Samenvatting innovatie D-cluster
H1 Wat is innovatie?
§1 Het effect van innovatie
• Definitie innovatie: het enkel tot stand brengen van nieuwe combinaties van zowel technologische
als niet-technologische kennis kan uiteindelijk waarde creëren. Nut is de essentiële voorwaarde voor
echte innovatie.
• Maar er zijn meer definities. In het algemeen taalgebruik spreekt men van invoering van iets
nieuws of nieuwsgierigheid en in economische context is innovatie technische, industriële
vernieuwing.
• De elementen die centraal staan in verschillende omschrijvingen van innovatie zijn: het object
van innovatie, de mate van veranderen en het effect van innovatie. Innovatie: de vernieuwing die
neerslaat in productie, diensten, processen of organisatievormen. Innovatie: verandering van de
dingen die een organisatie aanbiedt (product- en dienstinnovatie) of de manier waarop zij dit creëert
en aflevert (procesinnovatie). Een sprongsgewijze verandering in de product-markt-
technologiecombinaties van bestaande bedrijven. Elke vernieuwing of verandering gericht op
resultaatverbetering.
• Het beoogde effect van innovaties is het vergroten van de toegevoegde waarde van een
organisatie en/of het vergroten van klantwaarde.
• Een organisatie is een waarderend systeem: de output van de organisatie zou meer waard moeten
zijn dan wat erin gaat. Toegevoegde waarde, in economische zin, is het verschil tussen de omzet van
een organisatie en de inkoopwaarde van de grondstoffen. Dit kan worden vergroot door de omzet te
vergroten of de kosten te verlagen.
• Procesinnovatie zijn vaak gericht op het behalen van efficiencyvoordelen om kosten te besparen.
Product- en marktinnovaties zijn meer gericht op het vergroten van de
omzet door in te spelen op behoeften van klanten. Beide zorgen voor een
vergroting van de toegevoegde waarde. Product- en marktinnovatie
hebben groter potentieel voor waardecreactie, omdat kostenbesparing
beperkt is en klantwaarde niet.
• De voordelen die een product voor de klant heeft zijn hem wat waard,
dat product heeft klantwaarde. De propositie of productbundel is het
product/dienst zelf, de service eromheen en het imago.
• Een product heeft waarde als het een behoefte van een klant kan
vervullen. De productbundel die het best voldoet aan de klantbehoeften heeft het grootste voordeel
voor de klant. Klantwaarde wordt dus bepaald door de mate waarin een product behoeften kan
vervullen, vergeleken met andere producten.
§2 Het object van innovatie
• Innovatie is gericht op het vergroten van de toegevoegde
waarde van een organisatie. dit kan door het waardecreërende
systeem te veranderen. Elementen van een waardecreërend
systeem zijn: input, bedrijfsproces, product, interactie en klant.
Verschillende typen innovatie hebben betrekking op
verschillende elementen uit het systeem.
• Productinnovaties: veranderingen in hetgeen een organisatie
aanbiedt (goederen/diensten).
• Marktinnovaties: veranderingen in de doelgroepen die een organisatie met haar producten
bediend en de behoeften die zij wil vervullen.
,• Businessmodel-innovaties (business-innovatie, bedrijfsmodelinnovatie, transactie-innovatie):
veranderingen in de interactie van een organisatie met haar klanten (bvb wijze van levering, manier
van onderhouden van relatie met de klant, wie betaald waarvoor).
• Procesinnovatie: veranderingen in hoe iets tot stand komt, vernieuwingen in het
voortbrengingsproces. Het is gericht op het verlagen van de kosten of verbeteren van de kwaliteit.
• Duurzame innovaties: zijn gericht op het verminderen van de effecten voor de natuurlijke en de
sociale leefomgeving.
• Sociale innovaties (managementinnovatie, slimmer managen, innovatief organiseren):
veranderingen binnen een organisatie in het gedrag van de mensen. Gericht op het verbeteren van
de arbeidsproductiviteit. De gedachte van sociale innovatie is dat door investeringen in mensen en
de manier waarop zij samenwerken, gunstige voorwaarden wordt gecreëerd waarin innovaties en
prestatieverbeteringen sneller tot stand komen. Dit is geen type innovatie, maar een voorwaarde
voor innovatie.
