HRM H2 de arbeidsmarkt
2.1 De arbeidsmarkt
De arbeidsmarkt is het geheel van vraag en aanbod naar arbeid. Vraagkant: organisaties.
Werkgelegenheid: aantal beschikbare banen op de arbeidsmarkt. Aanbodkant: bieden mensen zich
aan. Zij vormen samen met mensen die al een baan hebben de beschikbare beroepsbevolking.
Digitalisering en robotisering nemen toe
Flexibilisering van de arbeidsmarkt
Streven naar een inclusieve samenleving
De arbeidsmarkt is conjunctuurgevoelig: wanneer er sprake is van een economische recessie, er
minder vraag is naar producten en diensten waardoor de vraag naar arbeid afneemt. Bij economische
opleving geldt dit andersom: meer vraag naar producten en diensten waardoor vraag naar arbeid
toeneemt.
Nederland kent een open economie: sterk afhankelijk van bewegingen op het wereldtoneel,
waardoor de mogelijkheid om eigen economie zelf te stimuleren klein is. Ook kent Nederland een
open arbeidsmarkt: vraag als aanbod gaat over Nederlandse grenzen heen.
Deelmarkten: juist wel begrenzingen. Sectorale grenzen in arbeidsmarkt: bepaalde sectoren hebben
medewerkers met zeer specifieke competenties nodig.
Drie O’s waardoor arbeidsmarkt is vormgegeven: organisaties, overheid en onderwijs. Een van de
grootste spanningen op de arbeidsmarkt zijn de verschillen in tijdshorizon van de verschillende O’s.
Bedrijfsscholen zijn opleidingen die zijn opgezet door een bedrijf in samenwerking met een erkend
opleidingsinstituut.
Drie niveaus voor match tussen vraag en aanbod:
1. Macroniveau: landelijke arbeidsmarkt
2. Mesoniveau: sector, gebied of regio
3. Microniveau: niveau van individuele werkgevers
2.1 De arbeidsmarkt
De arbeidsmarkt is het geheel van vraag en aanbod naar arbeid. Vraagkant: organisaties.
Werkgelegenheid: aantal beschikbare banen op de arbeidsmarkt. Aanbodkant: bieden mensen zich
aan. Zij vormen samen met mensen die al een baan hebben de beschikbare beroepsbevolking.
Digitalisering en robotisering nemen toe
Flexibilisering van de arbeidsmarkt
Streven naar een inclusieve samenleving
De arbeidsmarkt is conjunctuurgevoelig: wanneer er sprake is van een economische recessie, er
minder vraag is naar producten en diensten waardoor de vraag naar arbeid afneemt. Bij economische
opleving geldt dit andersom: meer vraag naar producten en diensten waardoor vraag naar arbeid
toeneemt.
Nederland kent een open economie: sterk afhankelijk van bewegingen op het wereldtoneel,
waardoor de mogelijkheid om eigen economie zelf te stimuleren klein is. Ook kent Nederland een
open arbeidsmarkt: vraag als aanbod gaat over Nederlandse grenzen heen.
Deelmarkten: juist wel begrenzingen. Sectorale grenzen in arbeidsmarkt: bepaalde sectoren hebben
medewerkers met zeer specifieke competenties nodig.
Drie O’s waardoor arbeidsmarkt is vormgegeven: organisaties, overheid en onderwijs. Een van de
grootste spanningen op de arbeidsmarkt zijn de verschillen in tijdshorizon van de verschillende O’s.
Bedrijfsscholen zijn opleidingen die zijn opgezet door een bedrijf in samenwerking met een erkend
opleidingsinstituut.
Drie niveaus voor match tussen vraag en aanbod:
1. Macroniveau: landelijke arbeidsmarkt
2. Mesoniveau: sector, gebied of regio
3. Microniveau: niveau van individuele werkgevers