LUCY L. GILSON, MICHAEL LIPSKY, STREET-LEVEL BUREAUCRACY: DILEMMAS OF THE
INDIVIDUAL IN PUBLIC SERVICE
Na lezing van de tekst van Gilson en Lipsky
Weet u wat street-level bureaucrats, zoals politieagenten, rechters en
beslisambtenaren met elkaar gemeen hebben;
Street-level bureaucrats: ambtenaren die in hun dagelijks werk in direct contact staan met
burgers en die bij de uitoefening van hun werkzaamheden een grote discretionaire ruimte
hebben. Door acties van deze ambtenaren krijgen burgers te maken met rechten en sancties
van de overheid.
Weet u welke omstandigheden de werkomgeving van street-level bureaucrats
typeren;
Ze hebben een grote discretionaire ruimte bij het uitoefenen van hun werk.
Ze hebben in hun werk direct contact met burgers.
Ze voeren onmisbare diensten uit voor de burger.
Ze zijn de schakel tussen wetgeving en uitwerking ervan in de maatschappij.
Ze structureren en bakenen het leven en de kansen van de burgers af.
Bent u bekend met het begrip ‘discretionaire ruimte’;
Discretionaire ruimte: hierbij heeft een bestuursorgaan de bevoegdheid in meer of mindere
mate de vrijheid om in concrete gevallen naar eigen inzicht een besluit te nemen.
Kunt u uitleggen op welke manieren ambtenaren controle kunnen uitoefenen op
hun cliënten.
Deze functionarissen kampen volgens Lipsky met beperkte tijd en middelen. Hun werk is
moeilijk controleerbaar. Van ambtenaren wordt verwacht dat zij 'klantvriendelijk' te werk gaan,
maar dat wordt onder meer bemoeilijkt doordat zij veel met onvrijwillige, soms ook met
onwillige cliënten te maken krijgen. De cliënten moeten immers iets van de functionarissen
gedaan krijgen of zijn onderworpen aan hun besluitvorming. Om deze complexe werksituatie
het hoofd te bieden, maken ambtenaren volgens Lipsky gebruik van aanpassingsstrategieën die
twee doelen dienen: het werkproces efficiënter te laten verlopen en het behouden van zoveel
mogelijk beslissingsvrijheid (autonomie). Doordat ambtenaren over relatief veel
beslissingsvrijheid beschikken (hun discretionaire ruimte is aanzienlijk), ontwikkelen zij hun
eigen informele regels en routines. Zo zijn zij bijv. geneigd om cliënten in categorieën in te
delen, om bepaalde cliënten voorrang te geven, sommige praktijken oogluikend toe te staan of
juist te verbieden, et cetera. Op deze wijze oefenen ambtenaren de facto veel invloed uit.
De meeste cliënten waar de SLB mee te maken krijgen zijn onvrijwillig. Ze moeten iets van de
functionarissen gedaan krijgen of zij zijn onderworpen aan hun besluitvorming. Ambtenaren
hebben soms ook iets nodig van hun cliënten, bijv. hun aandacht, medewerking of
toestemming. Soms worden hun prestaties beoordeeld o.b.v. de resultaten die zij bij hun
cliënten behalen. In die situaties zullen de ambtenaren geneigd zijn zich meer te verdiepen in
hun cliënten. In dat opzicht kan een cliënt dus ook macht uitoefenen op een ambtenaar.