followers
43
Documents
7
Last sold
8 months ago

3.8

8 reviews

5
1
4
4
3
3
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions