Hoorcollege patho 28-02-18
Bovenstaande afbeelding moet je kennen!
Hematopoiese is het creëren van bloedcellen, zowel witte als rode. Dit wordt gedaan d.m.v.
groeifactoren en cytokines, specifieke cytokines zorgen bijv. voor specifieke celdifferentiaties.
Erythrocyten zijn de rode
bloedcellen, deze hebben geen
kern en bevatten hemoglobine.
Hun belangrijkste functie is het
leveren van zuurstof aan organen
en weefsels.
Eosinofielen zien eruit als de cel
rechtsboven en basofielen als de
cel rechtsonder.
Neutrofielen hebben
gesegmenteerde kernen, een
korte levensduur en hebben als
functie het opruimen van bacteriën en dode weefsels (staan linksboven en rechtsmidden).
Lymfocyten hebben een compacte kern en erg weinig cytoplasma eromheen. Ze hebben
vooral een rol bij virusinfecties (linksmidden).
Linksonder is een megakaryocyt die de thrombocyten produceert.
, Thrombocyten zijn de bloedplaatjes die nuttig zijn bij stolling. Ze ontstaan vanuit
megakaryocyten die kleine stukjes van hun cytoplasma ‘afstaan’.
De ziekteleer verbonden aan de bloedcellen en het beenmerg
gaat over een onbalans.
- Te weinig
o Bij te weinig cellen draait het vooral om anemie
wat een tekort is aan de rode bloedcellen. Hierbij
kunnen deze cellen kleiner zijn dan normaal,
normale grootte hebben of groter zijn dan
normaal. Andere aandoeningen bestaan ook, dus
problemen met de leukocyten en de
thrombocyten. Een speciale aandoening is
pancytopenie waarbij men te weinig heeft van
alle bloedcellen. De symptomen die bij een
anemie komen kijken zijn:
Vermoeidheid door het te weinig aan
zuurstof in de organen.
Bleekheid door de lage aantallen rode
bloedcellen die normaal de blos geven.
Kortademigheid waarbij het lichaam
probeert te compenseren voor het lage
zuurstofgehalte, vaak samen gezien met hartkloppingen.
De volgende symptomen komen allemaal niet zo vaak voor maar
kunnen wel voorkomen: geelzucht, door een afbraak van het bloed en
ophoping van bilirubine, nagelafwijkingen en splenomegalie, het
groter worden van de milt ter compensatie.
Verder kan anemie ontstaan door bloedingen, een toegenomen destructie van
rode bloedcellen of een afname in de productie. Anemie kan ook worden
geclassificeerd door te kijken naar het mean cell volume, de mean cell
hemoglobine (massa), de mean cell hemoglobin concentration en de red cell
distribution width.
Anemie door bloedverlies kan worden onderverdeeld in acuut
en chronisch bloedverlies. De effecten van acute bloedingen
zijn vooral te wijten aan het verliezen van intravasculair volume
(kan leiden tot shock). Bij chronisch bloedverlies worden de
ijzervoorraden langzaam leeggeroofd.
Hemolytische anemie is de benaming voor alle aandoeningen
waarbij rode bloedcellen worden vernietigd. Dit wordt vaak
gedaan door het verkorten van de levensduur van de cellen. In
alle gevallen van een zuurstoftekort wordt erythropoietine
ingeschakeld om meer rode bloedcellen te maken; dit zie je
dan ook vaak bij hemolytische anemie. Het is onder te verdelen
in extravasculair waarin er defecten zijn bij de fagocyten in
voornamelijk de milt die daardoor veel rode bloedcellen
afbreken, en intravasculair waarbij er zware schade optreedt
waardoor de rode bloedcellen barsten.
Bovenstaande afbeelding moet je kennen!
Hematopoiese is het creëren van bloedcellen, zowel witte als rode. Dit wordt gedaan d.m.v.
groeifactoren en cytokines, specifieke cytokines zorgen bijv. voor specifieke celdifferentiaties.
Erythrocyten zijn de rode
bloedcellen, deze hebben geen
kern en bevatten hemoglobine.
Hun belangrijkste functie is het
leveren van zuurstof aan organen
en weefsels.
Eosinofielen zien eruit als de cel
rechtsboven en basofielen als de
cel rechtsonder.
Neutrofielen hebben
gesegmenteerde kernen, een
korte levensduur en hebben als
functie het opruimen van bacteriën en dode weefsels (staan linksboven en rechtsmidden).
Lymfocyten hebben een compacte kern en erg weinig cytoplasma eromheen. Ze hebben
vooral een rol bij virusinfecties (linksmidden).
Linksonder is een megakaryocyt die de thrombocyten produceert.
, Thrombocyten zijn de bloedplaatjes die nuttig zijn bij stolling. Ze ontstaan vanuit
megakaryocyten die kleine stukjes van hun cytoplasma ‘afstaan’.
De ziekteleer verbonden aan de bloedcellen en het beenmerg
gaat over een onbalans.
- Te weinig
o Bij te weinig cellen draait het vooral om anemie
wat een tekort is aan de rode bloedcellen. Hierbij
kunnen deze cellen kleiner zijn dan normaal,
normale grootte hebben of groter zijn dan
normaal. Andere aandoeningen bestaan ook, dus
problemen met de leukocyten en de
thrombocyten. Een speciale aandoening is
pancytopenie waarbij men te weinig heeft van
alle bloedcellen. De symptomen die bij een
anemie komen kijken zijn:
Vermoeidheid door het te weinig aan
zuurstof in de organen.
Bleekheid door de lage aantallen rode
bloedcellen die normaal de blos geven.
Kortademigheid waarbij het lichaam
probeert te compenseren voor het lage
zuurstofgehalte, vaak samen gezien met hartkloppingen.
De volgende symptomen komen allemaal niet zo vaak voor maar
kunnen wel voorkomen: geelzucht, door een afbraak van het bloed en
ophoping van bilirubine, nagelafwijkingen en splenomegalie, het
groter worden van de milt ter compensatie.
Verder kan anemie ontstaan door bloedingen, een toegenomen destructie van
rode bloedcellen of een afname in de productie. Anemie kan ook worden
geclassificeerd door te kijken naar het mean cell volume, de mean cell
hemoglobine (massa), de mean cell hemoglobin concentration en de red cell
distribution width.
Anemie door bloedverlies kan worden onderverdeeld in acuut
en chronisch bloedverlies. De effecten van acute bloedingen
zijn vooral te wijten aan het verliezen van intravasculair volume
(kan leiden tot shock). Bij chronisch bloedverlies worden de
ijzervoorraden langzaam leeggeroofd.
Hemolytische anemie is de benaming voor alle aandoeningen
waarbij rode bloedcellen worden vernietigd. Dit wordt vaak
gedaan door het verkorten van de levensduur van de cellen. In
alle gevallen van een zuurstoftekort wordt erythropoietine
ingeschakeld om meer rode bloedcellen te maken; dit zie je
dan ook vaak bij hemolytische anemie. Het is onder te verdelen
in extravasculair waarin er defecten zijn bij de fagocyten in
voornamelijk de milt die daardoor veel rode bloedcellen
afbreken, en intravasculair waarbij er zware schade optreedt
waardoor de rode bloedcellen barsten.