Klopto 2.3 Trombose, Embolie, Arteriosclerose/Atherosclerose, cerebrovasculair, accident
(CVA) (problemen met de bloedvaten)
Een embolie is de afsluiting van een slagader of een ader, door wat voor materiaal dan
ook, dat zich in het bloedvat kan huisvesten en zijn holte kan afsluiten.
Atherosclerose (in het Nederlands aderverkalking) is een gecompliceerd en langzaam
voortschrijdende ziekte waarbij vetachtige stoffen in de wand van slagaders worden afgezet;
de zogenaamde "fatty streak". In een later stadium wordt de plaque gevormd.
Trombose is de aandoening dat er in een bloedvat een bloedstolsel, de zogenaamde
trombus, gevormd wordt. Trombose kan ontstaan in slagaderen en aderen.
In het netvlies kan dit ook een ader afsluiten cherry red spot
Transiënt ischemisch attack (TIA):
- Een tijdelijke uitval van enkele minuten tot maximum 24 uur, veroorzaakt door een
kort zuurstoftekort in de hersenen of het netvlies van het oog.
- Vaak is het een voorbode van een herseninfarct
- De oorzaak van een TIA is dikwijls dezelfde als die van een herseninfarct, namelijk
het afsluiten van een slagader door een bloedklonter.
Kan tot een CVA leiden.
Verdeling in bloed:
Bij bloedstolling:
- Vasculaire fase
- Bloedplaatjesfase
- Cogulatiefase (fibrine)
Kan via extrinstike keten:
- Snel
- Weefselfactoren uit kapotte cellen starten de stolling
- Wanneer er meer cellen kapot zijn is er een snellere stolling
- Weefselfactoren werken samen met calcium en ander factoren naar factor X
En via intrinstike keten:
- Versterking van de extrinsieke keten
- Bloedplaatjes geven de stoffen af • Binding aan collageenvezels buiten de bloedvaten
- Werkt samen met calcium en ander factoren naar factor
, Bloedstolling kan ook voorkomen op plekken waar het niet hoort
- Veneuze stelsel
- Arteriële stelsel
Trombus klontje van bloedstolsel. Als dit los laat heet het een embolus, dit kan het stelsel
afsluiten
Een embolus komt vooral voor met bloedcellen maar kan ook voorkomen met vetcellen of
tumorcellen etc.
Veneuze systeem:
Trombose wordt in gang gezet door drie factoren:
- Verandering stroomsnelheid bloed (door bijvoorbeeld immobiliteit of slecht hart)
- Verandering vaatwand (verwondingen, roken etc)
- Verandering samenstelling van bloed (antieconceptie, te weinig drinken)
Trombose op oppervlakkig gebied ontsteking, komt veel voor maar niet een groot probleem
omdat een embolie hier niet zo vaak uit los komt. Messtaal blijven deze hier vast zitten.
- Een ontsteking en stolselvorming in een oppervlakkig gelegen ader
- Kan ontstaan na een kleine verwonding
- Komt meestal voor bij spataderen
- Er is sprake van een plotseling (acute) ontstekingsreactie
- Het stolsel kleeft stevig aan de aderwand vast, wat de kans op losraken verkleint
- Oppervlakkig gelegen venen worden ook niet omringt door spieren die door
samentrekken het stolsel los kunnen maken
- Oppervlakkige tromboflebitis leidt zelden tot embolie
Diep in de vene groot probleem, doordat spieren hier veel tegen aan duwen raakt het stolsel
los en gaat het zweven door de bloedbaan. Je ziet dit gelijk, de afvoer van het bloed wordt
minder waardoor de benen opzwellen.
Embolus: rondzwevend materiaal
Embolie: afsluiting van een bloedvat
Een longembolie kan ontaan als er een stolsel losbreekt en via het hart een longarterie
bereikt en deze vervolgens afsluit. Een longembolie kan (sub)acute kortademigheid geven,
pijn bij de ademhaling, tachypneu en tachycardie, al is de presentatie nogal eens atypisch.
