Probleem 1
Leerdoel 1
Wat is de beleidscyclus en wat zijn de stappen?
Stappen:
1. Er is een maatschappelijk probleem.
2. Agendavorming: het identificeren en selecteren van de problemen die serieuze
aandacht vereisen van de public officials, aangezien het nodig is om actie te
ondernemen.
3. Policy formulation/development: meer informatie over verschillende opties, kosten/
baten worden bediscussieerd, mogelijke plannen van aanpak/actie worden
opgesteld.
4. Policy decision making: het beste actieplan wordt gekozen uit de opties. Hier wordt
veel informatie over verzameld en er wordt onderhandeld. De politiek heeft vaak de
eindbeslissing, maar andere partijen hebben inspraak.
5. Policy implementation: het uitvoeren van beleid. Verschillende organisaties en
instrumenten worden gebruikt.
6. Policy evaluation: het beleid wordt geëvalueerd. Zijn de beleidsdoelen behaald?
7. Feedback: learning en change.
Welke actoren zijn bij welke stap betrokken?
- Policy universe: alle actoren die invloed uit kunnen oefenen. Bijv. burgers,
vakbonden, organisaties, bedrijven, etc.
- Policy subsystem: alle actoren met kennis van het probleem. Dus met meer kennis
en info over het probleem en iets kunnen doen aan het beleid (dus geen burgers
meer).
- Government decision makers: government bepaalt of beleid wordt aangenomen of
niet. Bijv. politici, bureaucraten, kamerleden, etc.
Lasswell’s beleidscyclus:
, 1. Intelligence: het verzamelen van informatie.
2. Promotion: het bekendmaken van de opties (opties worden gepusht).
3. Prescription: course of action wordt bepaald.
4. Invocation: course of action wordt ingesteld, inclusief sancties wanneer dit niet
opgevolgd wordt.
5. Application: toepassen door bureaucratie en gerechtshof, etc.
6. Termination: het beleid wordt stopgezet.
7. Appraisal: de resultaten/het beleid worden geëvalueerd.
- Kritiek: waarom zou je eerst stoppen en dan pas evalueren?
Agendasetting
Bij agendasetting wordt door verschillende actoren geprobeerd om (hun) problemen zo hoog
mogelijk op de agenda te zetten. Soorten agenda’s:
- Politieke agenda
- Beleidsagenda
- Media agenda
Dmv framing van het probleem is er meer media/publieke/politieke aandacht, waardoor het
probleem (sneller) aangepakt wordt.
Leerdoel 2
In welke stap zitten de parlementariërs? En hoe herken je deze stap (in de praktijk)?
1. Implementation: de keuze is al gemaakt, je kunt het alleen nog uitvoeren. Het beleid
(Brexit) is al gekozen, het snel uitvoeren is implementation. (Decision making kan
ook beargumenteerd worden: het beleid hoe Brexit precies gedaan moet worden is
nog niet vastgesteld.)
2. Formulation/development: het is nog niet zeker wat ze kiezen, ze bedenken nog
opties. (Agendasetting kan ook beargumenteerd worden: het is nog zo onduidelijk
wat ze willen, ze moeten eerst meer over het probleem discussiëren.)
3. Formulation/development: meerdere opties. Agendasetting: eerst het probleem nog
bediscussiëren (denk aan parlementariër 2).
4. Formulation/development: het probleem is erkend, maar hoe moet dit aangepakt
worden?
5. Implementation: hij roept op tot actie om Brexit gewoon uit te voeren.
6. Formulation/development: Brexit is erkend, maar er wordt naar opties en
alternatieven gekeken. Hoe wordt Brexit aangepakt?
7. Formulation/development: Brexit is erkend, maar er wordt naar opties en
alternatieven gekeken. Hoe wordt Brexit aangepakt?
8. Decision making: er wordt een besluit gemaakt dat er geen referendum moet
plaatsvinden (het beleid= referendum). Het niet uitvoeren van beleid is ook een
beleidskeuze. (Evalueren kan ook: het besluit van het referendum is al geweest en
gedaan, achteraf wordt gezegd het had niet gemoeten.)
9. Implementation: het beleid/besluit= een committee. Het besluit is al gemaakt, ze
weten al hoe, het moet nu uitgevoerd worden.
1
,Hoe herken je dit: lezen en interpreteren, ga de stappen na.
Leerdoel 3
In welke mate wordt de beleidscyclus gevolgd in de praktijk?
Nadelen policy cycle:
- De misinterpretatie dat het oplossen van problemen daadwerkelijk systematisch
gebeurt.
- Identificeren van problemen en de oplossingen zijn vaak ad hoc.
- Het is vaak onduidelijk op welk niveau en voor welke eenheid deze cyclus werkt.
Werkt het overal of alleen voor specifieke problemen? Of bijv. werkt het voor de
overheid wel en voor een bedrijf niet?
- Geen indicatie van causaliteit: hoe volgt de ene fase eigenlijk uit de andere?
