9.1 Ontwerpen van de organisatiestructuur
Structuur volgt op strategie: eerst een strategie bedenken daarna de structuur
Organisatiestructuur: formele structuur waarvan werktaken worden verdeeld, gegroepeerd
en gecoördineerd.
- organisatie zorg voor efficiëntie
Organisatieontwerp: ontwikkelen en wijzigen van organisatiestructuur
Taakspecialisatie: werkzaamheden in de organisatie worden in kleine, aparte taken
onderverdeeld.
- werk wordt niet door één werknemer uitgevoerd
- iedere taak heeft een specialist
- je moet de vaardigheden van medewerkers goed gebruiken
- nadelen: verveling, vermoeidheid, stress
Tegenwoordig taakspecialisatie
- belangrijk organisatiemechanisme en niet als bron van hogere productiviteit
- economische voordelen
- werkt efficiënter
- arbeidsdeling: ander woord voor taakspecialisatie
- 4 motieven voor taakspecialisatie
1. kostenmotief: efficiënter te werk gaan
2. sociaal motief: voor de werknemers
3. bestuursmotief: voor het bestuur is de organisatie overzichtelijker
4. maatschappelijk motief: eisen vanuit de overheid, vakbonden e.d.
Taakcoördinatie (taakgroepering): werkzaamheden worden onderverdeeld zodat men de
taken kan coördineren
Functiegerichte taakcoördinatie: groepering van taken op basis van uitgeoefende functies.
Bijvoorbeeld inkoop, productie, verkoop.
Productgerichte taakcoördinatie: groepering van taken op basis van de producten.
Bijvoorbeeld schadeverzekeringen, hypotheken en overlijdensverzekeringen.
Geografische taakcoördinatie: groepering van taken op basis van regio. Bijvoorbeeld regio
Noord, Oost en West.
Procesgerichte taakcoördinatie: groepering van taken op basis van product- of
klantenstromen. Bijvoorbeeld ziekenhuizen op basis van patiëntenstroom.
Klantgerichte taakcoördinatie: groepering van taken op basis van klantgroepen. Bijvoorbeeld
particulieren, bedrijven of overheid.
Tegenwoordig taakcoördinatie
- taakgroepering op basis van wensen en behoeftes van de klant
- functie overschrijdende teams: medewerkers die in verschillende gebieden zijn
gespecialiseerd die samen aan een project werken.
, Hiërarchie: gezag vanuit hoogste organisatieniveau en verduidelijkt wie aan wie
verantwoording afgelegd moet worden.
- gezag: recht van de manager om ondergeschikten te vertellen wat ze moeten doen
- verantwoordelijkheid: acceptatie van verplichtingen om toegewezen taken uit te voeren
- eenheid van gezag: iedere werknemer moet aan slechts één manager verantwoording
afleggen
Acceptatietheorie van gezag (Chester Barnard): bereidheid van medewerkers om gezag te
accepteren. Het moet aan de volgende voorwaarden voldoen;
1. medewerk begrijpt de opdracht
2. medewerker gelooft dat de opdracht in lijn is met het doel van de organisatie
3. opdracht botst niet met persoonlijke overtuigingen
4. medewerker is in staat om de opdracht uit te voeren
Hedendaagse visie op hiërarchie en gezag en verantwoordelijkheid
- door informatietechnologie en eigen verantwoordelijkheid is hiërarchie minder aanwezig
dan vroeger.
- social media maakt alles transparanter doordat informatie steeds sneller beschikbaar is en
wordt gedeeld.
Span of control (reikwijdte): het aantal werknemers waaraan een manager effectief en
efficiënt leiding kan geven.
- bepaalt het aantal managementniveaus in de organisatie
- grotere span of control levert kostenbesparing op. Omdat je minder managers moet
betalen, omdat de managers meer medewerkers kunnen managen.
Hedendaagse visie op span of control
- door goede span of control kun je effectief werken en kosten besparen
- als je werknemers hebt met kennis en ervaring kun je een grotere span of control krijgen
Centralisatie: topmanagers maken beslissingen en voeren lagere managers en medewerkers
het uit. Nemen van beslissingen gebeurt op één punt, meestal bovenin.
Decentralisatie: lagere managers en medewerkers hebben ook invloed op beslissingen die
topmanagers maken.