Morele competenties en normatieve professionaliteit
Weiger van Dalen
Hoofdstuk 1: Moraal, een kwestie van oordelen
Verontwaardiging is een gevolg van, geen reden voor een moreel oordeel.
1.1 Het intuïtief moreel oordeel
Moreel oordeel: een oordeel dat gaat over gedrag van mensen en hoe ze met elkaar omgaan. Je
spreekt uit wat je van de ander én jezelf vindt.
Voorbeelden:
- De docent statistiek laat je nou nooit eens een keer uitpraten!
- Ik vind het lullig dat Chris de verkering uitmaakte via WhatsApp.
Moreel oordelen is een onderdeel van het dagelijks leven. -> gaat vanzelf.
Intuïtief moreel oordeel: een oordeel dat vanzelf uit komt. Je denkt niet na voordat je het zegt. Het
is een kant en klaar moreel oordeel dat ontstaat in je bewustzijn zonder dat je erover na hoeft te
denken en voordat je erover nagedacht hebt.
Drie verschillende processen die zich in het bewustzijn afspelen:
1. Je oordeelt of iets goed of slecht is
2. Je kent je oordeel. Je mening ken je en het standpunt van de ander ook
3. Je voelt dat je het oneens bent met de ander.
Verschil oordelen, kennen en voelen: Ellen kan wel wachten -> beoordeling. Bewust van je mening
dat je het stom vind dat Ellen niet wacht -> kennen. Het oordeel ervaren vanuit je binnenste, zoals
waardeloosheid -> voelen.
John Dewey: je voelt wie je bent, je weet wie je bent, en je kiest ervoor wie je bent.
1.2 Het verschil tussen kennen, oordelen en voelen
Objectiveren: als je de wereld kent, plaats je dat wat er gebeurt buiten jezelf en beschrijft het
vervolgens. Kenmerk: uitwisseling van informatie tussen mensen -> hoe laat gaat de trein, het wordt
verteld -> jullie weten het beiden nu. (objectief domein)
Subjectivering: gevoelens zijn niet uitwisselbaar. Het resultaat is een gevoel in je binnenwereld
(subjectief domein). Een gevoel kan de ander wel zich voorstellen, maar alsnog voel je niet hetzelfde.
Normeren: welk gedrag vind je goed of slecht. Een verbinding met jezelf met anderen ofwel een
tussenwereld (normatief domein). Je kunt het wel uitwisselen door eens met elkaar te zijn, maar ze
zijn minder uitwisselbaar dan kennis.
Bewustzijnsvorm Wat doe je? Resultaat van de Centrale vraag
omgang
Kennen (objectiveren) Je representeert een Feiten (kennis) Is het waar?
buitenwereld in je
bewustzijn
Beoordelen Je verbindt jezelf met Morele oordelen Is het juist?
(normeren) anderen
1