- Het zegt niks over de inhoud van beleid, alleen het proces.
- Beleidsmakers hebben vaak eigen ideeën en ideologieën in het achterhoofd.
- In de praktijk worden fasen soms overgeslagen of ze lopen door elkaar heen.
- Bijv. bij de donorwet is formulation/development overgeslagen. Ze gingen
gelijk naar decisionmaking.
- Bijv. bij de studiefinanciering was er geen evaluation ofzo, er werd gelijk een
beslissing genomen.
Voordelen policy cycle:
+ Het is een ideaaltype verdeeld in subfasen, waardoor het makkelijker is om het multi
level proces van beleid te begrijpen.
+ Kan op elk niveau toegepast worden (EU, gemeenten, etc. kun je hiermee allemaal
mee vergelijken).
+ Laat zien welke actoren betrokken zijn bij de fasen.
Voorbeeld die alle fasen volgt: Brexit of na een overstroming een beleid om overstromingen
te voorkomen.
Probleem 2
Leerdoel 1
Wat zijn de perspectieven op public policy en de kenmerken hiervan?
Politiek perspectief
- Verklarend mechanisme: conflict tussen doelen en machtsstrijd tussen actoren die
strijden voor eigenbelang, terwijl ze het algemeen belang beschermen. Macht,
belangen en onderlinge afhankelijkheid.
- Kijk op menselijk gedrag: actoren zijn erop uit om eigenbelang te beschermen en te
vergroten. Middelen zijn oneerlijk verdeeld, er moet dus een balans tussen
eigenbelang en gemeenschappelijk belang gevonden worden (dit gemeen-
schappelijk belang is echter altijd onduidelijk, dus eigenbelang belangrijker).
2
, - Beleidsinstrumenten: worden als middelen van macht gezien en kunnen dus zowel
uitkomst als input zijn van strategische interacties tussen actoren. Verschuivingen
van macht als gevolg van het toepassen van beleidsinstrumenten kunnen dus
impliciet of expliciet een doel zijn. Strategies of network management zijn dus even
belangrijk als beleidsinstrumenten:
1. Connecting strategies: hebben als doel connecties en interactie tussen
actoren te vormen.
2. Arranging strategies: (in)formele afspraken over de vorm van de interactie
tussen actoren.
3. Content exploration strategies: actoren moeten overeenkomende belangen
vinden om eigenbelang voorbij te gaan.
4. Process strategies: de relaties tussen actoren bestuderen en behouden.
- Evaluatie: kijken of beleidsdoelen zijn behaald aan de hand van de volgende criteria:
1. Content criteria: is er een consensus tussen actoren?
2. Proces criteria: is het proces soepel verlopen (was er bijv. geen obstakel in
interactie tussen actoren)?
3. Netwerk criteria: beoordeelt de kwaliteit van het netwerk (denk aan netwerk
management).
- Rol van kennis en informatie: wordt gebruikt om belangen te beschermen. Kennis is
macht, dus belangrijk en informatie en kennis kunnen dus gebruik worden om
posities en belangen te behouden/verbeteren en om claims te legitimeren, etc.
- Beleidsproces: gaat niet precies volgens de stappen van de policy cycle, maar is
chaotischer en dynamischer. Hier zijn een aantal redenen voor: ten eerste, er is nooit
sprake van radicale veranderingen, slechts kleine stapjes vooruit (incrementalisme).
Ten tweede, de fasen van de policy cycle zijn niet noodzakelijkerwijs sequentieel.
Ten derde, beleidsvorming gebeurt in de praktijk vaak chaotisch en non-lineair.
- Rol van politiek: geen scheiding tussen politiek en bureaucratie. Er is geen 1
overheid waar besluiten naar teruggebracht kunnen worden, alle actoren in het
complexe proces helpen mee in het proces om een besluit te maken.
Culturalisme
- Verklarend mechanisme: een continu proces van interactie waarin taal en symbolen
centraal staan. Beleid is de uitkomst van interactie en gedeelde betekenisgeving. Het
is/vormt de common perception van de werkelijkheid.
- Kijk op menselijk gedrag: door interactie ontstaat er een gedeeld beeld. Mensen zijn
culturele wezens en hebben de drang om samen betekenis te geven aan interactie
en de werkelijkheid.
- Beleidsinstrumenten: er wordt op 2 manieren naar beleidsinstrumenten gekeken:
1. (Om sociale problemen op te lossen) moeten beleidsmakers communicatie
tussen belanghouders kunnen faciliteren.
2. Alle actoren zijn continu bezig anderen te overtuigen van hun standpunt dmv
framing en reframing. Hierin is een machtsvrije dialoog belangrijk.
- Evaluatie: 2 criteria zijn belangrijk om succes van beleid te bepalen.
1. Impact op maatschappij/ uitkomst van het proces: de mate waarin actoren
een gedeelde kijk op het probleem, oorzaken en oplossingen kunnen maken.
3