• Het type innovatie geeft aan waar de primaire focus ligt, maar de meeste innovaties vergen ook
aanpassing van andere elementen in het waardecreërend systeem.
§3 De mate van verandering
• Een radicale of sprongsgewijze verandering wordt vaak
een innovatie genoemd, en een geleidelijk verandering
niet. Een innovatie met een heleboel kleine stapjes lijkt
op een geleidelijke ontwikkeling.
• Om te bepalen of er sprake is van een verandering of
van een innovatie, kun je 2 variabelen uitzetten in een
grafiek: hoe breed is de vernieuwing en voor wie is het nieuw? Gaat
het om de ontwikkeling van een nieuw soort of groep van producten,
een nieuwe lijn, een nieuw product of een onderdeel van een
bestaand product. Is het nieuw voor de wereld, voor een land, voor
een branche of markt, voor een bedrijf of voor 1 gebruiker.
• Linksonder staan de bescheiden veranderingen: kleine verandering
en kleine doelgroep (bvb klantspecifiek product als het eenmalig is
dan geen innovatie).
• Innovatie onderscheidt zich van geleidelijke ontwikkeling doordat
het een sprongsgewijze verandering is.
H2 Waarom innoveren we?
§1 Overleven
• Het succes van organisaties hangt in toenemende mate af van
succesvolle innovaties, ze moeten mee veranderen met de
ontwikkelingen.
• Geleidelijke groei is de vijand van innovatie. Als je al je tijd besteed aan
het verbeteren van dingen die al bestaan dan blijft er geen tijd over aan
het uitvinden van nieuwe dingen.
• Belangrijkste redenen om te innoveren zijn: overleven, kansen spreiden, perfect zijn is niet
genoeg, voor sommigen belangrijker dan voor anderen en Nederlandse en Europese ambities.
• De productlevenscyclus beschrijft de verschillende levensfasen van een product:
1. De introductiefase: een product wordt op de markt geïntroduceerd, waarbij marketing wordt
ingezet om bekendheid aan het product te geven en de eerste groep klanten aan te spreken.
, 2. De groeifase: de verkopen stijgen doordat het product door een grotere groep gebruikers wordt
geaccepteerd.
3. De volwassenheidsfase: stabilisering, doordat de markt verzadigd raakt, de concurrentie neemt
toe en er wordt steeds meer op prijs geconcurreerd.
4. De stagnatiefase: er ontstaan betere alternatieven voor het product. Hier is innovatie nodig.
• De mate waarin er moet worden geïnnoveerd hangt onder meer af van de veranderlijkheid van de
markt waarin een bedrijf zit. Naarmate de markt veranderlijker is, is de levenscyclus korter en zijn er
meer innovatiesprongen nodig.
• De productlevenscyclus kun je relateren aan de verschillende soorten innovatie. Productinnovatie
vindt vooral plaats voor de innovatiefase en gedurende de introductiefase. Marktinnovaties in de
introductie- en groeifase, waarin toegang tot nieuwe klantgroepen wordt gezocht om een groei
mogelijk te maken. Procesinnovaties in de groeifase om het groeiende volume soepel te verwerken
en in de volwassenheidsfase om kosten te besparen.
§2 Kansen spreiden
• Een hulpmiddel voor het managen van een productfolio is de BCG-matrix. Met de BCG-matrix
verdeel je de producten van je bedrijf in categorieën, aan de hand van de positie in de levenscyclus:
1. Question marks: een product met een laag marktaandeel in een markt
met stevige groei. Ze leveren weinig op en vereisen de nodige
investeringen om ze met de expanderende markt mee te laten groeien.
2. Stars: een product met een groot marktaandeel in een markt of
branche die snel groeit. Het levert veel contanten op, maar vereist ook
grote investeringen om mee te kunnen blijven groeien.
