BC 1 (20/11/2023)
Volumineuze massa: inclusief materiaal met natuurlijke poriën dichtheid stof.
Soortelijke massa: “samengeperst” dichtheid stof
Kruip:
• Vervorming in de tijd, onder invloed van een belasting;
• Treedt vooral op bij materialen met een complexe samenstelling (hout, beton, natuursteen,
kunststoffen;
• Bijv. planken van IKEA-kast zakken naar verloop van tijd door → kruip wordt wel steeds minder.
Hardheid:
• Mate van indrukbaarheid van materiaal;
• Welk materiaal brengt eerder ander materiaal schade toe → geconcentreerdheid >.
Vocht:
• Dampdiffusieweerstand: mate waarin waterdamp door constructiemateriaal wordt geremd;
• Drogingskrimp: verlengen en krimpen (scheuren) op basis van vochtigheid materiaal.
- Hout, baksteen, UZS, beton (redelijk, natuursteen, metselmortel.
Bestandheid:
• Tegen chemicaliën
• Tegen Uv-straling;
• Tegen oxidatie (roest, erosie);
• Organismen (planten, schimmels, algen, dieren).
Baksteen:
• Kan wel trek, maar geen druk opnemen.
• Klei + zand → vocht uit klei halen → O2 toevoegen →
bakken
• Stenen krimpen nog 10-15 % na bakken;
• Verhouding ijzeroxide-kalk bepaalt kleur;
• Baksteen met scheuren → rammelaar (kan je horen).
Tijdlijn:
1. Veldbrandoven;
2. Oven met neerwaartse trek;
3. De ringoven;
4. Ringoven (vuur verplaatst zich);
5. Zigzag- en vlamoven (tot 1945);
6. Tunneloven (vuur staat stil, bakstenen bewegen → tegenwoordig.
,Soorten baksteen:
• Handvormsteen traditioneel → plooienpatroon;
• Machinale vormbaksteen → gladde steen;
• Machine handvormsteen → combinatie van bovenstaande;
• Stempelperssteen → gladde steen, verticale waterstreepjes;
• Strengperssteen → plakjes “afgesneden” van geheel, scherpe randen, kan met gaten;
• Profielsteen → speciaal.
Koppenmaat: kop + voeg
Lagenmaat: dikte steen + voeg
Maat opening = x * u + voeg
Maat muurdam = x * u * voeg
, Algemene kenmerken baksteen:
• Onbrandbaar en hittebestendig;
• Redelijk goed bestand tegen zuur/ zilt materiaal;
• Vervuilt soms mooi;
• Poreuze, capillaire werking en verdeling van gaten is van invloed op vorstbestendigheid;
• Vocht- en zouttransport door poreuze steen;
• Drukvast, maar kan geen trek en dus ook geen buiging opnemen.
Vroeger was metselwerk dragend, tegenwoordig is het vooral bedoeld als buitenschil voor isolatie.
Spouwankers: afdragen naar constructie achter bakstenen.
Volumineuze massa: inclusief materiaal met natuurlijke poriën dichtheid stof.
Soortelijke massa: “samengeperst” dichtheid stof
Kruip:
• Vervorming in de tijd, onder invloed van een belasting;
• Treedt vooral op bij materialen met een complexe samenstelling (hout, beton, natuursteen,
kunststoffen;
• Bijv. planken van IKEA-kast zakken naar verloop van tijd door → kruip wordt wel steeds minder.
Hardheid:
• Mate van indrukbaarheid van materiaal;
• Welk materiaal brengt eerder ander materiaal schade toe → geconcentreerdheid >.
Vocht:
• Dampdiffusieweerstand: mate waarin waterdamp door constructiemateriaal wordt geremd;
• Drogingskrimp: verlengen en krimpen (scheuren) op basis van vochtigheid materiaal.
- Hout, baksteen, UZS, beton (redelijk, natuursteen, metselmortel.
Bestandheid:
• Tegen chemicaliën
• Tegen Uv-straling;
• Tegen oxidatie (roest, erosie);
• Organismen (planten, schimmels, algen, dieren).
Baksteen:
• Kan wel trek, maar geen druk opnemen.
• Klei + zand → vocht uit klei halen → O2 toevoegen →
bakken
• Stenen krimpen nog 10-15 % na bakken;
• Verhouding ijzeroxide-kalk bepaalt kleur;
• Baksteen met scheuren → rammelaar (kan je horen).
Tijdlijn:
1. Veldbrandoven;
2. Oven met neerwaartse trek;
3. De ringoven;
4. Ringoven (vuur verplaatst zich);
5. Zigzag- en vlamoven (tot 1945);
6. Tunneloven (vuur staat stil, bakstenen bewegen → tegenwoordig.
,Soorten baksteen:
• Handvormsteen traditioneel → plooienpatroon;
• Machinale vormbaksteen → gladde steen;
• Machine handvormsteen → combinatie van bovenstaande;
• Stempelperssteen → gladde steen, verticale waterstreepjes;
• Strengperssteen → plakjes “afgesneden” van geheel, scherpe randen, kan met gaten;
• Profielsteen → speciaal.
Koppenmaat: kop + voeg
Lagenmaat: dikte steen + voeg
Maat opening = x * u + voeg
Maat muurdam = x * u * voeg
, Algemene kenmerken baksteen:
• Onbrandbaar en hittebestendig;
• Redelijk goed bestand tegen zuur/ zilt materiaal;
• Vervuilt soms mooi;
• Poreuze, capillaire werking en verdeling van gaten is van invloed op vorstbestendigheid;
• Vocht- en zouttransport door poreuze steen;
• Drukvast, maar kan geen trek en dus ook geen buiging opnemen.
Vroeger was metselwerk dragend, tegenwoordig is het vooral bedoeld als buitenschil voor isolatie.
Spouwankers: afdragen naar constructie achter bakstenen.