13.1 Groepsgedrag
Wat is een groep?
Groep: twee of meer communicerende en van elkaar afhankelijke individuen die voor een
bepaald doel samenwerken.
- formele groepen: groepen die door een organisatie zijn samengesteld om bepaalde taken
of projecten uit te voeren. Gedrag wordt vastgesteld door de organisatie
- informele groepen: sociale groepen die vanzelf ontstaan bijvoorbeeld op de werkvloer.
Hier worden meestal vriendschappen en gemeenschappelijke interesses gevormd.
Fasen in groepsontwikkeling
1. Forming: eerste stap hierin is lid worden van de groep om bepaalde taken uit te
voeren. De tweede stap is opstellen van het doel en structuur en het aanwijzen van
een leider. Dit gaat vaak langzaam omdat iedereen rustig toekijkt en aftast wat wel en
niet acceptabel is.
2. Storming: in deze fase ontstaan er wat conflicten tussen wat personen en betreft de
leiding van de groep.
3. Norming: de groep voelt zich inmiddels een eenheid en er ontstaat een gevoel van
identiteit en kameraadschap. De verwachtingen van de groep zijn correct
geformuleerd.
4. Performing: de groep functioneert naar behoren en wordt door alle leden
geaccepteerd. Iedereen kent en begrijpt elkaar beter aan de hand van de uit te
voeren taken.
5. Adjourning: het project komt ten einde en de groep gaat langzaam uit elkaar.
Sommige groepsleden kunnen positief of emotioneel zijn over het uit elkaar vallen
van de groep.
Pseudogroepen: groepen die niet voorbij de tweede fase komen en geen output leveren. Ze
zullen ook op deze manier geëvalueerd worden.
, 13.2 Groepsgedrag uitgelegd
Waarom zijn sommige groepen succesvoller dan andere groepen? En waarom presteren
sommige groepen beter onder hogere druk? Dat heeft te maken met;
- Externe omstandigheden van de groep
- als bijvoorbeeld een groep onderdeel uitmaakt van een grotere organisatie moet
deze groep zich houden aan het beleid en regels van deze organisatie
- een groep moet zich houden aan;
- formele regels;
- beschikbaarheid van middelen;
- strategie van de organisatie;
- selectie van personeel;
- fysieke inrichting van de werkruimte;
- beschikbare middelen, etc.…
- Middelen van groepsleden
- prestatie van groep hangt af van de middelen waarvan de groep gebruik kan maken
- kennis
- capaciteiten
- vaardigheden
- persoonlijke kenmerken
- interpersoonlijke vaardigheden
- Groepsstructuur
- groepen zijn georganiseerde mensenmassa’s die intern hun eigen rollen, normen,
conformiteit, statussystemen, groepsgrootte, groepscohesie en formele
leiderschapspositie.
- rollen: gedragspatroon dat iemand met een bepaalde functie in een organisatie
wordt verwacht. In een groep verwacht de groep dat deze individu zijn rollen goed
vervult. Mensen kunnen verschillende rollen hebben, dit hangt af van de groep waar
ze inzitten.
- rolconflict: iemand heeft andere verwachtingen over de rol die je uitvoert.
- normen: maatstaven of verwachtingen die de leden van de groep onderschrijven.
Normen kunnen onder andere zaken zijn als productiviteit, afwezigheid, deadlines en
toelaatbaarheid sociaal gedrag in een groep.
- of een organisatie formeel of informeel is, hangt vooral af van de soort organisatie,
inspanning, prestatie, kleding en loyaliteit.
- conformiteit: aanpassen en geaccepteerd worden binnen een groep.
- onderzoek van Asch: experiment waarbij 8 mensen werd gevraagd of het lijntje even
groot was als het lijntje ernaast. Zeven van de acht mensen antwoorde expres het
verkeerde lijntje, waardoor de achtste persoon meeging met het foute antwoord,
ondanks dat hij wist wat het goede antwoord was.
- groepsdenken: vorm van conformiteit waarbij groepsleden afwijkende ideeën
achterhouden om de indruk van eensgezindheid te wekken.