3. Cash cows: producten die een relatief hoog marktaandeel hebben
verworven in een nauwelijks nog in omvang toenemende markt, vergt
weinig nieuwe investeringen en creëert hoge kasontvangsten.
4. Dogs: producten die een relatief laag marktaandeel in een stagnerende markt hebben. Met
deze producten stoppen of de omzet eruit halen zonder erin te investeren.
• De boodschap van de BCG-matrix is dat het totale assortiment aan goederen of diensten van een
organisatie, het productportfolio, een gezonde mix moet zijn. Er zijn cash cows nodig om op korte
termijn de stars en question marks te financieren die weer de cash cows van de toekomst zijn.
§3 Perfect zijn is niet genoeg
• Excelleren is datgene wat al bestaat verder uitbaten en verbeteren, het bestaande beter doen.
• Innoveren is het oude loslaten en nieuwe wegen naar toekomstig succes vinden, nieuwe dingen
doen.
• Bedrijven moeten beide doen. Door alleen te innoveren doe je steeds iets nieuws zonder dat je
goed wordt in wat je hebt gecreëerd. Door alleen te excelleren perfectioneer je het bestaande, maar
creëer je nooit iets nieuws.
• Een bedrijf zou achtjes moeten draaien: beginnen met innoveren (het oude los laten), fantaseren
over nieuwe dingen, componeren, implementeren (aandacht richten op excelleren), produceren,
verkopen, evalueren en de optimalisaties implementeren en daarna pas opnieuw innoveren.
§4 Voor sommigen belangrijker dan voor anderen
• Kleine bedrijven innoveren niet veel omdat innovatie op korte termijn tijd en geld kost, waardoor
omzet en winst onder druk komen te staan.
• Door bedrijven op een andere manier in te delen kun je meer zeggen over de innovativiteit. Die
indeling kan worden gemaakt door de volgende vragen te beantwoorden:
- Maakt het bedrijf iets (doeners) of levert het kennis (denkers)?
- Levert het bedrijf een product of capaciteit?
H1 Wat is innovatie?
§1 Het effect van innovatie
• Definitie innovatie: het enkel tot stand brengen van nieuwe combinaties van zowel technologische
als niet-technologische kennis kan uiteindelijk waarde creëren. Nut is de essentiële voorwaarde voor
echte innovatie.
• Maar er zijn meer definities. In het algemeen taalgebruik spreekt men van invoering van iets
nieuws of nieuwsgierigheid en in economische context is innovatie technische, industriële
vernieuwing.
• De elementen die centraal staan in verschillende omschrijvingen van innovatie zijn: het object
van innovatie, de mate van veranderen en het effect van innovatie. Innovatie: de vernieuwing die
neerslaat in productie, diensten, processen of organisatievormen. Innovatie: verandering van de
dingen die een organisatie aanbiedt (product- en dienstinnovatie) of de manier waarop zij dit creëert
en aflevert (procesinnovatie). Een sprongsgewijze verandering in de product-markt-
technologiecombinaties van bestaande bedrijven. Elke vernieuwing of verandering gericht op
resultaatverbetering.
• Het beoogde effect van innovaties is het vergroten van de toegevoegde waarde van een
organisatie en/of het vergroten van klantwaarde.
• Een organisatie is een waarderend systeem: de output van de organisatie zou meer waard moeten
zijn dan wat erin gaat. Toegevoegde waarde, in economische zin, is het verschil tussen de omzet van
een organisatie en de inkoopwaarde van de grondstoffen. Dit kan worden vergroot door de omzet te
vergroten of de kosten te verlagen.
• Procesinnovatie zijn vaak gericht op het behalen van efficiencyvoordelen om kosten te besparen.
Product- en marktinnovaties zijn meer gericht op het vergroten van de
omzet door in te spelen op behoeften van klanten. Beide zorgen voor een
vergroting van de toegevoegde waarde. Product- en marktinnovatie
hebben groter potentieel voor waardecreactie, omdat kostenbesparing
beperkt is en klantwaarde niet.
