4
Tutorial woensdag 28 februari 2018
Onderwerp: Bevoegdheden organen, besluitvorming,
vertegenwoordiging en tegenstrijdig belang bij de BV en
de NV
Essayvragen
1. Beantwoord uit ‘De Kern’, H5, casus II, vragen 2, 3, 4 en 5
Vraag 2: Volgens art. 2:244 BW en art. 2:242 BW is de algemene
vergadering bevoegd tot het ontslaan van bestuurders. Er is verder geen
dwingende bepaling, dus 50% plus 1 stem.
Vraag 3: Voor een fusie kijk je bij Titel 7. In art. 2:317 BW staat dat het
besluit tot een fusie besloten wordt door de algemene vergadering. In
Afdeling 3 staan vervolgens bijzondere bepalingen voor de bv en nv. In art.
2:330 BW staat dat als meer dan 50% van het geplaatste kapitaal
vertegenwoordigd is je het besluit kunt nemen met een gewone
meerderheid (50% plus 1 stem). Als het quorum echter minder dan 50%
van het geplaatste kapitaal is, kun je alleen een besluit nemen met twee
derde meerderheid.
Vraag 4: Er is sprake van een gebrek in de totstandkoming. Bestuurders en
commissarissen hebben volgens art. 2:227 lid 7 BW een raadgevende
stem in de algemene vergadering. Als je dit niet in acht neemt, is er iets
mis met de totstandkoming van het besluit. Art. 2:15 lid 1 sub a BW geeft
dan aan dat het besluit vernietigbaar is.
Vraag 5: Als een bestuurder ontslagen wordt, heeft hij recht op hoor en
wederhoor (art. 2:8 BW). Hij mag over zijn eigen ontslag het een en ander
zeggen. Deze bestuurder is echter ziek. Het is voldoende dat de
vennootschap de bestuurder uitnodigt voor de algemene vergadering. De
vennootschap heeft zo aan haar plicht voldaan om de bestuurder in staat
te stellen zijn zegje te doen. Vennootschapsrechtelijk doet dat er niet veel
toe. De vennootschap kan namelijk een bestuurder te allen tijde ontslaan
(art. 2:244 BW). Er hoeft dus geen goede reden te zijn. Er is echter ook
sprake van een arbeidsovereenkomst. Volgens art. 7:670 BW mag je een
zieke werknemer niet ontslaan. Arbeidsrechtelijk kan pas een einde
gemaakt worden aan de arbeidsovereenkomst op het moment dat de
bestuurder beter is.
2. Beantwoord uit ‘De Kern’, H5, casus III, vraag 6
Vraag 6:
1