Vak: Vitale Functiekunde 1
Opleiding: verpleegkundige jaar 3, minor IKZ
Stof: alle uitgewerkte hoorcolleges en werkcolleges
1
,Hoorcollege 1
Guillain-Barré syndroom
= Toenemende spierzwakte wat leidt tot verlamming.
Kenmerken
- Aantasting van perifere zenuwen (=begint in het ruggenmerg)
- Aantasting myelineschede (=beschermende laag van de schedel, witte stof)
- Vertraging geleiding axonen
- Auto-immuun reactie
- Meestal na virale infectie
- Meestal tijdelijk met goed herstel
Symptomen
- Tintelingen
- Gevoelsverlies
- Moeite met lopen
- Slikproblemen
- Toenemende spierzwakte
- Verlies reflexen
- Spierverlamming
Dit leidt tot ademhalingsproblemen
Ademhalingsspier: tussenribspieren, diafragma (middenrif)
Langzaam maar zeker worden je ademhalingsspieren aangetast, wat zie je? Het vergroten van je
borstkas.
Inademing en uitademing noem je ventilatie. Zenuwen sturen in en uitademing aan en die zorgen voor
ventilatie. Ademsprikkel begint in centrale zenuwstelsel in de hersenstam.
Inademing: inspiratie
Uitademing: expiratie
=Samen ventilatie
Ventilatie zorgt voor:
- Oxygenatie
- CO2 kwijtraken uit de longen
Teugvolume x frequentie = ademminuutvolume (om te bepalen of je ventilatie voldoende is)
Als je AMV afneemt ga je minder uitademen, co2 in alveoli stijgt, co2 blijft hangen in je longen en stijgt
in je bloed omdat er geen diffusie plaatsvindt.
Door welk proces van de gaswisseling stijgt het co2 in je bloed? Diffusie
Normaal gesproken raak je co2 kwijt uit het bloed door diffusie.
Belangrijk voor diffusie is ook: drukverschillen, overgang van je alveoli naar bloed de dikte ervan
bepaalt mede je diffusie (als wand dik is, dan neemt diffusie af), oppervlak (wat in je long kan bepalen
dat je diffusie oppervlak is verminderd? ontstekingen/troep in je alveoli of een obstructie van je alveoli
dan gaan je alveoli dichtklappen, dit heet atelectase), chemische eigenschap van de stof
2
, Respiratoire insufficiëntie
Spierzwakte verminderd AMV hypoventilatie hypercapnie (stijging co2 in bloed)
hypoxemie (zuurstof tekort van je weefsels: PaO2)
Hypercapnie respiratoire acidose
PCO2 daling pH HCO3 omhoog
Bicarbonaat is een base en raak je kwijt door je urine maar nu gaat je lichaam bicarbonaat terug
resorberen.
Bicarbonaat composteert de pH!
Acute respiratoire acidose= als je nieren nog geen tijd hebben gehad om het bicarbonaat naar boven
te halen.
Cyanose= blauw door zuurstoftekort.
Spierzwakte hoestreflex neemt af, risico: (sputumretentie) zorgt voor longontsteking atelectase
(=opgehoopt slijm zorgt ervoor dat er geen lucht bij de alveoli komt en hierdoor klappen de alveoli in
en nemen niet meer deel aan de gaswisseling).
Door een negatieve druk in de pleuraholte (pleura viseralis en pleura parietalis) van de thoraxwand
zetten de longen uit. De negatieve druk krijg je ook in de alveoli en daarom wordt er ook lucht
aangetrokken. Een probleem in je pleuraholte zorgt voor een slechte ventilatie (pleuravocht
bijvoorbeeld bij ontstekingen of bloed in je pleuraholte=hemathorax of klaplong ten gevolge van lucht
in je pleuraholte= pneumothorax)
Als je rechterlong niet meer meedoet aan de ventilatie: 02 haalt (hypoxemisch) en CO2 verhoogd (als
het langzaam gaat is dit niet heel erg). Als je zuurstof daalt compenseert je lichaam dit door sneller te
ademen, gevolg: goede deel van de long gaat hypoventileren. Maar omdat je co2 goed diffundeert
gaat je goede long het co2 compenseren.
CO2 diffundeert veel beter dan O2.
Als je O2 daalt ga je sneller ademen waardoor het CO2 wordt gecompenseerd en eigenlijk niet
toeneemt.
CO2 is alleen een probleem als het geheel respiratoir vermindert.
O2 spanning in je longen is 100 mm kwik.
Longperfusie = bloedstroom door je longcapillairen waar je gaswisseling moet plaatsvinden.
Pathofysiologie respiratoir insufficiëntie
Daling PO2 (AMV verhoogd), hart en circulatie: tachycardie HMV neemt toe: bloed gaat sneller
rondpompen zodat het sneller in je weefsels terecht komt.