• De voordelen die een product voor de klant heeft zijn hem wat waard,
dat product heeft klantwaarde. De propositie of productbundel is het
product/dienst zelf, de service eromheen en het imago.
• Een product heeft waarde als het een behoefte van een klant kan
vervullen. De productbundel die het best voldoet aan de klantbehoeften heeft het grootste voordeel
voor de klant. Klantwaarde wordt dus bepaald door de mate waarin een product behoeften kan
vervullen, vergeleken met andere producten.
§2 Het object van innovatie
• Innovatie is gericht op het vergroten van de toegevoegde
waarde van een organisatie. dit kan door het waardecreërende
systeem te veranderen. Elementen van een waardecreërend
systeem zijn: input, bedrijfsproces, product, interactie en klant.
Verschillende typen innovatie hebben betrekking op
verschillende elementen uit het systeem.
• Productinnovaties: veranderingen in hetgeen een organisatie
aanbiedt (goederen/diensten).
• Marktinnovaties: veranderingen in de doelgroepen die een organisatie met haar producten
bediend en de behoeften die zij wil vervullen.
,• Businessmodel-innovaties (business-innovatie, bedrijfsmodelinnovatie, transactie-innovatie):
veranderingen in de interactie van een organisatie met haar klanten (bvb wijze van levering, manier
van onderhouden van relatie met de klant, wie betaald waarvoor).
• Procesinnovatie: veranderingen in hoe iets tot stand komt, vernieuwingen in het
voortbrengingsproces. Het is gericht op het verlagen van de kosten of verbeteren van de kwaliteit.
• Duurzame innovaties: zijn gericht op het verminderen van de effecten voor de natuurlijke en de
sociale leefomgeving.
• Sociale innovaties (managementinnovatie, slimmer managen, innovatief organiseren):
veranderingen binnen een organisatie in het gedrag van de mensen. Gericht op het verbeteren van
de arbeidsproductiviteit. De gedachte van sociale innovatie is dat door investeringen in mensen en
de manier waarop zij samenwerken, gunstige voorwaarden wordt gecreëerd waarin innovaties en
prestatieverbeteringen sneller tot stand komen. Dit is geen type innovatie, maar een voorwaarde
voor innovatie.
• Het type innovatie geeft aan waar de primaire focus ligt, maar de meeste innovaties vergen ook
aanpassing van andere elementen in het waardecreërend systeem.
§3 De mate van verandering
• Een radicale of sprongsgewijze verandering wordt vaak
een innovatie genoemd, en een geleidelijk verandering
niet. Een innovatie met een heleboel kleine stapjes lijkt
op een geleidelijke ontwikkeling.
• Om te bepalen of er sprake is van een verandering of
van een innovatie, kun je 2 variabelen uitzetten in een
grafiek: hoe breed is de vernieuwing en voor wie is het nieuw? Gaat
het om de ontwikkeling van een nieuw soort of groep van producten,
een nieuwe lijn, een nieuw product of een onderdeel van een
bestaand product. Is het nieuw voor de wereld, voor een land, voor
een branche of markt, voor een bedrijf of voor 1 gebruiker.
• Linksonder staan de bescheiden veranderingen: kleine verandering
en kleine doelgroep (bvb klantspecifiek product als het eenmalig is
dan geen innovatie).
• Innovatie onderscheidt zich van geleidelijke ontwikkeling doordat
het een sprongsgewijze verandering is.
H2 Waarom innoveren we?
§1 Overleven
• Het succes van organisaties hangt in toenemende mate af van
succesvolle innovaties, ze moeten mee veranderen met de
ontwikkelingen.
• Geleidelijke groei is de vijand van innovatie. Als je al je tijd besteed aan
het verbeteren van dingen die al bestaan dan blijft er geen tijd over aan
het uitvinden van nieuwe dingen.
• Belangrijkste redenen om te innoveren zijn: overleven, kansen spreiden, perfect zijn is niet
genoeg, voor sommigen belangrijker dan voor anderen en Nederlandse en Europese ambities.
