1.1. tot en met 1.2.
Wanneer een bedrijf werkt met het marketingconcept, zorgt het bedrijf ervoor dat alles in het bedrijf afgestemd word op
de wensen en behoeften van de klant. Doordat deze wensen en behoeften in een samenleving continu veranderen is
marketing een eeuwigdurend concept dat constant blijft veranderen.
Om te weten wat er in de markt gebeurt moet je marktonderzoeken gaan uitvoeren. Dit doe je door middel van externe
en interne analyse. Je kunt een externe analyse onderbouwen met de volgende onderdelen:
- Markt onderzoeken.
- Concurrentie analyse.
- Overige factoren.
Met de uitkomsten van deze onderzoeken kan je plannen opstellen. Als eerste stel je strategische plannen op, dit zijn
globale plannen die gelden voor het hele bedrijf. De strategische plannen zijn 3+ jaar in werking. Vanuit de strategische
plannen ga je operationele plannen opstellen, deze gaan dieper in op de globale planning. Zo kan je afdelingen de
taak geven de operationele plannen om te zetten tot actieplannen. Vanuit de actieplannen gaan de werknemers aan de
slag om uiteindelijk het strategische plan te voltooien.
Bij de concurrerende analyse ga je jezelf vergelijken met de concurrent. Je kan hierbij service als verkoopargument
gebruiken. Wat de concurrent niet heeft kan jij wel hebben. Zoals bijvoorbeeld een webshop die 24/7 te bereiken is, dit
onderscheid je.
Het inspelen op de wensen en behoeften van de klanten is tegenwoordig in strijd met de verplichtingen van het MVO
(Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen). Hierbij moet het bedrijf rekening houden met het milieu, de maatschappij
en de mensen. Zo gaan steeds meer bedrijven op elektriciteit vervoeren en word biologisch produceren steeds
belangrijker.
Marketing kom je op verschillende wijze tegen. Dat zijn de volgende:
● B2C (business to consumer).
● B2B (Business to business).
● Retail- of detaillisten marketing
● Internationale marketing.
● Diensten marketing.
Voor veel bedrijven is CRM (customer relations management) tegenwoordig heel belangrijk. Hier gaat het vooral om het
opbouwen van een langdurige band met de klant.
Natuurlijk behandel je als bedrijf elke markt op een andere manier. Bij B2C houd je je vooral bezig met
marketingactiviteiten die gericht zijn op particulieren en huishoudens. De wensen en behoeften zijn hier vooral
belangrijk. Bij B2B zit je in de industriële marketing. Bij de indeling gaat het niet om het product of de dienst maar om de
afnemers van deze producten of diensten. De consument in B2C zal meer letten op stijl, vormgeving, het merk en de
prijs. Een bedrijf bij B2B zal meer letten op levensduur, garantie, service en betalingsvoorwaarden.
2.1. tot en met 2.4.
, Verdieping strategische, operationele en actieplannen!
Om de plannen op te stellen zijn duidelijke gegevens nodig. Om te controleren of een plan goed is opgesteld gebruiken
bedrijven de SMART. Ze doen dit met de volgende vraagstellingen:
Is het plan specifiek genoeg?
Is het plan meetbaar?
Is het plan acceptabel?
Is het plan realistisch?
Is het plan tijdsgebonden?
Met deze vragen kan je een goed plan opstellen waar het hele bedrijf mee kan werken. Hieronder zie je van elk plan
een goed opgesteld voorbeeld:
Strategisch:
In december 2019 wilt BEDRIJF een marktaandeel op de Nede rlandse markt hebben van 3%.
Operationeel:
Aan het eind van 2018 wilt BEDRIJF een omzetgroei van 10% hebben behaald.
Actieplan:
De afdeling verkoop moet nieuwe promotie wijzen gaan ontwerpen en uitvoeren voor de nieuwe collectie die in januari
2018 lanceert.
Wanneer de plannen zijn uitgewerkt moet het gehele bedrijf weten wat ze moeten doen. De plannen moeten omgezet
worden naar plannen voor elke werknemer op zich. Wanneer er voldoende tijd overheen gegaan is ga je als bedrijf
evalueren hoe het gegaan is. Waar nog verbeter punten liggen en waarom het wel of niet behaald is.
Om je
doelgroep goed te leren kennen ga je de markt opdelen naar gelijkwaardige groepen. Je gaat hiervoor de
consumentenmarkt segmenteren. Je kunt de markt opdelen in de volgende groepen: Demografische criteria,
geografische criteria, economische criteria en sociaal-psychologische criteria.