Daling PO2 AMV verhoogd PCO2 verlaagd zuurstofaanbod cellen omlaag anaerobe
verbranding (verbranding zonder zuurstof) lactaat acidose (melkzuur verbranding) HCO3-
verlaagd (bicarbonaat wordt verbruikt en daalt) pH daalt
3
Opleiding: verpleegkundige jaar 3, minor IKZ
Stof: alle uitgewerkte hoorcolleges en werkcolleges
1
,Hoorcollege 1
Guillain-Barré syndroom
= Toenemende spierzwakte wat leidt tot verlamming.
Kenmerken
- Aantasting van perifere zenuwen (=begint in het ruggenmerg)
- Aantasting myelineschede (=beschermende laag van de schedel, witte stof)
- Vertraging geleiding axonen
- Auto-immuun reactie
- Meestal na virale infectie
- Meestal tijdelijk met goed herstel
Symptomen
- Tintelingen
- Gevoelsverlies
- Moeite met lopen
- Slikproblemen
- Toenemende spierzwakte
- Verlies reflexen
- Spierverlamming
Dit leidt tot ademhalingsproblemen
Ademhalingsspier: tussenribspieren, diafragma (middenrif)
Langzaam maar zeker worden je ademhalingsspieren aangetast, wat zie je? Het vergroten van je
borstkas.
Inademing en uitademing noem je ventilatie. Zenuwen sturen in en uitademing aan en die zorgen voor
ventilatie. Ademsprikkel begint in centrale zenuwstelsel in de hersenstam.
Inademing: inspiratie
Uitademing: expiratie
=Samen ventilatie
Ventilatie zorgt voor:
- Oxygenatie
- CO2 kwijtraken uit de longen
Teugvolume x frequentie = ademminuutvolume (om te bepalen of je ventilatie voldoende is)
Als je AMV afneemt ga je minder uitademen, co2 in alveoli stijgt, co2 blijft hangen in je longen en stijgt
in je bloed omdat er geen diffusie plaatsvindt.
Door welk proces van de gaswisseling stijgt het co2 in je bloed? Diffusie
Normaal gesproken raak je co2 kwijt uit het bloed door diffusie.
Belangrijk voor diffusie is ook: drukverschillen, overgang van je alveoli naar bloed de dikte ervan
bepaalt mede je diffusie (als wand dik is, dan neemt diffusie af), oppervlak (wat in je long kan bepalen
dat je diffusie oppervlak is verminderd? ontstekingen/troep in je alveoli of een obstructie van je alveoli
dan gaan je alveoli dichtklappen, dit heet atelectase), chemische eigenschap van de stof
2
, Respiratoire insufficiëntie
Spierzwakte verminderd AMV hypoventilatie hypercapnie (stijging co2 in bloed)
hypoxemie (zuurstof tekort van je weefsels: PaO2)
Hypercapnie respiratoire acidose
PCO2 daling pH HCO3 omhoog
Bicarbonaat is een base en raak je kwijt door je urine maar nu gaat je lichaam bicarbonaat terug
resorberen.
Bicarbonaat composteert de pH!
Acute respiratoire acidose= als je nieren nog geen tijd hebben gehad om het bicarbonaat naar boven
te halen.
Cyanose= blauw door zuurstoftekort.
Spierzwakte hoestreflex neemt af, risico: (sputumretentie) zorgt voor longontsteking atelectase
(=opgehoopt slijm zorgt ervoor dat er geen lucht bij de alveoli komt en hierdoor klappen de alveoli in
en nemen niet meer deel aan de gaswisseling).
Door een negatieve druk in de pleuraholte (pleura viseralis en pleura parietalis) van de thoraxwand
zetten de longen uit. De negatieve druk krijg je ook in de alveoli en daarom wordt er ook lucht
aangetrokken. Een probleem in je pleuraholte zorgt voor een slechte ventilatie (pleuravocht
bijvoorbeeld bij ontstekingen of bloed in je pleuraholte=hemathorax of klaplong ten gevolge van lucht
in je pleuraholte= pneumothorax)
Als je rechterlong niet meer meedoet aan de ventilatie: 02 haalt (hypoxemisch) en CO2 verhoogd (als
het langzaam gaat is dit niet heel erg). Als je zuurstof daalt compenseert je lichaam dit door sneller te
ademen, gevolg: goede deel van de long gaat hypoventileren. Maar omdat je co2 goed diffundeert
gaat je goede long het co2 compenseren.
CO2 diffundeert veel beter dan O2.
Als je O2 daalt ga je sneller ademen waardoor het CO2 wordt gecompenseerd en eigenlijk niet
toeneemt.
CO2 is alleen een probleem als het geheel respiratoir vermindert.
O2 spanning in je longen is 100 mm kwik.
Longperfusie = bloedstroom door je longcapillairen waar je gaswisseling moet plaatsvinden.
Pathofysiologie respiratoir insufficiëntie
Daling PO2 (AMV verhoogd), hart en circulatie: tachycardie HMV neemt toe: bloed gaat sneller
rondpompen zodat het sneller in je weefsels terecht komt.
Daling PO2 AMV verhoogd PCO2 verlaagd zuurstofaanbod cellen omlaag anaerobe
verbranding (verbranding zonder zuurstof) lactaat acidose (melkzuur verbranding) HCO3-
verlaagd (bicarbonaat wordt verbruikt en daalt) pH daalt
3