• De productlevenscyclus beschrijft de verschillende levensfasen van een product:
1. De introductiefase: een product wordt op de markt geïntroduceerd, waarbij marketing wordt
ingezet om bekendheid aan het product te geven en de eerste groep klanten aan te spreken.
, 2. De groeifase: de verkopen stijgen doordat het product door een grotere groep gebruikers wordt
geaccepteerd.
3. De volwassenheidsfase: stabilisering, doordat de markt verzadigd raakt, de concurrentie neemt
toe en er wordt steeds meer op prijs geconcurreerd.
4. De stagnatiefase: er ontstaan betere alternatieven voor het product. Hier is innovatie nodig.
• De mate waarin er moet worden geïnnoveerd hangt onder meer af van de veranderlijkheid van de
markt waarin een bedrijf zit. Naarmate de markt veranderlijker is, is de levenscyclus korter en zijn er
meer innovatiesprongen nodig.
• De productlevenscyclus kun je relateren aan de verschillende soorten innovatie. Productinnovatie
vindt vooral plaats voor de innovatiefase en gedurende de introductiefase. Marktinnovaties in de
introductie- en groeifase, waarin toegang tot nieuwe klantgroepen wordt gezocht om een groei
mogelijk te maken. Procesinnovaties in de groeifase om het groeiende volume soepel te verwerken
en in de volwassenheidsfase om kosten te besparen.
§2 Kansen spreiden
• Een hulpmiddel voor het managen van een productfolio is de BCG-matrix. Met de BCG-matrix
verdeel je de producten van je bedrijf in categorieën, aan de hand van de positie in de levenscyclus:
1. Question marks: een product met een laag marktaandeel in een markt
met stevige groei. Ze leveren weinig op en vereisen de nodige
investeringen om ze met de expanderende markt mee te laten groeien.
2. Stars: een product met een groot marktaandeel in een markt of
branche die snel groeit. Het levert veel contanten op, maar vereist ook
grote investeringen om mee te kunnen blijven groeien.
3. Cash cows: producten die een relatief hoog marktaandeel hebben
verworven in een nauwelijks nog in omvang toenemende markt, vergt
weinig nieuwe investeringen en creëert hoge kasontvangsten.
4. Dogs: producten die een relatief laag marktaandeel in een stagnerende markt hebben. Met
deze producten stoppen of de omzet eruit halen zonder erin te investeren.
• De boodschap van de BCG-matrix is dat het totale assortiment aan goederen of diensten van een
organisatie, het productportfolio, een gezonde mix moet zijn. Er zijn cash cows nodig om op korte
termijn de stars en question marks te financieren die weer de cash cows van de toekomst zijn.
§3 Perfect zijn is niet genoeg
• Excelleren is datgene wat al bestaat verder uitbaten en verbeteren, het bestaande beter doen.
• Innoveren is het oude loslaten en nieuwe wegen naar toekomstig succes vinden, nieuwe dingen
doen.
• Bedrijven moeten beide doen. Door alleen te innoveren doe je steeds iets nieuws zonder dat je
goed wordt in wat je hebt gecreëerd. Door alleen te excelleren perfectioneer je het bestaande, maar
creëer je nooit iets nieuws.
• Een bedrijf zou achtjes moeten draaien: beginnen met innoveren (het oude los laten), fantaseren
over nieuwe dingen, componeren, implementeren (aandacht richten op excelleren), produceren,
verkopen, evalueren en de optimalisaties implementeren en daarna pas opnieuw innoveren.
§4 Voor sommigen belangrijker dan voor anderen
• Kleine bedrijven innoveren niet veel omdat innovatie op korte termijn tijd en geld kost, waardoor
omzet en winst onder druk komen te staan.
• Door bedrijven op een andere manier in te delen kun je meer zeggen over de innovativiteit. Die
indeling kan worden gemaakt door de volgende vragen te beantwoorden:
- Maakt het bedrijf iets (doeners) of levert het kennis (denkers)?
- Levert het bedrijf een product of capaciteit?