TENTAMEN INFORMATIE
- 3 open vragen (2 theorie, 1 rekenvraag)
- 1,5 uur de tijd, zonder verlenging
- Uitslag: eind januari, begin februari
- Alle informatie die je nodig hebt staat in notities onder PowerPoint.
LEERDOELEN
1. Selecteren van nieuwe businessmodellen met behulp van de Business Model Navigator.
2. Evalueren van het effect van een nieuw verdienmodel op het Business Model Canvas.
3. Adviseren over een nieuw businessmodel met financiële en organisatorische implicaties: terugverdien
periode, gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit en netto contante waarde)
TENTAMENVRAAG 1 (LEERDOEN 1 EN 2 SAMEN)
Vraag 1: Welk Businessmodel wordt hier besproken en omschrijf het businessmodel. Omschrijf te BMN van de
businessmodellen.
TENTAMENVRAAG 2 (LEERDOEL 2)
Vraag 2: Schrijf aan de hand van de casus het BMC opnieuw en focus op de elementen die veranderen. Schrijf
het in een lopend verhaal, hanteer de logische volgorde van het BMC.
TENTAMENVRAAG 3 (LEERDOEL 3)
Vraag 3: Beoordeel de investering.
, LEERDOEL 1 – BUSINESS MODEL NAVIGATOR
Businessmodel: Gaat over waardecreatie. ‘Hoe ga ik waarde creëren voor de klant?’
Verdienmodel: Onderdeel van het businessmodel. ‘Hoe verdien ik geld?’
Belangrijk: Dit is een belangrijk onderdeel. Je moet WIE, WAT, HOE en WAAROM kunnen uitleggen per
businessmodel.
MAGISCHE DRIEHOEK
Waarom magisch?: Als je als één element veranderd, veranderen er automatisch meerdere elementen.
WIE: JE KLANT
Wie zijn je beoogde klanten: Als je weet wie je klanten zijn, kun je kijken welk businessmodel bij hun aansluit.
Klanten vormen de kern van elk businessmodel.
WAT: WAARDEPROPOSITIE
Wat biedt je aan je klanten: Wat biedt je aan de klant om hun te voorzien in hun behoeften, hiermee bepaal je
producten en diensten.
HOE: WAARDEKETEN
Hoe produceer je je aanbod: Om je waardepropositie te realiseren moet je processen en activiteiten uitvoeren.
Samen vormt dit de basis voor je betreffende middelen voor de uitvoering.
WAAROM: VERDIENMODEL
Waarom lever het winst op: Je omschrijft waarom het businessmodel geld op levert. Het gaat over de
kostenstructuren de inkomsten.