Verschil veneuze trombose en arteriele trombose:
Arteriele trombose:
(CVA) (problemen met de bloedvaten)
Een embolie is de afsluiting van een slagader of een ader, door wat voor materiaal dan
ook, dat zich in het bloedvat kan huisvesten en zijn holte kan afsluiten.
Atherosclerose (in het Nederlands aderverkalking) is een gecompliceerd en langzaam
voortschrijdende ziekte waarbij vetachtige stoffen in de wand van slagaders worden afgezet;
de zogenaamde "fatty streak". In een later stadium wordt de plaque gevormd.
Trombose is de aandoening dat er in een bloedvat een bloedstolsel, de zogenaamde
trombus, gevormd wordt. Trombose kan ontstaan in slagaderen en aderen.
In het netvlies kan dit ook een ader afsluiten cherry red spot
Transiënt ischemisch attack (TIA):
- Een tijdelijke uitval van enkele minuten tot maximum 24 uur, veroorzaakt door een
kort zuurstoftekort in de hersenen of het netvlies van het oog.
- Vaak is het een voorbode van een herseninfarct
- De oorzaak van een TIA is dikwijls dezelfde als die van een herseninfarct, namelijk
het afsluiten van een slagader door een bloedklonter.
Kan tot een CVA leiden.
Verdeling in bloed:
Bij bloedstolling:
- Vasculaire fase
- Bloedplaatjesfase
- Cogulatiefase (fibrine)
Kan via extrinstike keten:
- Snel
- Weefselfactoren uit kapotte cellen starten de stolling
- Wanneer er meer cellen kapot zijn is er een snellere stolling
- Weefselfactoren werken samen met calcium en ander factoren naar factor X
En via intrinstike keten:
- Versterking van de extrinsieke keten
- Bloedplaatjes geven de stoffen af • Binding aan collageenvezels buiten de bloedvaten
- Werkt samen met calcium en ander factoren naar factor
, Bloedstolling kan ook voorkomen op plekken waar het niet hoort
- Veneuze stelsel
- Arteriële stelsel
Trombus klontje van bloedstolsel. Als dit los laat heet het een embolus, dit kan het stelsel
afsluiten
Een embolus komt vooral voor met bloedcellen maar kan ook voorkomen met vetcellen of
tumorcellen etc.
Veneuze systeem:
Trombose wordt in gang gezet door drie factoren:
- Verandering stroomsnelheid bloed (door bijvoorbeeld immobiliteit of slecht hart)
- Verandering vaatwand (verwondingen, roken etc)
- Verandering samenstelling van bloed (antieconceptie, te weinig drinken)
Trombose op oppervlakkig gebied ontsteking, komt veel voor maar niet een groot probleem
omdat een embolie hier niet zo vaak uit los komt. Messtaal blijven deze hier vast zitten.
- Een ontsteking en stolselvorming in een oppervlakkig gelegen ader
- Kan ontstaan na een kleine verwonding
- Komt meestal voor bij spataderen
- Er is sprake van een plotseling (acute) ontstekingsreactie
- Het stolsel kleeft stevig aan de aderwand vast, wat de kans op losraken verkleint
- Oppervlakkig gelegen venen worden ook niet omringt door spieren die door
samentrekken het stolsel los kunnen maken
- Oppervlakkige tromboflebitis leidt zelden tot embolie
Diep in de vene groot probleem, doordat spieren hier veel tegen aan duwen raakt het stolsel
los en gaat het zweven door de bloedbaan. Je ziet dit gelijk, de afvoer van het bloed wordt
minder waardoor de benen opzwellen.
Embolus: rondzwevend materiaal
Embolie: afsluiting van een bloedvat
Een longembolie kan ontaan als er een stolsel losbreekt en via het hart een longarterie
bereikt en deze vervolgens afsluit. Een longembolie kan (sub)acute kortademigheid geven,
pijn bij de ademhaling, tachypneu en tachycardie, al is de presentatie nogal eens atypisch.
Verschil veneuze trombose en arteriele trombose:
Arteriele trombose: