Aantekeningen
Open-end en closed-end instellingen:
- Open-end: geeft deelnemingsrechten uit aan beleggers die weer terug keren naar de instelling
- Closed-end: instelling geeft deelnemingsrechten uit en als de belegger die wil kopen, moet hij dit
doen op de markt.
Er bestaan vier prospecusplichten:
- Art. 5:2 Wft – verhandelbare effecten (iedereen)
o VERBOD:
NL
Effecten
Aanbod aan publiek OF toelaten tot handel op de gereglementeerde markt
- Art. 4:37l Wft – beleggingsinstellingen
- Art. 4:30a Wft (aanbieden beleggingsobject, gaan we niet op in)
- Art. 4:49 Wft (icbe’s, die zijn open!), beleggen alleen maar in effecten
Prospectusplicht vragen
1. Stel dat een closed-end beleggingsinstelling niet-overdraagbare deelnemingsrechten wil
aanbieden en uitgeven aan het publiek in Nederland. Dient zij over een prospectus te
beschikken?
Er worden niet-overdraagbare deelnemingsrechten aangeboden; kijk in de definitie van effecten (art.
1:1 Wft). Het dient verhandelbaar te zijn. Er worden dus geen effecten uit gegeven en dus valt dit niet
onder het verbod van art. 5:2 Wft. Echter, hoe zit dit met de prospectusplicht van art. 4:37l Wft? Het
betreft een closed-end beleggingsinstelling. Zie lid 5. Er hoeft geen prospectus te worden opgesteld
o.g.v. art. 5:2 Wft, dus wel onder art. 4:37l Wft.
Als het een open-end beleggingsinstelling betrof, dan was het antwoord hetzelfde gebleven. Als het
wel verhandelbare effecten was, dan hoeft men alsnog geen prospectus op te stellen onder art. 5:2 Wft,
omdat art. 5:1a lid 2 Wft geldt.
2. De Rotterdamse Shipyard N.V. wil een initial public offering doen op de beurs van
Euronext Amsterdam. Haar aandelen hebben een nominale waarde van EUR 5.000 per
stuk. Shipyard N.V. vraagt u of zij een prospectus nodig heeft en zo ja, of en door wie zij
het prospectus dient te laten goedkeuren.
1